Andriessen is geen politicus voor het Algemeen Belang; Advokaat van het bedrijfsleven

DEN HAAG, 27 APRIL. Minister Andriessen van economische zaken heeft een retorische relatie met tuinieren. In de rede die hij uitsprak bij de aanvaarding van zijn ambt als bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit - vier dagen voor zijn beediging als minister van economische zaken - vergeleek hij de overheid met een “ouderwets, slecht georganiseerd tuinmansbedrijf”.

De brief waarin de CDA-minister het kabinet alternatieve voorstellen doet om de begroting voor volgend jaar sluitend te krijgen, bevat de uitsmijter “het boeketje van mogelijke oplossingen is natuurlijk controversieel, maar ik heb wel getracht een evenwichtige ruiker te maken.”

Controversieel is zeker zijn voorstel om het minimuloon in deze kabinetsperiode met tien procent te verlagen. Zo'n verlaging zou “een belangrijke impuls” betekenen voor de werkgelegenheid, meent Andriessen.

In een vraaggesprek met het dagblad Trouw ging Andriessen afgelopen woensdag nog een stap verder. Hij bepleitte een verlaging van het minimumloon, desnoods tot beneden het niveau van een bijstandsuitkering. Een dag later werd hij door minister-president Lubbers en plein public in de hoek gezet. “Dit vraaggesprek had zo niet gegeven mogen worden. Dat heb ik hem laten weten”, zei Lubbers in de Tweede Kamer. Andriessen heeft volgens Lubbers ten onrechte de indruk gewekt dat het kabinet het minimumloon fors wil verlagen.

De minister van economische zaken reageerde laconiek op de reprimande. “Ik heb kennelijk voor mijn beurt gesproken. Mijn voorstellen gaan sommigen blijkbaar iets te ver”, zei Andriessen. En “de minister-president zei tut, tut, ho, ho; niet ik”.

Niemand is in staat een betere karikatuur te geven van de huidige minister van economische zaken dan Jacobus Eije Andriessen.

De 62-jarige Andriessen is door Lubbers in 1989 als 'sleutelfiguur' in zijn derde kabinet gehaald. Met Andriessen kreeg het kabinet in zijn gelederen een ex-minister (kabinet Marijnen 1963-1965), een ex-werkgever (multinational Van Leer Groep 1965-1987) en ex-voorzitter (Nederlands Christelijk Werkgeversverbond 1988-1989). Andriessen zou de plaats moeten innemen van Lubbers' rechterhand Jan de Koning.

“Onzin”, zei Andriessen ruim een jaar geleden in het partijblad CD- Actueel over de vergelijking met De Koning. “Ik heb helemaal niet zoveel verstand van politiek. Natuurlijk wel iets, maar die enorme achtergrond die juist Jan de Koning zo'n belangrijke rol gaf, die heb ik niet. Hoogstens kan ik redelijk goed aanvoelen hoe het bedrijfsleven over bepaalde onderwerpen denkt.”

De tussenbalans opmakend na anderhalf jaar ministerschap blijkt dat Andriessen in de partijblad profetische woorden heeft gesproken.

De hem toebedachte rol van Lubbers' rechterhand maakt hij niet waar. Andriessen is de verdediger van de belangen van Economische Zaken en niet depoliticus voor het Algemeen Belang. Bij de discussie over de Tussenbalans speelde Andriessen geen sleutelrol.

Na een intermezzo van bijna vijfentwintig jaar valt het ambt van minister hem zwaar, zo valt te beluisteren bij zijn naaste medewerkers. Het “kamerbedrijf” (dixit Andriessen) is zeer complex geworden in vergelijking met vroeger. De vergadercultuur rondom het Binnenhof heeft ertoe geleid dat er veel meer op de details wordt gelet, een groot verschil met vroeger toen de Kamer zich meer beperkte tot de hoofdlijnen. En Andriessen is een man van de grote lijnen. Bij de begrotingsbehandeling van zijn departement vorig jaar oktober beklaagde Andriessen zich erover dat de grote lijn van het EZ-beleid onderbelicht blijft, omdat veel belangrijke zaken in zogenoemde uitgebreide commissievergaderingen wordt besproken. “Het is de democratie die mij dit oplegt”, zei Andriessen toen.

Lubbers hoopte met de benoeming van Andriessen het niet al te grote vertrouwen van de werkgevers in het nieuwe kabinet te vergroten.

Daarin is de minister-president geslaagd. In een vraaggesprek met Vrij Nederland zette Andriessen in september vorig jaar zijn filosofie uiteen: “Als ik alleen te maken had met het bedrijfsleven, zou ik hier een hemel op aarde hebben. Helaas heb je ook met politiek te maken”.

Andriessen verdedigt de belangen van zijn departement goed, zo menen de woordvoerders economische zaken van zowel CDA- als PvdA-fractie. Ze verwijzen onder meer naar de discussie over de investeringssubsidies.

Minister Kok van financien wilde de rekening van de WIR-tegenvaller op het bedrijfsleven verhalen. Dat was volgens Andriessen in strijd met eerder gemaakte afspraken. De strijd die tussen Economische Zaken en Financien losbrandde, typeerde Andriessen als “een politieke slijtage-slag”. Het bedrijfsleven was tevreden over het bereikte compromis.

Bij de Tussenbalansdiscussie wilde minister Kok de speciale fiscale investeringsaftrek voor het midden- en kleinbedrijf schrappen. Te vuur en te zwaard heeft Andriessen dit verdedigd. Ondernemend Nederland haalde opgelucht adem.

En deze week bleek de kamercommissie voor economische zaken zeer te spreken over de wijze waarop Andriessen de onderhandelingen heeft gevoerd met Volvo Zweden en het Japanse Mitsubishi over een evenredige deelname in Volvo Car BV. “Als een vis in het water zo voelt de ondernemer Andriessen zich bij de onderhandelingen, blij dat het politieke gekissebis over de Tussenbalans voorbij is”, meent een functionaris van Economische Zaken.

Bij de start van het kabinet bestond binnen de PvdA-fractie in de Tweede Kamer de vrees dat minister Kok aan Andriessen een geduchte tegenspeler zou hebben. Immers, over thema's als de koppeling van de uitkeringen aan de loonontwikkeling in het bedrijfsleven, en belastingverlaging dachten de ex-werknemersvoorzitter en de ex-werkgeversvoorzitter geheel verschillend. “Na anderhalf jaar blijkt Andriessen niet die 'countervailling power' te zijn, die we vreesden”, zegt een vooraanstaand PvdA-fractielid.