Akkoord Koerden en Irak wekt in Turkije geen openlijke scepsis

ISTANBUL, 27 APRIL. Laconiek zijn tot nu toe de officiele Turkse reacties op de toenadering tussen Koerdische leiders en de Iraakse president Saddam Hussein. Net als in Iran wordt de hoop uitgesproken dat het te sluiten akkoord de toestand zal verlichten van de vluchtelingen - op de Turkse staatsmedia nooit Koerdisch maar Noordiraaks genoemd - die zich in de grensgebieden hebben opgehoopt. Van scepsis wordt niet openlijk blijk gegeven.

Er zijn twee factoren die Ankara met zorg moeten vervullen, maar die nog niet doorklinken in de officiele reacties. De eerste betreft de vernieuwde perspectieven op overleving van het regime van Saddam Hussein. De omhelsbaarheidsfactor van de dictator is dramatisch toegenomen nu Koerdenleider Talabani zich daartoe heeft geleend. Dit komt in conflict met de herhaalde betuigingen van de Turkse president Ozal dat Saddam “de rug moet worden gebroken”.

Tijdens de Golfcrisis heeft de Turkse oppositie, en ook de pers, meer dan eens gewaarschuwd voor de mogelijkheid dat de Iraakse president de storm zou doorstaan en dat Turkije - dat hem gedurende de eerste Golfoorlog nadrukkelijk te vriend hield - zich na de tweede zou zien geconfronteerd met een wraakzuchtige nabuur.

Een opnieuw functioneren van de oliepijpleiding Kirkuk-Yumurcalik is, afgezien van de vraag hoeveel van de opbrengsten daarvan nu de Koerden ten goede zal komen, in het voordeel van beide staten en zal ook wel niet lang meer op zich laten wachten. Maar Ozal moet gruwen bij de gedachte dat ook hij zich wellicht vroeg of laat ziet geconfronteerd met de noodzaak, zich aan een omhelzing met de eens doodgewenste nabuur te onderwerpen.

De tweede factor behelst de vraag, of de hernieuwde beloften van autonomie voor de Iraakse Koerden hun weerslag zullen hebben op de constellatie in Turkije waar een vijfde van de bevolking Koerdisch is.

Dit gaat gepaard met bezorgdheid dat de PKK, de ruige organisatie die sinds 1984 een guerrilla voert in het zuidoosten van het land, garen moet hebben gesponnen bij de recente exodus van twee miljoen Iraakse Koerden, waarin zij vrijwel zeker is gepenetreerd en waaraan zij ook een groot aantal wapens moet hebben overgehouden benevens nieuwe steunpunten aan de Iraakse kant van de grens.

Talabani is nog kort geleden door Ozal naar Ankara uitgenodigd in een periode dat deze vermoedelijk een andere ontwikkeling in het nabuurland voorzag. Later zei hij dat Ozal zich had uitgesproken ten gunste van een federale oplossing voor de Koerden, niet alleen in Irak maar ook in Turkije. De Turkse president heeft dit tot nu toe bevestigd noch ontkend.

In het dagblad Milliyet voorziet commentator Mumyaz Soysal een ontwikkeling waarbij de wereldopinie, nu vervuld van ongekende belangstelling voor het lot van de Koerden, in versterkte mate zal aandringen op autonomie voor de Koerden in Turkije. Dit bleek reeds uit een aangenomen resolutie in het Europese Parlement en uit debatten van deze week in de Assemblee van de Raad van Europa. Wij moeten, zo schrijft hij, deze ontwikkeling voor zijn door zelf, van binnenuit, een zo grote mate van democratisering door te drijven dat de Koerden die behoefte aan autonomie vergeten.

In dezelfde krant betoogt Sami Kohen dat Turkije zich moet ontworstelen aan het 'Sevres-syndroom', genoemd naar het in 1920 gesloten verdrag waarbij, na de nederlaag van het Ottomaanse rijk, de Koerden een eigen staat in het uitzicht werd gesteld. Na het optreden van Ataturk werd dit drie jaar later vervangen door het verdrag van Lausanne waarin van de Koerden geen melding meer werd gemaakt. We moeten ons losmaken van de idee dat het Westen gevoelsmatig nog steeds is gebonden aan Sevres, aldus Kohen, en ons niet op sleeptouw laten nemen door een eventueel te verwezenlijken autonomie in het nabuurland Irak, doch liever in bilaterale contacten met Iran en Syrie, waar ook Koerden leven, ons beraden over de vraag hoe het separatisme het hoofd te bieden.