Politiek bierdrinken; Friedrich Delius over de legendarische pereboom

Friedrich Christian Delius: Die Birnen von Ribbeck. Uitg. Rowohlt, 79 blz. Prijs (f) 29,50.

Voor zijn novelle Die Birnen von Ribbeck baseerde Friedrich Christian Delius (1943) zich op Fontane's ballade Herr von Ribbeck auf Ribbeck im Havelland (1889), een gedicht dat een eeuw geleden het nietige dorpje Ribbeck bij Potsdam een zekere faam bezorgde. In Fontanes lofzang op het verlichte regentendom trakteert de sympathieke Pruisische landjonker von Ribbeck de buurtkinderen op peren uit zijn boom. Duitse scholieren moesten deze verzen ten tijde van het keizerrijk uit hun hoofd leren en kregen van de meester met een rietje wanneer ze bij het opzeggen haperden.

De ballade van de legendarische pereboom die na de dood van de kindervriend op diens graf zou zijn gegroeid is op symbolische wijze verweven met de recente Duitse geschiedenis. Dat de werkelijke boom al in 1911, toen het Wilhelminische Duitsland op zijn laatste benen liep, zo vermolmd was dat een zwak briesje in staat was hem te vellen, kan achteraf als een aankondiging van de val van het Pruisische jonkerdom beschouwd worden. Delius vertelt dat er na de Tweede Wereldoorlog met de installatie van het SED-regime in de DDR geen plaats meer voor grootgrondbezitters a la Von Ribbeck was. Nu Duitsland verenigd is overweegt de stamhouder van de Von Ribbecks weer terug te komen naar het Havelland, zoals overal elders in de vroegere DDR burgers uit het westen met vergeelde eigendomspapieren de huidige bewoners de stuipen op het lijf jagen.

Er kan voorlopig geen punt achter de geschiedenis van de DDR worden gezet, een gedachte die waarschijnlijk de vorm van de aan de Duitse eenwording gewijde novelle bepaalde. Het verhaal bestaat uit een zin, een welhaast eindeloze monoloog van een inwoner van Ribbeck, wat al gauw een geforceerde indruk maakt; de lezer heeft geen kans om op adem te komen, de talloze komma's zonder uitzicht op een punt jagen hem als het ware door de tekst heen. Aan de andere kant verbeeldt Delius met deze tomeloze woordenvloed de opluchting van de Oostduitsers, nu ze voor het eerst kunnen zeggen wat ze willen.

GESCHOKT

Over het SED-regime laat de verteller uit Ribbeck zich genuanceerd uit. Hij zou de DDR niet terugwillen, daardoor is zijn vertrouwen in de mogelijkheden van het socialisme te zeer geschokt, maar de invoering van de vrije markt beschouwt hij niet alleen als een zege.

Hij beklaagt zich over de bergen fruit die liggen te rotten, omdat de burgers van de voormalige DDR liever westerse produkten eten. De nieuwe landgenoten uit het westen vieren feest in Ribbeck alsof ze de hoofdprijs uit de loterij gewonnen hebben. Die prijs is de DDR.

Het volksfeest dat de 'Wessies' aanrichten is geinspireerd op de traditionele 'Baumblute' in het Havelland, die altijd al veel Berlijners naar de bloeiende boomgaarden rond de Havelmeren trok. Dit keer echter vloeien bier en wijn bij wijze van politiek manifest; bovendien planten de gasten in Ribbeck een pereboom op de plaats waar ooit Fontane's boom gestaan zou hebben. Denken ze op die manier de tijden van weleer te doen herleven? Dat belooft dan niet veel goeds, want iedereen weet dat Fontane's gulle jonker een fabeltje is. De historische Von Ribbecks waren uitzuigers en onderdrukkers van het zuiverste water. Wat dat betreft hadden de SED-ideologen gelijk toen ze het geidealiseerde model van de jonker in schoolleerboekjes vervingen door forse tractorbestuursters en goudeerlijke agitatoren; die werkten tenminste voor het algemene nut.

Geen van de figuren in Die Birnen von Ribbeck komt echt uit de verf, maar daar ging het Delius ook niet om. De wanhoop van de Oostduitse bevolking, die zich van de eenwording iets anders had voorgesteld dan een nieuwe onderdrukking, dit keer niet door communisten maar door westerse kapitalisten, maakt hij goed voelbaar.