Het prinsje dat niet meer wilde zwaaien

Premiere: 26 april. Kaartjes voor de voorstellingen (iedere laatste vrijdagmiddag van de maand) telefonisch reserveren: 020-6110325. Heldringschool, Burg. Eliasstraat 20, Amsterdam.

De leerlingen van de Heldringschool in Amsterdam zijn anders dan de meeste kinderen. Ze zijn geestelijk gehandicapt. Dat is een deftige manier om te zeggen dat veel van hen niet goed kunnen praten en moeite hebben met een heleboel dingen die andere kinderen gewoon vinden.

Daarom gaan ze naar een school voor zeer moeilijk lerende kinderen. Op deze school krijgen ze niet alleen les in lezen, schrijven en rekenen, maar ze leren ook hoe ze zich moeten redden in het dagelijks leven. Ze moeten bij voorbeeld boodschappen doen, koken, kleren wassen en ze leren hoe ze de bus moeten nemen.

Net als iedereen krijgen ze ook nog les in tekenen, schilderen, boetseren en dansen. En niet te vergeten de muziekles. Ad van der Borst is de muziekleraar van de Heldringschool. Een tijd lang oefende hij met de leerlingen eenvoudige liedjes, maar ze konden meer dacht hij. Daarom maakte hij een paar jaar geleden met een groep oudere leerlingen de voorstelling Carmen op operamuziek van de componisten Bizet en De Falla. Dat ging zo goed dat hij daarna nog een voorstelling met hen instudeerde. Maar toen werd het tijd, vond hij, dat ook de jonge leerlingen eens iets opvoerden. Hij koos ongeveer achttien kinderen uit tussen de vier en veertien jaar. Alleen Chris is ouder, hij is achttien.

Het stuk heet De teddybeer is lief meneer. Ad van der Borst bedacht het verhaal over een prinsje dat de hele dag moet zwaaien en daar heel moe van wordt, toen hij het gedicht 'Voor Philippe' had gelezen van de dichter Jan Hanlo. Het gedicht gaat over een heel klein Belgisch prinsje dat steeds maar linten moet doorknippen, terwijl hij veel liever met zijn teddybeer wil spelen. Tja, wie zou hem ongelijk geven.

De teddybeer is lief meneer wordt nu vier keer in de week gerepeteerd, anders onthouden de leerlingen het niet. In het theaterzaaltje van de school is een decor gemaakt met enorme rood-wit-blauw gestreepte vlaggen, een bankje en een vrolijk gekleurde parasol. Uit de kleedkamer komt een lange stoet kinderen. Basje de zanger heeft een hoed op met een pluim en hij draagt hoge zwarte laarzen die veel te groot voor hem zijn. Hij noemt de namen van zijn medespelers. Een voor een stappen ze uit de rij naar voren en lopen een rondje: Jesse het droomjongetje met zijn vleugels van gaas, Menno de bererover, Sibel de koningin in een lange bontjas, Sammy de tovenaar met een hoge hoed die steeds van zijn hoofd glijdt en nog een heleboel anderen.

De jongen die prins Philippe speelt, zit op een draaistoel met wieltjes. Terwijl de koningin hem over het podium duwt, wuift hij langzaam met zijn hand waaraan grote, glinsterende ringen zitten. Hij kijkt droevig en roept om zijn beer. Even later wordt een grote teddybeer in een wandelwagen het toneel opgeduwd. Een angstaanjagende bererover gaat er met de beer vandoor. Hoe de prins zijn beer uiteindelijk terug krijgt zal ik niet verklappen.

Tijdens de repetitie geeft de muziekleraar aanwijzingen. Soms doet hij iets voor als iemand zijn rol is vergeten. Veel tekst hoeven de kinderen niet te zeggen. Muziek is er des te meer. Eigenlijk vertelt de muziek het verhaal. De kinderen bewegen enthousiast en zonder hun aandacht erbij te verliezen op de verschillende melodieen. Als ik Chris na afloop een compliment maak, lacht hij trots. Natuurlijk is het goed, zie je hem denken, wij zijn toneelspelers. We doen niet zomaar wat.