Vaticaan in geweer tegen zondig kapitalisme

De paus komt binnenkort met een nieuwe, sociale encycliek. De brief zal waarschijnlijk in het teken staan van morele kritiek op het kapitalisme. Links jargon van een doorgaans conservatieve paus.

Nu de communistische ideologie officieel failliet is verklaard - althans in Europa - gaat de katholieke kerk steeds opener kritiek leveren op wat gezien wordt als de uitwassen van het kapitalistische stelsel. Na het goddeloze communisme is nu het zondige kapitalisme het doelwit.

Hoewel hij wegens zijn nadruk op de hierarchie en zijn verzet tegen voorbehoedmiddelen en abortus vaak als een conservatieve paus wordt beschouwd, gebruikt Johannes Paulus II hierbij regelmatig bewoordingen die rechtstreeks lijken te komen uit oudere programma's van linkse partijen, voordat daar begrippen als haalbaarheid en zakelijkheid hun intrede deden. Economische haalbaarheid is in het Vaticaan ondergeschikt aan het morele imperatief.

In een poging een nieuw sociaal geweten te vormen heeft de paus 1991 uitgeroepen tot het jaar van de sociale leer van de kerk. Binnenkort wordt een nieuwe sociale encycliek verwacht, ter gelegenheid van het eeuwfeest op 15 mei van de encycliek Rerum novarum, de pauselijke brief waarin Leo XIII het fundament heeft gelegd voor de sociale leer van de katholieke kerk.

Bronnen in het Vaticaan hebben gezegd dat hierin de nadruk zal worden gelegd op de schaduwzijden van veel kapitalistische samenlevingen: werkloosheid, misdaad, mensen die onder het bestaansminimum leven terwijl hun buren stikken in de luxe. Ook de noodzaak van een betere internationale verdeling van de rijkdom is een thema dat de paus in het verleden regelmatig heeft aangestipt en dat in de nieuwe encycliek een grote rol zal spelen.

In een eerste versie van de encycliek - waarvan begin deze week delen zijn gepubliceerd door het weekblad Panorama - staat dat de afgelopen jaren niet alleen de “radicale ontoereikendheid” van de communistische systemen hebben laten zien, maar ook “de radicale noodzaak tot hervormingen” van het kapitalisme. Daarom is het nu een gunstig moment “om het economische wereldsysteem, behalve op basis van duurzame economische concepten, te reconstrueren op basis van morele waarden, die de planeconomie en een eng en bijziend kapitalisme overstijgen.”

Bij herhaling heeft Johannes Paulus gezegd dat de ineenstorting van de communistische regimes in Oost-Europa niet kan worden gezien als een overwinning van het kapitalisme. Triomfalisme is niet op zijn plaats, want het Westen is een “spirituele woestijn”. De steun van de paus voor een democratisch bestel kan niet in twijfel worden getrokken.

Maar in de eerste versie van de encycliek schrijft hij dat ervoor gezorgd moet worden dat mensen die net bevrijd zijn uit de slavernij van de communistische regimes, “niet onderworpen worden aan een ander soort ketens, ook al lijken ze van goud en licht om te dragen”.

Zijn boodschap lijkt daarom vooral gericht te zijn op de voormalige communistische landen, waar in veel opzichten een nieuw samenlevingsmodel moet worden opgebouwd. Na de rol die de katholieke kerk heeft gespeeld in de oppositie tegen het communisme hoopt de paus voor de katholieke kerk een belangrijke plaats te verwerven in het post-communistische tijdperk.

Voor Johannes Paulus II is er helemaal geen sprake van een einde aan de geschiedenis, een mondiaal einde van de ideologie waarin de wereld zich eensgezind achter het waardenstelsel van het kapitalistische Westen schaart. Integendeel, aan de vooravond van het derde millenium is het tijd voor een bezinning op wat lang als vanzelfsprekend is beschouwd.

Veel van de eerdere sociale encyclieken waren - impliciet of expliciet - gericht tegen het marxisme. Maar nu het communisme ook als utopie grotendeels heeft afgedaan, is er ook meer aandacht van de sociale schaduwzijden van de Westerse samenlevingen. De katholieke kerk is niet meer gebonden aan een verdediging van het Westerse waardenstelsel door dat te contrasteren met het stelsel in de communistische landen.

De kerk heeft meer gelegenheid om haar universele aspiraties te onderstrepen.

