Jessi schiet tekort op gebied chipproduktie

ROTTERDAM, 26 APRIL. Het grote Europese onderzoeksprogramma Jessi is slecht georganiseerd en ontoereikend om de toekomst van Europese chipproducenten veilig te stellen. Tot het einde van het decennium is tussen 10 en 12 miljard dollar nodig om te voorkomen dat de chipontwikkeling voor Europa verloren gaat. Slechts eenderde van Jessi is gewijd aan de ontwikkeling van chips.

Dat is een van de conclusies van het geheime overleg tussen de Europese Commissarissen en de president-directeuren van vijf grote elektronicaconcerns van afgelopen weekeinde. De Europees Commissaris voor technologie Pandolfi heeft dat meegedeeld aan de ministerraad voor onderzoek en ontwikkeling. De presidenten van Philips, Siemens, Thomson, Olivetti en Bull kwamen in het Franse Saulieu bijeen om het EG-beleid voor de elektronicasector te bespreken.

De bedrijven willen hun samenwerking uitbreiden van de zogenoemde “pre-competitieve” fase naar de competitieve fase. Traditioneel beperken Europese projecten in de elektronica zich tot onderzoek dat nog ver van de markt verwijderd is. Als nieuwe vindingen leiden tot concurrerende produkten gaan de partners weer uiteen.

Een mogelijkheid om dat te veranderen is door fusie van de chipdivisies van Philips, Siemens en Thomson. Een bron meldt dat de besprekingen daarover het stadium van “fact-finding” nog niet zijn ontstegen. Ook circuleren in Brussel plannen om een geheel nieuw Europees project voor chips te starten.

De EG zal in ieder geval snel het Jessi-project herzien. Jessi, Joint European Submicron Sillicon, begon drie jaar geleden en moest leiden tot nieuwe chips, betere beheersing van produktietechnologie en vergroting van de toepassingsmogelijkheden van chips.