Philips en de veranderingen

'Het besef dat Philips, dat door velen als een symbool van kracht en ondernemingszin wordt beschouwd, kwetsbaar en mogelijk niet onvergankelijk bleek te zijn, werd zowel binnen als buiten de onderneming als een grote schok ervaren.

....... 'Wij betreuren het zeer dat de noodzaak tot diep ingrijpen het verlies van zoveel banen met zich brengt. Er is echter geen andere weg om het voortbestaan van de onderneming te waarborgen.' ....... Was getekend: J.D. Timmer, President Tot zover enkele regels uit de aanhef en de laatste alinea van het voorwoord van de president in het jaarverslag van Philips over 1990. Hoe snel het kan verkeren blijkt, wanneer je het Philips jaarverslag over 1989 nog eens overleest. 'Ons beleid van de afgelopen jaren is erop gericht om onze resultaten stap voor stap te verbeteren en onze concurrentiepositie te versterken. Ook in 1989 hebben wij deze doelstellingen gerealiseerd; de nettowinst steeg met 30% tot f 1.374 miljoen. Dit is het hoogste winstbedrag dat Philips ooit bereikt heeft.' ....... 'Onze medewerkers kunnen er trots op zijn dat het met de onderneming de goede kant uitgaat' ....... Was getekend: C.J. van der Klugt, President. Een jaar en een president verder is het beeld van de Philips Groep inderdaad schokkend veranderd. De omzet is ten opzichte van het vorige jaar 3 procent gekrompen. In 1990 is het personeelsbestand teruggelopen van 293.000 tot 272.800.

Het genoemde netto winstcijfer in 1989 van 1,4 miljard gulden is in 1990 omgeslagen in een verlies van 4,2 miljard gulden. De figuur 'Vijf jaar Philips resultaten' brengt dit laatste in beeld. Voorgesteld wordt de aandeelhouders dit jaar geen dividend uit te keren. Vorig jaar was dit nog twee gulden per aandeel van 10 gulden.

Het miljardenverlies dat het verslag over 1990 laat zien, is een gevolg van de drastische herstructurering en vernieuwing die op gang is gebracht. In 1990 wordt daarvoor ruim 4,6 miljard gulden ten laste van het bedrijfsresultaat gebracht. Een bedrag dat hoofdzakelijk (3,8 miljard gulden) nodig is voor afvloeiingsregelingen van personeel. De tabel laat zien hoe de produktsectoren bijdragen aan de omzet en ook hoe de kosten van de Philips-perestroika over de sectoren zijn verdeeld. Het totale bedrijfsresultaat exclusief herstructurering (2,3 miljard gulden) is niet eens zoveel lager dan dat van vorig jaar (2,6 miljard gulden). Maar een nadere blik op de afzonderlijke produktsectoren leert, dat het geen kwaad kan eens achter zo'n totaalcijfer te kijken. Het ogenschijnlijk meevallende totaal wordt veroorzaakt door een krachtige verbetering van de sector Consumentenprodukten. Dit is dan ook de produktsector waar president Timmer met een drastische verbouwing in voorgaande jaren naam heeft gemaakt. Het valt te hopen dat dit deelsucces model staat voor wat er met de groep als geheel staat te gebeuren.

Bij de overige sectoren is duidelijk dat harde ingrepen onvermijdelijk waren. Vooral bij Professionele Produkten en Systemen (waar het bedrijfsresultaat van 128 miljoen gulden naar 18 miljoen gulden terugliep) en bij Componenten - chips en zo -, waar weliswaar minder verlies werd gemaakt (11 miljoen gulden) dan in 1989 (101 miljoen gulden), maar toch verlies. Het zijn dan ook deze twee sectoren waar de herstructurering het hardst ingrijpt.

Na aftrek van de kosten van herstructurering is er een negatief bedrijfsresultaat van 2.260 - 4.649 = - 2.389 miljoen gulden. Daar gaat dan per saldo nog het een en ander af (onder andere bijna twee miljard gulden betaalde rente) om tot het netto verlies van 4,2 miljard gulden te komen.

Waarom worden eigenlijk die kosten van de reorganisatie ad 4,6 miljard gulden in hun geheel ten laste van het resultaat in 1990 gebracht? Je zou je ook het volgende kunnen voorstellen: dit zijn kosten die de structuur nu en in de komende jaren verbeteren. Ze zouden dus best over twee of drie jaar verdeeld kunnen worden om de schok minder groot te maken. Er zijn tenminste twee verklaringen te bedenken waarom ze het toch in een klap doen. Ten eerste kan zo'n schokeffect nodig zijn om de gehele organisatie tot in het diepst van zijn porien van de ernst van de situatie te doordringen. Een tweede verklaring is, dat vooral de financiele wereld vooral op veranderingen reageert.

Het gaat niet in de eerste plaats om het niveau van het resultaat, maar om de verandering ervan. Dan doet het er niet zoveel toe of er vier miljard of twee miljard verlies wordt gemaakt. Of dat de winst is teruggelopen van twee miljard naar nul. De richting is dezelfde: fors negatief. En zodra er dan van enige verbetering sprake is, wordt daar positief op gereageerd. Als het verlies van vier naar twee miljard wordt teruggebracht, of als er zelfs weer van winst sprake is, veert de beurs opgelucht overeind. Door op dit moment het verlies in een keer te nemen, wordt de kans op zo'n positieve verandering het volgend jaar groter.