Officier pleit voor nauwere samenwerking in krijgsmacht

DEN HAAG, 26 APRIL. Een luchtmobiele brigade kan beter uit bestaande onderdelen van de krijgsmacht worden samengesteld dan geheel nieuw worden opgericht, zodat ervaring wordt benut en kosten worden bespaard. Dat voorstel deed kolonel A. Knoppien van de mariniers gisteren op de algemene ledenvergadering van marine-officieren in Den Helder.

Knoppien ziet een eenheid voor zich met als kern van het manoeuvre-element de mariniers, die samenwerken met operationele eenheden van de landmacht en luchtverdedigingseenheden en transport van de luchtmacht.

Enkele weken geleden kondigde minister Ter Beek in zijn Defensienota aan dat de landmacht een nieuwe luchtmobiele brigade krijgt. In beide Kamers wordt de vraag gesteld of Nederland niet te veel op eigen houtje opereert met zo'n nieuw en kostbaar onderdeel.

Een nationale brigade samengesteld uit militairen van de drie krijgsmachtonderdelen heeft veel voordelen en valt volgens Knoppien een stuk goedkoper uit dan een nieuw op te richten brigade die acht miljard gulden kost. Daarnaast ziet Knoppien als groot voordeel dat de drie krijgsmachtonderdelen worden gedwongen samen te werken bij bevelvoering en oprichting van zo'n brigade. Natuurlijk, aldus Knoppien, stuit dat op grote en emotionele weerstanden in de stammencultuur op Defensie. “Wat ik de minister echter ernstig verwijt is dat hij niet in staat is geweest om hier doorheen te breken door zich boven de ivoren torens van de krijgsmachtonderdelen te stellen. Indien men zich realiseert dat minister Kok de messen slijpt voor verdere financiele bezuinigingen, dan is het zeer twijfelachtig of er echt nog iets van de herstructurering van krijgsmacht komt. Dat wat er dan mogelijk overblijft, is slechts een onduidelijk en troosteloos plaatje van een uitgeklede defensieorganisatie”, aldus Knoppien.