Zuidafrikanen verliezen greep op diamantproduktie van Botswana

De onderhandelingen over een nieuw contract tussen Botswana, naar verkoopopbrengst het belangrijkste diamantproductieland ter wereld, en De Beers, de Zuidafrikaanse groep die tachtig procent van de wereldmarkt voor ruwe (ongeslepen) diamanten verhandelt, duren dit keer veel langer dan verwacht. Op 31 december liep een voor drie jaren gesloten contract af.

Sommige Botswaanse politici willen het exclusieve verkoopcontract van De Beers veranderen zodat een deel van de produktie van het land onafhankelijk van het internationale kartel van de Zuidafrikaanse groep kan worden verkocht. Deze mogelijkheid zou aan Botswana een eigen 'venster op de markt' kunnen geven waarmee het land zelf kan bepalen wat zijn diamanten op de vrije markt waard zijn.

De Beers verzet zich tegen iedere verandering van de al vele decennia functionerende verkoopmethodiek.

Nicholas Oppenheimer, voorzitter van de Centrale Verkoop Organisatie (CSO) van de groep, beweert dat als Botswana ervoor kiest zijn produktie niet exclusief via zijn organisatie te verkopen, het vermogen van de CSO om de distributie van ruwe diamanten te reguleren wordt aangetast.

Hij zegt onder meer dat “de belangrijkste (diamant)producenten vrijwillig instemmen met het uitsluitend via een kanaal verkopen.

Daarom is de CSO in staat om een stabiele markt te bewerkstelligen door de verkoop van ruwe diamanten en kan zij deze nauwkeurig aanpassen aan de vraag van de consument.''

Maar volgens IDC (Holdings), een in Londen gevestigde onafhankelijke diamanthandelsgroep, naar eigen zeggen de belangrijkste handelaar in ruwe diamanten die niet aan de CSO is gebonden, is de houding van de CSO “onredelijk en bovendien gebaseerd op een idee dat in feite weinig houvast biedt.”

Als Botswana tien procent van zijn ruwe-diamantproduktie, ter waarde van ongeveer 100 miljoen Amerikaanse dollar, buiten de CSO (die ruwe diamanten uit de hele wereld met een waarde van ongeveer vier miljard dollar per jaar verkoopt) om zou verkopen, dan zou dat volgens IDC geen enkelebedreiging vormen voor de stabiliteit van de wereldmarkt.

IDC beweert dat volgens schattingen van deskundigen niet minder dan vijftig procent van de winst van De Beers op diamanten in 1989 uit Botswana kwam. “Dat winstvolume staat in geen enkele verhouding tot de verkoop van diamanten door Debswana (de dochtermaatschappij van De Beers in Botswana) aan de CSO als percentage van de totale verkoopwinst van CSO”, aldus IDC.

Andere belangrijke productielanden zoals de Sovjet-Unie, Angola, Zaire en Australie verkopen hun produktie niet geheel aan de CSO en hebben daarom een eigen toegang tot onafhankelijke marktinformatie.

De IDC groep die ruwe diamanten op de markt brengt voor producenten uit Guinee, Guyana, Brazilie en de Centraal Afrikaanse Republiek en nu aan Botswana aanbiedt te bemiddelen bij een deel van haar verkopen, heeft echter ook eigenbelang in het spel.

IDC beaamt enerzijds dat de diamantindustrie de inspanningen van de CSO om de diamantmarkt stabiel te houden weliswaar toejuicht, maar zegt anderzijds dat “het feit dat de CSO onderdeel is van een agressieve, op het maken van winst gerichte ter beurze genoteerde vennootschap die primair verantwoordelijkheid is aan haar aandeelhouders, vaak uit het oog wordt verloren”

De CSO voert daartegen aan dat de argumenten van IDC niet deugen en zegt dat evenals andere producenten die diamanten verkopen aan de CSO, Botswana onafhankelijke taxateurs heeft aangesteld die de diamantproduktie en de marktprijs in de gaten houden en dat deze taxateurs uitstekend bekend zijn met marktcondities en diamantprijzen.

IDC voert aan dat de aangestelde taxateurs alleen controleren of het assortiment voldoet aan de kwalificaties van het desbetreffende monster en of de afgesproken prijs wordt betaald.

Het is niet de eerste keer dat de onderhandelingen over contractverlenging worden gevoerd na het verstrijken van de afloopdatum.

Er bestaat sinds 1987 een speciale relatie tussen de CSO en Botswana. Toen verkocht het land zijn gehele diamantvoorraad aan De Beers tegen naar schatting 250 miljoen Amerikaanse dollar en een aandelenbelang van 5,27 procent in de Zuidafrikaanse groep.

Volgens analisten zijn de huidige marktvoorwaarden niet gunstig voor Botswana om zijn eisen kracht bij te zetten.

De ruwe diamant prijzen zijn sinds de jaren dertig vrijwel ieder jaar gestegen, maar momenteel navigeert De Beers het meest succesvolle kartel ter wereld door een inzakkende markt. Recessie in de Verenigde Staten (de allergrootste markt voor diamanten), een lusteloze Japanse markt (de op een na grootste markt) en de Golfoorlog zijn hiervan de oorzaak.

Om de prijzen stabiel te houden ziet de CSO zich vaak bij weinig vraag genoodzaakt een diamantvoorraad aan te houden.

Botswana heeft dit jaar voor het eerst sinds 1982 te kampen met een begrotingstekort en heeft 600 miljoen dollar nodig voor investering in een van haar diamantmijnen - de Orapa.

De CSO zag recent kans een groot gedeelte van de ruwe diamantproduktie van de Sovjet-Unie en Angola in het kartel terug te brengen.

Voorts onderhandelt de CSO met de grote producent Argyle Diamonds uit West-Australie, die wel wil bij de CSO blijven als haar contract op 1 mei ten einde loopt - maar dan op gunstiger voorwaarden.

Een Botswana delegatie zal binnenkort een ontmoeting hebben met vertegenwoordigers van de CSO om uit de impasse te geraken. Verwacht wordt dat Botswana aan De Beers zal toegeven in ruil van financiele hulp van De Beers voor de Orapamijn. Het verwezenlijken van een eigen 'venster op de markt' zal Botswana dan naar de toekomst verleggen.

Financial Times.

    • Kenneth Gooding