Arubaanse film Derde Wereld-volkstoneel

'Dera Gai', Ned.3, 20.00-20.45u.

De Arubaanse folklore wil dat op het jaarfeest van San Juan, Sint-Jan dus, geblinddoekte mannen om de beurt trachten een levende haan met een stok te raken. Waarschijnlijk onder invloed van de westerse beschaving en de opmars van de dierenbescherming veranderde de haan in een halve kalebas, die 'dera gai' genoemd wordt. Dit is ook de titel van een vijfenveertig minuten durende televisiefilm, die de Arubaanse regisseuse Burny Every voor producent Frans Rasker, de NOS en de Arubaanse televisie, uiteraard met steun van het Stimuleringsfonds en de Sticusa (Stichting Culturele Samenwerking Antillen) vorig jaar op lokatie draaide.

Er zijn al eerder Nederlandse films op Aruba opgenomen, bij voorbeeld Sabine (Rene van Nie, 1982), en ook het Antilliaanse duo Felix de Rooy en Norman De Palm voltooide al drie lange speelfilms. Dera Gai vertoont echter alle kenmerken van een prille primeur, een met gepaste welwillendheid te benaderen proeve van Derde Wereld-cinema. De cameravoering mag dan in de handen van Marc Felperlaan een professionele indruk maken, acteerprestaties en scenario bevinden zich feitelijk op het niveau van het volkstoneel.

Dat Lionel, een zwarte Arubaan van middelbare leeftijd, de kalebas niet weet te raken, zou op rekening van zijn stevige alcoholgebruik te schrijven zijn, maar het kost hem weinig moeite zijn tweede echtgenote bij herhaling met de vlakke hand te treffen. Dit wekt de droefenis van hun dochters en de woede van zijn stiefzoon, die bij wijze van uitlaatklep met een vriendje rondjes fietst over het eiland en toeristen hun tropische cocktails afhandig maakt. Armoe is troef in het geteisterde gezin, en de aanvaringen tussen zoon en stiefvader beperken zich allang niet meer tot denigrerende opmerkingen over de huidskleur van de laatste. Wie dacht dat in een smeltkroes als Aruba de meeste inwoners vertegenwoordigers van alle denkbare rassen tot hun voorouders rekenen, mist de fijne nuances en is misschien wel een van de botte blanke kolonialen die er nog steeds de dienst lijken uit te maken.

Op zekere nacht hoort de stiefzoon hoe zijn moeder weer tot moes geslagen wordt en komt haar te hulp door het mes aan te reiken, waarmee ze definitief orde op zaken stelt. Zo komt de schuldvraag ook genuanceerd te liggen, maar tenminste een van de problemen van het gezin is voorgoed opgelost. De film is dan ook afgelopen, en heeft weinig verrassende gezichtspunten opgeleverd voor de in nieuwe filmculturen geinteresseerde kijker.

    • Hans Beerekamp