VEB wil onderzoek naar beursfonds Bobel

AMSTERDAM, 26 APRIL. De VEB gaat de aandeelhouders van Bobel oproepen zich achter het verzoek voor een enquete te scharen. Lukt het niet om de 500.000 aandelen bijeen te brengen die vereist zijn voor het inwilligen van het verzoek door de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof, dan zal de VEB de mogelijkheid van een civiele procedure tegen het beursfonds onderzoeken.

De VEB meent dat het “volstrekt onverantwoordelijk” is dat Bobel sinds vorig jaar zijn volledige vermogen van 166 miljoen gulden heeft uitgeleend aan de Zwitserse houdstermaatschappij Sasea. Sasea, dat wordt geleid door Fiorini, is tevens de meerheidsaandeelhouder van Bobel. “Sasea bevindt zich zich in acute solvabiliteitsproblemen”, aldus mr. R.A.E. de Haze Winkelman, directeur van de VEB, “Het is een vorm van wanbeleid om als beursgenoteerde belegingsmaatschappij aan zo'n partij geld te lenen”.

Vanaf eind vorig jaar trok de VEB reeds verschillende malen tevergeefs bij Bobel aan de bel voor een nadere toelichting op de lening aan Sasea. Obligaties van deze houdstermaatschappij waren toen door Zwitserse beurs reeds tot junk bonds gedegradeerd: de koers was dermate laag dat er een rendement van 40 procent op gemaakt kon worden. “Als Bobel dan vervolgens geld aan Sasea leent tegen slechts tien procent dan is dat een vorm van wanprestatie tegenover de aandeelhouders van Bobel”, meent De Haze Winkelman.

De directie van Bobel heeft geen commentaar op de aktie van de VEB. Directeur P.R. Meerloo weigerde vanochtend eveneens een toelichting te geven op het beleggingsbeleid onder verwijzing naar het jaarverslag van Bobel dat eind juni wordt verwacht.

Bobel werd eind 1989 als eerste fonds in de geschiedenis van het Damrak door het beursbestuur uit de officiele notering verwijderd bij wijze van waarschuwing voor de beleggers. Dit nadat Fiorini, diens zakelijke partner Parretti en de begeleidende bank Credit Lyonnais Bank Nederland, niet in staat bleken tijdig toelichting te verschaffen op ambitieuze plannen die werden gekoesterd voor de omvorming van Bobel in een “Europees media-concern”.

Nadat van deze plannen nooit meer iets werd vernomen, publiceerde Bobel eind vorig jaar een “Investeringsstrategie”, waaruit opgemaakt kon worden dat het fonds zich zal richten op “investeringen in de dienstensector, onroerend goed en industrie”. Daarmee kreeg Bobel zijn officiele beursnotering terug.

De investeringsstrategie (een velletje A-4) is volgens De Haze Winkelman echter volstrekt nietszeggend. “Het is onbegrijpelijk dat de beurs hiermee genoegen neemt”, aldus de VEB-directeur. Ook gesprekken met de Bobel-directie en de voorzitter van de raad van commissarissen, ing. J. Kraaijeveld van Hemert, leverden geen nadere helderheid op, aldus De Haze Winkelman.