Italie: 'Wegens mafia gesloten'

ROME, 26 APRIL. “Wegens mafia gesloten”, had Giuseppe Farina gezet op zijn winkeltje met aardewerk in de Siciliaanse stad Siracuse. Liever dan zich te laten afpersen door de mafia en 'berschermingsgeld' tegen inbraken en aanslagen te betalen, deed hij de luiken van zijn winkel naar beneden en ging hij naar de politie.

Een paar dagen later kwam het telefoontje. Een man zei dat Farina een grote vergissing had gemaakt en dat ze hem daarvoor zouden laten betalen. Toen besloot hij de winkel te verkopen, met verlies.

Winkeliers en ondernemers staan machteloos, zegt hij, en de afpersers lopen nauwelijks enig risico.

Volgens de Confesercenti, de Italiaanse vereniging van winkeliers, worden zij jaarlijks voor dertig biljoen lire, ruim 45 miljard gulden, afgeperst. De vereniging heeft deze week een witboek gepresenteerd met de verhalen over afpersing die winkeliers hebben verteld via een speciaal telefoonnummer van 'SOS-handel' in Palermo.

In Palermo betaalt zestig procent van de winkeliers de pizzo, een soort belasting aan de mafia, aldus de Confesercenti. Vorig jaar had de parlementaire anti-mafiacommissie becijferd dat in Catania, een Siciliaanse stad die nog sterker in de greep is van de georganiseerde misdaad, negen van de tien winkeliers en ondernemers de pizzo betalen.

De Kamer van koophandel van Catania heeft daarom eind vorig jaar voorgesteld de pizzo aftrekbaar te maken voor de belastingen. Volgens Kamervoorzitter Piero Toscano is het verschijnsel zo algemeen dat het “een soort parallel-belasting” is geworden.

Dit voorstel is niet serieus genomen, maar begin deze maand bepaalde een rechter in Catania dat ondernemers en winkeliers niet strafbaar zijn als ze geld betalen aan de mafia. “Een ondernemer die de bescherming van de mafia aanvaardt, handelt uit noodzaak, om te vermijden dat hij zijn onderneming in gevaar brengt”, aldus rechter Luigi Russo. “Tegenover de realiteit van het fenomeen mafia moet hij niet-conflictuele oplossingen vinden omdat hij in een open strijd de verliezer is, hoe belangrijk zijn bedrijf ook is.”

De staat geeft zich over en straft hen die, vaak met gevaar voor eigen leven, zich durven te verzetten tegen de mafia, was het commentaar van het financiele dagblad Il Sole-24 Ore. Het vonnis is algemeen beschouwd als een dolkstoot in de rug van ondernemers en winkeliers die op verschillende plaatsen in Zuid-Italie proberen zich georganiseerd te verzetten tegen de mafia. Uit het witboek van de Confesercenti spreekt een algemeen gevoel van machteloosheid.

De pizzo kan op verschillende manieren worden betaald. Een apotheker vertelde de afpersingslijn dat hij iedere week werd overvallen, tot hij inging op het voorstel om een ex-gedetineerde in dienst te nemen.

Ook veel anderen hebben verteld dat zij gedwongen werden bepaalde mensen aan te nemen of hun goederen van bepaalde bedrijven te betrekken.

Sommige winkeliers moeten 1.500 gulden per maand betalen voor het wassen van hun etalageruiten; vaak is het aantal winkelruiten een maat voor de hoeveelheid geld die wordt gevraagd. Een veel-voorkomende tactiek van de mafia is het geven van leningen om de pizzo te kunnen betalen, en als die niet kunnen worden terugbetaald een belang te nemen in het bedrijf.

Veel bellers, wier anonimiteit is gegarandeerd, vertelden dat in de telefoontjes waarin om geld werd gevraagd, allerlei bijzonderheden over het persoonlijke leven van de winkelier en van zijn familie werden verteld, als dreigement. Vaak wordt een hoog bedrag gevraagd waarover onderhandeld moet worden, zodat sommige winkeliers nog opgelucht ademhalen wanneer ze 'maar' een kwart van het aanvankelijk gevraagde bedrag hoeven te betalen. Gewone winkeliers moeten vaak meer dan duizend gulden per maand betalen.

Het is de opzet ook in andere Italiaanse steden een 'SOS-handel'-lijn te beginnen. Bij de presentatie van het witboek zei Daniele Panattoni, secretaris van Confesercenti: “Dit zijn kreten om hulp van wanhopige mensen die nog steeds de kracht vinden om hulp te vragen aan de staat, die bepaalde delen van het land in handen heeft gelaten van de georganiseerde misdaad”.