Vier jaar geleden al stelde de paus het “marxistisch collectivisme” op een lijn met “kapitalisme van de vrijhandel”.

In dezelfde encycliek schreef hij met nadruk geen 'derde weg' te zoeken tussen kapitalisme en communisme. Eerder deze eeuw was bij pausen als Pius XI enige nostalgie merkbaar naar de middeleeuwse christelijke staat. Maar het idee dat uit het katholieke geloof een bepaalde samenlevingsmodel kan worden afgeleid, is sinds het Tweede Vaticaanse Concilie van 1962-65 verworpen, al houdt deze paus zich wel met meer nadruk dan zijn directe voorgangers het recht voor om bepaalde morele criteria te stellen, bij voorbeeld op het gebied van abortus.

De katholieke kerk “heeft geen technische oplossingen te bieden,” schreef de paus in genoemde encycliek. “Zij stelt geen economische en politieke systemen of programma's voor.” De sociale leer die Rome verkondigt, behoort “niet tot het terrein van de ideologie, maar tot dat van de theologie en in het bijzonder de morele theologie”.

Pag. 14: .

Paus begeestert links met kritiek op homo economicus .

Een vaak terugkerend punt van kritiek is dat de paus onvoldoende duidelijk maakt wat zijn sociale kritiek voor gevolgen heeft voor het samenlevingsmodel. In 1987 sprak hij over “structuren van zonde” en de “perverse effecten” van een bepaalde manier van produceren.

Eerder deze maand was - voor het eerst sinds twintig jaar en tekenend voor de hernieuwde aandacht van de kerk hiervoor - door de Italiaanse bisschoppen een 'sociale week' georganiseerd. Op de afsluiting daarvan zei de paus: “De kerk verkondigt dat winst niet het hoogste criterium van het economische leven kan zijn, en evenmin het uiteindelijke doel.” In de eerste versie van de encycliek staat dat er grenzen moeten komen aan het prive-bezit en het gebruik ervan, “opdat we niet vervallen in de excessen van een ongeremd economisch liberalisme of van een wild kapitalisme met de consequenties die we nog altijd betreuren in het westelijke gedeelte van de wereld.”

De vraag wat dat betekent voor de markteconomie blijft onbeantwoord. Juist omdat het idee van een derde weg, van een eigen samenlevingsmodel, wordt verworpen, is de oplossing van de paus een morele waarde: solidariteit. In zijn encycliek uit 1987 doet de paus een aantal concrete voorstellen: hervorming van het internationale handelsstelsel met zijn protectionisme; hervorming van het monetaire en financiele stelsel; betere uitwisseling van technologie; en herziening van de structuren van de internationale organisaties. Bij de uitwerking hiervan schrijft hij dat de mensheid behoefte heeft aan een nieuwe internationale orde, een die in het teken staat van de solidariteit. “De sterkste en meest begiftigde landen moeten de imperialismen van ieder type en het plan om hun eigen hegemonie te bewaren, overwinnen en zich moreel verantwoordelijk voelen voor de andere, opdat een waarlijk internationaal stelsel wordt geinstalleerd dat steunt op het fundament van de gelijkheid van alle volken en op het noodzakelijke respect van hun legitieme verschillen.”

Met zijn kritiek op de homo economicus en met zijn nadruk op verdeling van de rijkdom, op het garanderen van een bepaald bestaansminimum en op de noodzaak van een nieuwe internationale orde, heeft de paus in ieder geval een deel van Italiaans links weten te begeesteren. Het vacuum binnen de ex-communistische Democratische partij van links, ideologisch een wees nadat de communistische vaders zijn afgezworen, wordt voor een deel opgevuld door de Poolse paus. Vooral zijn pacifistische uitspraken tijdens de Golfoorlog kregen veel instemming, en partijleiders kwamen luisteren op het Sint-Pietersplein. De linkse filosoof Massimo Cacciari zei: “Als Europa niet opnieuw wordt geevangeliseerd, is het verloren.”

