Witte kinderjuf

Aertjan Grotenhuis bepleitte onlangs een simpele oplossing om de verplichtingen van de werkgever van de witte kinderoppas te verlichten: afschaffing van de verzekeringsplicht voor werknemersverzekeringen.

Het gemis van een werkloosheidsuitkering 'juist in een sector waar zwart werken eerder regel dan uitzondering is' zal volgens Grotenhuis 'niet al te zwaar wegen'. Als voorbeelden van de 'afschrikwekkende'

rompslomp waar de werkgever van de oppas mee te maken heeft, noemt Grotenhuis het uitrekenen van de sociale lasten over het witte salaris, het invullen van een ziekmeldingsformulier 'voor een weekje ziekte' van de oppas. Die ene dag vindt Grotenhuis voldoende om de oppas het recht op werkloosheidsuitkering, maar ook op ziekte- en arbeidsongeschiktheidsuitkering te ontzeggen.

Loonbelasting mag de witte kinderjuf van Grotenhuis wel afdragen, want 'een simpele loonheffing' is voor de meest werkgevers nog wel uitvoerbaar.

Voor Grotenhuis is oppassen - 'huishoudelijk werk' noemt hij het - een tweederangs baantje, waar een derderangs rechtspositie meer dan goed voor is. Het is veel eenvoudiger om voldoende kinderopvang te organiseren, met behoorlijke salarissen en een rechtspositie die de continuiteit waarborgt voor beide partijen. Met de slavernijconstructie die Grotenhuis bepleit, heeft Nederland overigens al meer dan twintig jaar ervaring in de vorm van alpha-hulpen. Ze hebben geen ontslagbescherming en worden uitgesloten van de werknemersverzekeringen. Al jaren strijden ze voor een betere rechtspositie. Zeer onlangs heeft de minister van sociale zaken en werkgelegenheid laten weten dat hij overweegt de gaten in de rechtspositie van de alpha-hulpen te dichten. Net nu er licht in de duisternis begint te komen voor de alpha-hulpen, wil Grotenhuis de kindermeisjes voor hele dagen terugsturen naar de middeleeuwen.