Gesprek tussen EG en EVA in totale impasse

BRUSSEL, 26 APRIL. De besprekingen over toenadering op handelsgebied tussen de Europese Gemeenschap en de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) verkeren in een totale impasse. Dat is gisteren gebleken bij onderhandelingen op hoog niveau tussen de twee organisaties in Brussel. Tot de EVA behoren Finland, IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Zweden, Zwitserland en het daarmee geassocieerde Liechtenstein.

Op vier punten liggen de standpunten “diametraal” tegenover elkaar, zo zei Horst Krenzler, de directeur-generaal van het directoraat voor externe betrekkingen van de Europese Commissie: over visserijrechten, transit, de toegang tot het Europese Hof van Justitie en over de uitzonderingen op de EG-wetgeving die in een beginperiode zullen worden toegestaan.

Vooral het eerste punt is moeilijk. De Europese Gemeenschap eist in ruil voor het laten vallen van invoerrechten op vis op de Europese markt toegang tot de visserijgronden van de EVA-landen, met name die in de omgeving van IJsland. IJsland, dat economisch volledig afhankelijk is van de visserij, weigert dat categorisch. In laatste instantie, zo meende vandaag een woordvoerder van de Europese Commissie, zou dat er wel eens toe kunnen leiden dat IJsland uit de EVA treedt.

Wat betreft de toegang tot het Europese Hof willen de EVA-landen dat een gezamenlijk hof wordt opgezet. De EG, en ook het Hof zelf, willen niet verder gaan dan de instelling van een aparte kamer die wordt toegevoegd aan het Hof in Luxemburg. De Oostenrijkse onderhandelaar Manfred Scheich zei op een persconferentie dat de EVA-landen niet onderworpen willen worden “aan buitenlandse rechters”.

Van zijn kant kritiseerde Krenzler de EVA-landen omdat ze een groot aantal EG-richtlijnen voor de interne markt - die in 1993 moet beginnen - pas in 1995 willen invoeren.

De onderhandelingen tussen EG en EVA moeten, zo is de bedoeling van Oostenrijk, dat op het ogenblik het voorzitterschap van de EVA bekleedt, leiden tot een akkoord dat op 24 juni in Salzburg plechtig wordt ondertekend. “Er is geen reden tot wanhoop”, zo zei de EG-woordvoerder, “maar het is zeer de vraag of het akkoord voor de zomervakantie klaar is.”