Volgens de paus moet de mens de maatstaf zijn voor politieke systemen: kan hij zich in vrijheid ontplooien, kan hij in zijn minimumbehoeften voorzien, is er sprake van een zekere mate van gelijkheid en solidariteit. Hierin lijkt hij aan te sluiten bij het 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' van de Franse revolutie, terwijl de katholieke kerk jarenlang het erfgoed van de Verlichting heeft bestreden. Op zijn reis vorig jaar naar Tsjechoslowakije heeft de paus bovendien met nadruk gezegd dat het gemeenschappelijke erfgoed van de Europese landen verder teruggaat dan de Verlichting, tot de gemeenschappelijke christelijke wortels. Daarom zijn er nog veel vragen bij het 'christelijk socialisme' dat de paus voorstaat. De opstelling van de katholieke kerk in het ideologische en maatschappelijke laboratorium van de voormalige communistische landen, en de nieuwe encycliek, moeten hierin meer duidelijkheid brengen.

De paus wil in zijn encycliek - de derde van zijn hand over sociale thema's - verder bouwen op het fundament dat is gelegd door Rerum novarum, de eerste sociale encycliek. Honderd jaar geleden vormde paus Leo XIII hiermee in 45 hoofdstukken de basis voor een katholieke sociale leer die in veel opzichten nog steeds geldt. Lustra vormden aanleiding voor nieuwe encyclieken. Pius XI publiceerde precies veertig jaar later Quadragesimo Anno, en daarna is er - met uitzondering van 1951 - iedere tien jaar verder geborduurd op het thema van Rerum novarum.

Rerum novarum (Over nieuwe zaken) vormt een breekpunt, een poging van de katholieke kerk om uit haar isolement te komen en een handvat te vinden voor de sociale kwestie die het gevolg was van de snelle industrialisatie en de explosieve groei van het industriele proletariaat. Ook zocht Rome naar een antwoord op de opkomst van de arbeidersbeweging en het in veel opzichten anti-clericale socialisme.

In de decennia daarvoor had de katholieke kerk de moderne tijd verworpen. De vernieuwing gebeurde buiten de kerk en de politieke veranderingen keerden zich vaak tegen haar. Nog maar 25 jaar daarvoor was een definitief einde gekomen aan de pauselijke staat. En in 1864 noemde Pius IX het nog ondenkbaar dat “de Romeinse pontifex zich kan en moet verzoenen met de vooruitgang, het liberalisme en de moderne beschaving.”

Het socialisme is volgens de encycliek “een valse remedie” en een aanslag op het prive-bezit, dat essentieel was voor de verwezenlijking van de mens. Toch is Leo XIII wel “de paus van de arbeiders”

genoemd. Hij pleitte voor regels voor vrouwen- en kinderarbeid, invoering van een rustdag, een arbeidsduur waarbij rekening wordt gehouden met de zwaarte van het werk en de seizoenen, en voor een “rechtvaardig loon”: als dit niet voldoende was om “een sobere en eerlijke arbieder” in zijn levensonderhoud te laten voorzien, was het contract op basis van een “natuurlijk recht” ongeldig.

De staat moest maatregelen nemen om uitbuiting te voorkomen en een rechtvaardig loon te garanderen, en zich in het algemeen “verdediger maken van de arbeiders”. “Monopolie van de produktie en de handel”

moest worden bestreden, net als de concentratie van rijkdom in de handen van weinigen. Deze oproep tot een actieve interventie van de staat vormde een radicale breuk met het bestaande katholieke gedachtengoed, al tekende Leo XIII hierbij aan dat “de mens voor de staat komt”.

Deze gedachte is later - in Quadragesimo anno en nog sterker in Mater et magistra - uitgewerkt in het subsidiariteitsbeginsel: alles wat het particulier initiatief en intermediaire groepen kunnen doen, moet daaraan worden overgelaten. De staat moet niets doen wat op lager organisatie-niveau ook kan gebeuren, maar moet zich beperken tot coordinatie en hulp.

Met de economische ontwikkelingen verandert ook het aandachtsterrein van de sociale encyclieken. Rerum novarum beperkte zich tot de problemen van het proletariaat, maar na de beurskrach in 1929 heeft Pius XI een groter kader nodig. De snelle economische groei en de dekolonisatie brengen Johannes XXIII en Paulus VI, beinvloed door de contacten met de bisschoppen uit de Derde wereld op het Tweede Vaticaans concilie van 1962-65, tot de constatering dat het sociale vraagstuk een mondiaal niveau heeft aangenomen.

Pius XI streeft in 1931 nog naar een christelijke sociale orde, in een encycliek die naast een veroordeling van het communisme ook veel kritiek op het liberalisme en het kapitalisme bevat. Zijn antwoord hierop is een christelijke sociale orde en humanisering van de arbeid.

