Universiteiten hoeven succes student niet te voorspellen

ROTTERDAM, 26 APRIL. Universiteiten en hogescholen hoeven niet te beoordelen of studenten in staat zijn hun studie na de propaedeuse in drie jaar af te ronden om ze de toegang tot een studie te kunnen weigeren. Ze kunnen hen ook weigeren als blijkt dat de student in het eerste jaar van zijn studie onvoldoende studiepunten heeft verzameld of essentiele vakken niet heeft gehaald.

Dit blijkt uit een voorstel tot wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat minister Ritzen (onderwijs) voor advies naar de Raad van State heeft gezonden.

De minister stelde eerder voor de prognose als criterium voor een bindend studie-advies te gebruiken. Met name de universiteiten waren daar tegen omdat zo'n voorspelling erg moeilijk is en niet afdoende te beargumenteren als de student tegen zo'n advies in beroep zou gaan. In het oude voorstel ging Ritzen er overigens ook vanuit dat het studie-advies gebaseerd zou zijn op de resultaten van de student in het eerste jaar.

In het gewijzigde voorstel mogen de universiteiten en hogescholen zelf bepalen hoeveel studiepunten een student in zijn eerste jaar minimaal moet halen of welke vakken hij dan in elk geval moet hebben gedaan.

Voldoet een student niet aan deze eisen dan hoeven ze hem niet opnieuw voor die studie aan dezelfde universiteit of hogeschool in te schrijven. De student kan dan wel diezelfde studie aan een andere instelling volgen. Ook mag hij een andere studie aan zijn universiteit of hogeschool beginnen. Universiteiten en hogescholen blijven vrij in het al dan niet gebruiken van het bindend studie-advies.