M. VAN DAM; PvdA loopt achter bij samenleving

Hoe komt de Partij van de Arbeid de crisis van de partij te boven? In een serie vraaggesprekken over de koers van de sociaal-democraten vandaag het elfde, met VARA-voorzitter Marcel van Dam.

HILVERSUM, 26 APRIL. “In onderzoeken naar het imago van de VARA zo'n vijf jaar terug bleek altijd dat de mensen over de PvdA en VARA in hoge mate gelijk dachten. Dat zeurderige, dat beter weten, die opgeheven vinger. Als ik vroeger naar Achter het Nieuws keek, dan dacht ik ook altijd: mijn hemel, wat heb ik nou weer gedaan. Dat is met de PvdA ook - die wekken de indruk dat zij een volk mogen kiezen, terwijl het volk natuurlijk hen moet kiezen.

“Wat er nu gebeurt is het sluitstuk van een proces dat vijftien jaar geleden is ingezet. Daarom is het ook onjuist om de huidige deplorabele toestand helemaal toe te schrijven aan het leiderschap van nu. Er heeft zich vanaf de jaren zeventig een enorme culturele omslag in de samenleving voorgedaan. De cesuur ligt bij de generatie die voor de jaren zestig volwassen werd, en de generatie van na de jaren zestig. De samenleving is versplinterd en geindividualiseerd. De mensen splitsen zich op in steeds kleinere eenheden. Ze willen zo min mogelijk afhankelijk zijn van anderen, van organisaties. Er zijn veel meer beroepen gekomen, veel meer soorten ondernemingen, veel meer produkten, het onderwijs is enorm gedifferentieerd.

“Tegelijkertijd zijn de grote overkoepelende ideologieen teloorgegaan. Maar de verzorgingsstaat dateert nog uit de periode van de grote collectiviteiten. Je had vroeger de gehuwden, de ongehuwden, de handarbeiders - iedereen wist wie dat waren. Die groepen vertoonden ook in hoge mate hetzelfde gedrag. Daarop was de regelgeving geent. Maar dat werkt zo allang niet meer. Je moet nu bij al die begrippen het woordje 'de' weghalen. De echte oorzaak van de crisis is dat de PvdA nog consequent regelgeving verdedigt uit die samenleving die allang niet meer bestaat.

“Tel daarbij de partijprocedures op, een erfenis uit de jaren zestig, die een cultuur van middelmaat hebben bevorderd. De kandidaatstelling is een ordinaire koehandel: de autonome kwaliteit van de mensen en de behoefte van de vertegenwoordigende lichamen speelden nauwelijks een rol. Er heeft een negatieve selectie plaatsgevonden waardoor de partij onaantrekkelijk werd voor de echte getalenteerde mensen. Ik kan tot geen andere conclusie komen dan dat de gemiddelde kwaliteit van de mensen die het gezicht van de PvdA vormen, is gedaald. Hoe kan het nu dat een man als Herman Tjeenk Willink uit de boot is gevallen!?

“Geleidelijk aan heeft de PvdA het imago van een starre, conservatieve, zeurderige partij gekregen, die de aansluiting op de moderne samenleving heeft gemist. De partij is alleen nog aantrekkelijk voor die mensen die denken dat hun materiele belangen er het beste zijn gediend. Het is geen partij meer die iets met de samenleving lijkt te willen. Wat is dat trouwens voor wanhopig zoeken naar standpunten die de PvdA als enige zou moeten verkondigen? Wat voor kansen liggen er niet in die moderne maatschappij? In de technologie, in het onderwijs, in Europa, in het milieubehoud. Waarom zegt de partij niet: de samenleving biedt tegenwoordig veel meer keuzes en wij zullen ervoor zorgen dat die voor iedereen zo groot mogelijk zijn en niet alleen voor de 'happy few'. Dan heb ik het niet over inkomens, maar over een heel scala aan mogelijkheden. Er is echt een heleboel te bedenken dat jonge mensen aanspreekt. Maar een samenhangend beeld heeft de partij niet. Die analyse moet gemaakt worden. Wat willen we. Welk beleid hoort erbij. Op welke termijn. Wat breken we af, wat brengen we ervoor in de plaats.

“Als die partij nog te redden is, moet er een inhoudelijk herstelplan komen. Tegelijk moet de partij worden gereorganiseerd. De zwakke plekken moeten eruit. Daar hoort een intern communicatieplan bij. De mensen die er zitten, zitten er nu eenmaal. Die moet je eerst overtuigen voordat de partij ook de nieuwe gedachten aan het volk kan overbrengen.

Je moet de voortgang controleren. Net alsof je een bedrijf aan het reorganiseren bent.

