Bijdrage Buchmesse in handen van stichting

DEN HAAG, 27 APRIL. Een nog op te richten privaatrechtelijke stichting krijgt de verantwoordelijkheid voor de opzet en uitvoering van een Nederlandse cultuurbijdrage op de Frankfurter Buchmesse in 1993.

Minister d'Ancona (WVC) schrijft dat, ook namens de staatssecretarissen van economische zaken en van buitenlandse zaken, in antwoord op vragen die de Tweede-Kamerleden Franssen en Dijkstal (beiden VVD) begin april stelden.

Aanleiding daarvoor was het nieuws dat het ministerie van WVC de directie van de beurs had laten weten dat er rekening mee moest worden gehouden dat Nederland niet in staat zou zijn in 1993 op te treden als Schwerpunkt op de Buchmesse.

De berichten over een mogelijke afzegging zorgden voor een storm van protest. Nederland zou daarmee een unieke gelegenheid voorbij laten gaan zijn cultuur aan de wereld te tonen.

Fransen neemt geen genoegen met de antwoorden van d'Ancona. Hij zal hierover volgende week een interpellatie in de Kamer aanvragen. Elk jaar stelt de grootste boekenbeurs ter wereld een land in de gelegenheid zich cultureel zo breed mogelijk te presenteren. Landen als Japan, Frankrijk en Italie gingen Nederland voor. Dit jaar is de eer aan Spanje.

Medio maart schreef WVC-topambtenaar J. Riezenkamp in een brief aan Buchmesse-directeur Weidhaas dat de uitgevers inhoudelijk noch financieel belangstelling hadden voor Nederland-Schwerpunkt.

Dat was volgens hem reden om er rekening mee te houden dat de uitnodiging van de Buchmesse niet zou worden geaccepteerd.

Een Nederlandse presentatie op de Buchmesse kost ongeveer 10 miljoen gulden. Van het bedrijfsleven verwachtte WVC een bijdrage van vijf miljoen gulden.

Pag. 2:

d' Ancona: kritiek op beleid bij boekenbeurs is onterecht

De overige vijf miljoen die nodig is voor de presentatie van Nederland op de Frankfurter Buchmesse moet worden opgebracht door de Nederlandse en Vlaamse overheid. In een vraagesprek met deze krant zei Riezenkamp dat ook de overheidsbijdrage nog niet rond was.

Het kabinet van de Vlaamse cultuurminister Dewael stond al garant voor 2,5 miljoen gulden, WVC had al 1 miljoen gulden geresveerd. De ministeries van economische zaken en buitenlandse zaken konden voor de overige 1,5 miljoen door WVC niet over de streep worden getrokken.

Franssen en Dijkstal hielden de minister in hun vragen het beeld voor dat de vaderlandse cultuur de boot naar het buitenland heeft gemist waarop ze genoeglijk had mee kunnen varen, indien er vanaf 1988 (toen bekend werd dat Nederland naar Frankfurt kon) doelbewuster was gewerkt. Volgens d'Ancona raakt die conclusie kant noch wal. Zij zegt nog over voldoende tijd te beschikken "om bij een ruimer gedefineerde doelgroep pogingen te ondernemen".