Leven is een vorm van wachten

Wachten in de Beurs: zondag 28 april tussen 12 en 17 uur in de Goederenbeurszaal van de Beurs van Berlage in Amsterdam.

Nadat bekend was gemaakt dat op zondag 28 april in de Beurs van Berlage de middag wachtend doorgebracht kan worden, grepen mensen uit alle windstreken de kans om zich aan te melden. Zo blijken inwoners van Nijmegen, Deurne en Domburg er graag een reis naar Amsterdam voor over te hebben om te laten zien wat zij onder die dagelijkse bezigheid verstaan. Hetzelfde geldt voor het complete vrouwentoneelgezelschap Erica uit het gelijknamige dorp tussen Nieuw-Amsterdam en Klazienaveen. Zelfs een 80-jarige mevrouw uit Hoorn zal er zijn, zondag. Zij vond het geen bezwaar de hele middag op een houten bank te moeten zitten.

Ruim honderdtachtig mensen zullen deelnemen aan het project van de Stichting De Wassen Neus, vertellen de theatermakers Chaim Levano en Carel Alphenaar.

Nadat Alphenaar zich op een zondagochtend via RTL4 “tot het Nederlandse volk had gewend”, kwamen er veel telefoontjes van mensen die het een leuk idee vonden van wachten een artistieke gebeurtenis te maken.

Maar niet iedereeen die belde wilde ook meedoen. Alphenaar: “Ik sprak een man die zei dat hij tijdens de oorlog in het verzet zat en mijnen had gelegd in bunkers. Erkenning, zei hij, had hij nooit gekregen, geen lintje, niets - al die jaren heeft hij vergeefs gewacht. De man wilde niet in de Beurs op een beloning komen wachten. Hij was bang dat hij uitgelachen zou worden.” Levano knikt: “Leven is een vorm van wachten, dat is een vreselijke waarheid. Mensen associeren wachten vaak met iets leuks, hoewel dat dikwijls niet zo is. Ons project is dan ook heel divers van inhoud, het balanceert tussen meligheid en grote ideeen.”

Wie zich opgaf om te komen wachten mocht zelf een onderwerp aandragen, dat kon varieren van wachten op een vriend of vriendin, wachten op de telefoon, op een toetje of op de trein, tot wachten op de uitslag van een examen, op vergiffenis of op de dood. “Het bleek zo'n klus om iedereen in een schema in te passen”, zegt Chaim Levano, “dat we de hulp hebben ingeroepen van een wiskundige. Er is nu een soort draaiboekje samengesteld zodat de mensen weten wanneer ze aan de beurt zijn.”

“Ja”, vult Carel Alphenaar aan, “om te voorkomen dat er oeverloos lang gewacht wordt, besloten we dat de wachtperiodes minimaal tien minuten en maximaal een half uur duren. Verder geven we geen directieven, geen regieaanwijzingen, we repeteren trouwens niet. De enige serieuze afspraak die we hebben gemaakt is, dat de deelnemers zich moeten concentreren op het wachten.” Levano: “Er zit een sterk improvisatorische kant aan waarvan wij ook niet kunnen bevroeden hoe die zal uitpakken.”

De deelnemers bestaan voornamelijk uit vrijwilligers (ongeveer 140 man) en voor een deel uit 'beroepsmatige bewegers': mensen die een dans-, ballet- of mimeopleiding hebben gevolgd. Van hen zijn er achttien aangewezen als zogenaamde 'lokationisten': wachters die niet in de grote Goederenbeurszaal staan, maar zich verdekt zullen opstellen op verschillende lokaties in het gebouw. Gidsen zullen het publiek in groepjes naar de verborgen ruimtes brengen. Tenslotte zijn er jury's, of 'waarnemers' zoals Levano ze aanduidt, die tegenover de podia gaan zitten om de wachtende deelnemers gade te slaan.

En zo zal iedereen wachten: de deelnemers, de juryleden, de gidsen, de wachters op de wachtlokaties en het publiek. Een vooruitzicht dat de twee organisatoren veel plezier verschaft. Tegelijkertijd zijn ze verbaasd, zo geven ze toe, dat zoveel mensen bereid bleken mee te werken. “Het is wonderlijk”, zegt Carel Alphenaar peinzend, “dat mensen zonder toneelervaring willen meedoen aan een project met zo'n abstractieniveau. In de voorstellingen die Chaim en ik maken is meestal veel ruimte voor abstractie, we willen geen rechtlijnig verhaal, maar we merken vaak dat mensen daar moeite mee hebben.”

Levano: “Je zou juist blij moeten zijn dat sommige theatermakers de abstractie niet vrezen.”

Even later spreekt hij het vermoeden uit dat vooral het spelelement de mensen naar de Beurs zal lokken: “Het gaat erom dat het voor het publiek niet altijd duidelijk is wat er gebeurt. Het is toch intrigerend als je mensen plotseling een cirkel ziet lopen zonder dat je begrijpt waarom. Ik hoop dat de toeschouwers op zulke dingen zullen reageren, ik kan me voorstellen dat je je afvraagt hoe iemand bij voorbeeld op god kan wachten. Maar misschien zijn er ook mensen die net zo reageren als de meneer die tegen mij zei: ik heb al zoveel gewacht, dit kan er nog wel bij.”

De manifestatie, oorspronkelijk een idee van VPRO-televisiemaker Wim Kayzer en de voormalige directeur van Paradiso (nu directeur van Stichting de Beurs) Huib Schreurs, wordt een zwijgende vertoning.

Alphenaar: “Zonder muziek en zonder tekst, dat lijkt me heerlijk. Er zal wel veel galm zijn, doordat we de lappen die normaal in de zaal hangen om het geluid te dempen laten weghalen.” Levano: “Zodoende kun je veel meer van de ruimte zien.” Alphenaar: “De massaliteit van die ruimte is iets ongelooflijks, je kunt er makkelijk drie- a vierduizend mensen kwijt.”

Chaim Levano en Carel Alphenaar waren aanvankelijk van plan in de Beurs een grootscheeps bewegingsproject op te zetten; toen ze de benodigde zeshonderd studenten van ballet- of dansacademies niet bijeen konden krijgen, omdat het project min of meer samenviel met de eindexamentijd op de scholen, besloten ze dit idee uit te stellen.

Maar daarmee is het absoluut niet van de baan, verzekeren ze stellig. Levano stoot zijn compagnon aan: “Zeg, het lijkt me zo mooi eens iets in de Beurs te organiseren met duizend violisten.” Alphenaar grinnikt: “Mmm, violisten, ook een leuk soort mensen.”