Beroemd is zijn uitspraak: “De levenloze materie komt verrijkt uit de fabriek, de mensen daarentegen worden er vernietigd en vernederd.”

Maar zijn steun voor een corporatistische samenleving is gebruikt als een legitimatie voor autoritaire regimes om verschillende klassen met elkaar proberen te verzoenen.

In de jaren zestig komt het probleem van de groeiende kloof tussen rijke en arme landen op. Het antwoord hierop van Johannes en Paulus is een pleidooi voor een betere verdeling van de rijkdom, waarbij zij zich nadrukkelijk tevens richten op de niet-gelovigen. Ook dan al is er, bij voorbeeld in Populorum progressio, kritiek op de grote nadruk in de samenleving op het hebben in plaats van op het zijn, en het verzet tegen een “onbeteugelde” of “wilde” vorm van kapitalisme is een constante in de encyclieken.

Voor Johannes Paulus blijft de internationale verdeling van de beschikbare rijkdom een centraal vraagstuk, zeker na de constatering dat er grenzen aan de groei zijn. Bovendien hebben de consumptiedrang en de materialisering in de rijkere landen een ander, nieuw sociaal probleem opgeroepen. In 1987 schreef hij dat mensen “slaven (zijn geworden) van bezittingen en onmiddellijke behoeftebevrediging, zonder andere horizons.” Het is een vraagstuk dat in zijn ogen alleen maar opgelost kan worden door een nieuwe moralisering, met daarbij de hoop dat de Oosteuropese landen de beste voedingsbodem vormen en dat zij zo een nieuw perspectief kunnen bieden aan de Westerse landen die lang, op politiek en economisch gebied, hun aspiraties hebben gesymboliseerd.

tabel:

Overzicht van de sociale documenten van de katholieke kerk.

15.5.1891 Rerum novarum - (de dorst naar) nieuwe zaken. Een keerpunt, de eerste encycliek over sociale problemen. Paus Leo XIII bepleit actieve bemoeienis van de staat met sociale problemen en maakt de weg vrij voor de vorming van katholieke vakbonden.

15.5.1931 Quadragesimo anno - in het veertigste jaar. Pius XI schetst een soort derde weg tussen kapitalisme en socialisme, met steun voor de corporatistische pogingen om werkgevers en werknemers te verenigen.

15.5.1961 Mater et Magistra - moeder en leermeester. Johannes XXIII wijst op de kloof tussen arme en rijke landen, pleit voor de sociale staat en suggereert werknemers deel te laten nemen in het eigendom van een bedrijf.

11.4.1963 Pacem in Terris - vrede op aarde. In zijn pleidooi voor vrede doet Johannes XXIII een toenaderingspoging naar de communistische landen door te zeggen dat die zich ook, ondanks een valse doctrine, in de richting van een rechtvaardiger en vrijer samenleving kunnen bewegen.

7.12.1965 Gaudium et spes - vreugde en hoop. Een document van het Tweede Vaticaans concilie over de kerk in relatie tot de veranderde wereld, waarin kritiek wordt geleverd op economische monopolies en werk een activiteit wordt genoemd waarmee mensen zich verwezenlijken.

26.3.1967 Populorum progressio - de vooruitgang van volken. Paulus VI schrijft dat de sociale kwestie een mondiaal niveau heeft bereikt en dat ontwikkeling de nieuwe naam van vrede is.

14.5.1971 Octagesima adveniens - de tachtigste verjaardag. Een brief aan de voorzitter van de commissie Justitia et pax waarin Paulus VI een aantal nieuwe problemen analyseert, zoals urbanisering, werkloosheid, emigratie, de rechten van de vrouw

14.9.1981 Laborem exercens - werk uitoefenend. Johannes Paulus II verdedigt de rechten van arbeiders en zegt dat werk, als activiteit van de mens, een eigen waarde heeft die in het economische en materialistische manier van denken ten onrechte is gereduceerd tot zijn marktwaarde.

30.12.1987 Sollecitudo rei socialis - zorg over de sociale zaak. Johannes Paulus II bepleit grotere internationale solidariteit om de ontwikkeling van alle landen en mensen mogelijk te maken, en verwerpt hierbij de louter economische uitleg van het begrip ontwikkeling.