Saneren in de haven

Het zijn roerige tijden aan de oevers van de Rotterdamse Maas. De drie concerns Internatio-Muller, Van Ommeren Ceteco en Nedlloyd worstelen met hun strategie. Na jaren van diversificatie is nu - onder druk van tegenvallende resultaten - concentratie op de kernactiviteiten het motto. Maar met die koerswijziging is het vertrouwen van de aandeelhouders nog niet herwonnen.

Waar vriend en vijand van Internatio-Muller al langer op aandrongen, lijkt nu te zullen gebeuren. Het Rotterdamse Internatio heeft een keuze gemaakt uit de drie divisies techniek, handel en transport en haven. Ten koste van de laatste. Als bestuurs-voorzitter drs M.

Thomassen en zijn mensen inderdaad de daad bij het woord voegen, blijft er een beter bestuurbaar concern over, zo is de algemene verwachting.

“We zijn tot de conclusie gekomen dat Internatio te breed is. We gaan ons concentreren op de activiteiten waarin we sterk zijn”, vatte Thomassen de resultaten van de vorig jaar in gang gezette strategische herorientatie samen. Met die vaststelling en de daaruit getrokken conclusie houdt de duidelijke taal van Thomassen op. Niet alleen blijft een verklaring voor het gebrek aan samenhang tussen de technische installatie werkzaamheden en de handel in chemische of farmaceutische produkten achterwege.

Ook heult IM zich in nevelen over mogelijk winstherstel. De aandeelhouders moeten het onder meer doen met de mededeling in het jaarverslag dat “onzekere economische vooruitzichten” hiervoor aanleiding zijn. Wat moeten de aandeelhouders daarvan denken? Die willen iets meer duidelijkheid over mogelijk rendement op hun investering. Bijvoorbeeld een aanwijzing dat het rendement op hun aandelen hoger is dan de banken hen geven op een eenvoudige deposito-rekening. En die aandeelhouders moeten het bestuur van een onderneming kunnen aanspreken op hun toekomstverwachtingen. Anders blijven er louter aandeelhouders over met speculatieve intenties.

En speculatie ligt bij IM nog steeds op de loer. Bij gebrek aan synergie tussen techniek en handel en door de geringe binding van de holding met de werkmaatschappijen, blijft verdere opslitsing door een vijandige derde tot de mogelijkheden behoren. Daar komt bij dat nu ook de opbrengst van de aangekondigde deconsolidaties bron van speculatie is. Want daarover spreekt IM zich niet uit, terwijl het toch aardig is voor een aandeelhouder om enig inzicht te hebben in al dan niet te verwachten boekwinsten.

Niet bekend

En wat zullen de in de etalage gezette automatiseringsdochters opbrengen? Dat daar overigens een betere markt voor is dan voor de stuwadoorsdeelnemingen heeft Getronics al laten blijken.

Want wie stapt er straks in containeroverslagbedrijf ECT, samen met Koninklijke Frans Swarttouw en Combined Terminals Amsterdam voor meer dan honderd miljoen gulden in de boeken bij Internatio? ECT staat met de bouw van 8 nieuwe containerterminals voor grote investeringen maar heeft met de NS (12 procent) en Nedlloyd (44 procent) nog twee aandeelhouders die hun financiele middelen zelf hard nodig hebben. Dat gegeven is voor een eventuele koper van het IM-belang alleen al een reden om daarvoor niet te veel neer te tellen.

Niet alleen Internatio heeft ingezien dat drie te veel van het goede is. Bij buurman Van Ommeren Ceteco worden de handelsactiviteiten al weer onder de loep genomen. Met de inlijving van Ceteco in 1988 nog fors uitgebreid, heeft de nieuwe bestuurs-voorzitter van VOC, drs C.J.

Van den Driest, onlangs laten weten dat de handelsdivisie eerst moet worden gesaneerd. Maar tegelijkertijd liet hij doorschemeren dat daarna afstoting niet is uitgesloten.

Eind vorig jaar gingen bestuursperikelen en overnamegeruchten aan de ferme taal van Van den Driest vooraf. Hij lijkt - anders dan collega Thomassen van Internatio - de voorkeur te geven aan transport en opslag. Ook Van den Driest wil doen waar VOC goed in is.

Diversificatie heeft ook VOC niet minder kwetsbaar gemaakt. Een dure les. Dat de boekwaarde van Ceteco nog maar de helft is van de circa 160 miljoen gulden waarvoor het is gekocht, hebben vooral de trouwe aandeelhouders van VOC op de koop toe moeten nemen.

Op loopafstand van Internatio en VOC staat het hoofdkantoor van Nedlloyd. Tot 1988 dacht Nedlloyd nog zowel te land, ter zee als in de lucht een rol van betekenis te kunnen spelen. Sindsdien gaat het ook daar om nog maar twee kernactiviteiten. Maar de containerlogistiek en het wegtransport leveren niet de gewenste resultaten op. Ook dit jaar zullen die volgens topman H. Rootliep nog verlieslijdend zijn. En evenals bij Internatio zullen desinvesteringen de uiteindelijke resultaten stevig beinvloeden.

De Vereniging van effectenbezitters (VEB) zal de Noor Torstein Hagen (onder meer met de Luxemburgse beleggingsmaatschappij Marine Investments grootaandeelhouder in Nedlloyd) een steuntje in de rug geven bij zijn pogingen invloed op het beleid van het Rotterdamse transportconcern uit te kunnen oefenen. De VEB probeert de kleine aandeelhouders te mobiliseren voor de algemene vergadering van aandeelhouders eind mei. En daarmee neemt bij Nedlloyd de druk van ontevreden aandeelhouders toe. De VEB en Hagen spelen in op hun geduld. Dat kan niet te lang op de proef worden gesteld, weten zij.

Want van drie naar twee is een. Rendement is vers twee. En dat willen aandeelhouders.