“Een sociaal-democratische partij moet kanaliseren wat er onder de gewone mensen leeft. In die zin heb je te maken met een markt. Wat voor problemen ervaren de mensen? Praat de politiek daar ook over? Dat is steeds minder zo. Het omvormen van de partij is gigantisch moeilijk. Mensen die twintig jaar iets geroepen hebben, roepen niet gemakkelijk van de ene dag op de andere iets totaal anders.

“Ik las met instemming het vraaggesprek met Marjanne Sint. Dat soort keuzes moeten gemaakt worden. Kennelijk begint er wat te schuiven in de partij. Regelgeving moet globaler worden. Misschien is het mogelijk om regelingen voor nieuwkomers totaal anders te maken dan voor de bestaande categorieen. We zullen op die manier naar bijvoorbeeld de WAO en de Ziektewet moeten gaan kijken. Als we dat veel eerder hadden gedaan, dan had de sanering op een minder drastische manier gekund dan nu noodzakelijk zal blijken.

“In dit kabinet loopt de partij keihard aan tegen het feit dat die analyse niet vijftien jaar eerder is gemaakt. Tijdens het kabinet Van Agt-Wiegel had de hele tent moeten worden opgeschud. In Van Agt II, waar ik zelf in zat, bleek al zonneklaar dat we er niet meer zouden komen met het ten koste van alles verdedigen van de koopkracht. Toen hadden we al uit de loopgraven moeten komen. Dit kabinet heeft als prioriteit het terugdringen van het financieringstekort, het stabiliseren van de collectieve lastendruk en het behoud van de koppeling.

Je hoeft echt niet doorgeleerd te hebben om te weten dat je jezelf dan muurvast hebt gezet. Dit kan dus echt niet. De partij graaft nu weer een loopgraaf voor zichzelf, terwijl de echte oorlog vijftig kilometer verderop is.

“Ik denk dat je de diepte van de crisis van de PvdA niet ernstig genoeg kan nemen. Er moet alles aan gedaan worden om het tij te keren, maar ik zou mijn hand niet in het vuur willen steken voor het behoud van de partij. Ik ben er heel pessimistisch over. Het regeerakkoord is nog een voldoende basis om deze periode vol te maken, maar dat gebeurt wel onder een enorme mentale druk. Dat is niet gunstig. Mijn ervaring is dat als je lol hebt in het regeren, dat je dan ook iets uitstraalt. Zelfs als de mensen je verrot schelden, denken ze toch: hij gelooft er tenminste in. Onder deze druk is het regeren niet makkelijk. In de beeldvorming kan het kabinet niks meer goed doen - het is toch futloos? Zo werkt dat nu eenmaal. Als er al ministers weg zouden moeten, dan heeft Melkert dat onmogelijk gemaakt. Een publieke discussie daarover loopt nooit goed af. Ze kunnen ook niet uit het kabinet stappen, maar ze moeten wel vreselijk hard aan het werk om voor de toekomst de zaken inhoudelijk op een rij te krijgen. Er moet een vliegwiel op gang komen, het gevoel dat de PvdA ergens mee bezig is. Ook op het lagere niveau. Als er nu een afdeling bij elkaar komt, beginnen ze meteen te tobben.

Dat is voor niemand aantrekkelijk. “Er zijn thema's genoeg. Iedereen roept over het milieu, maar het komt erop aan dat er ook wat gebeurt. Ga die vreselijke bureaucratie te lijf die helemaal niet meer past op de moderne samenleving. Waar dwingen we nu de mensen nog in keurslijven waar dat allang niet meer nodig is? Negenennegentig procent van de mensen heeft een tv en toch zijn er misschien wel driehonderd ambtenaren bezig met het opsporen van zwartkijkers. Wat ligt er nu meer voor de hand dan dat de overheid iedereen een rekening stuurt en degenen die geen televisie hebben dat laat opgeven? Zo zit de samenleving nog vol. Ik lach me toch te barsten als het departement mij schrijft dat de VARA efficienter moet werken? Vijf jaar geleden werkten hier driehonderdvijftig mensen, nu nog tweehonderdveertig. Het departement is nog niet eens in staat geweest om een twee-procents-operatie uit te voeren. Dat kan ik toch niet serieus nemen?

“Het beslissende punt bij een reorganisatie is als de mensen gaan geloven dat het echt anders wordt. Als je dat punt voorbij bent, heb je gewonnen. En dan geldt: niets draagt zozeer bij aan succes als succes. Maar om dat in zo'n partij te doen... dat is wat hoor. Dat gaat jaren duren. Dat kan niet door een paar mensen helemaal alleen gedragen worden. Die zullen anderen moeten enthousiasmeren en het geloof moeten vestigen dat je met iets goeds bezig bent. Dan komt het vanzelf.”