Fiscus eist van hasjbende 103 miljoen gulden

ROTTERDAM, 26 APRIL. De hoofdverdachten in een begin deze maand in de Randstad opgerolde criminele organisatie zijn door de fiscus aangeslagen voor een bedrag van ruim 103 miljoen gulden nog te betalen inkomsten- en omzetbelasting wegens handel in hasj.

De belastingdienst komt tot deze qua hoogte unieke aanslag na een onderzoek van tien rechercheurs van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (Fiod) die deel uitmaakten van het speciale politieteam Sinis dat sinds januari 1989 de criminele organisatie in de gaten hield.

De 34-jarige M.E. uit Den Haag heeft de hoogste voorlopige aanslag, 35 miljoen gulden, ontvangen wegens genoten en niet opgegeven criminele inkomsten. De Fiod becijfert dat hij over de afgelopen twee jaar met handel in hasj 50 miljoen gulden heeft verdiend. Vier andere verdachten moeten de fiscus bedragen betalen varierend van 30.000, 19 miljoen tot 30 miljoen gulden.

De politie heeft materiaal waaruit blijkt dat de verdachten grote sommen geld hebben gebracht naar banken in Luxemburg en Zwitserland.

Volgens hoofdinspecteur H. van den Berge van de Haagse politie vormt Justitie in samenwerking met de justitiele autoriteiten in de betrokken landen onderzoekscommissies om huiszoekingen te kunnen doen bij de banken.

Volgens de advocaat van verdachte M.E., mr. D.A. Harff, is het belangrijkste doel van het politie-onderzoek “het financieel treffen van de club”. De raadsman van de 30-jarige W.W., mr. F. Staehle jr., wijst erop dat het strafrechtelijk beslag dat Justitie heeft gelegd op alle mogelijke bezittingen van de verdachten vooral de fiscus dient.

“Als straks bijvoorbeeld blijkt dat de Rolls Royce niet via gelden uit misdrijf is aangeschaft, volgt onmiddellijk een nieuw beslag”.

Een woordvoerder van de Fiod wijst erop dat de “de bewijslast in fiscale wetgeving vaak makkelijker is dan de eisen die het straf

recht stelt”. Van den Berge beklemtoont het belang van het werk van de Fiod. “Misschien kunnen we straks niet alle strafbare feiten bewijzen, maar als je het geld van verdachten weet af te pakken, snij je toch de wortel uit de organisatie”.

“Het strafrechtelijk onderzoek is na 2,5 jaar praktisch afgerond. Het onderzoek naar de financien van de verdachten die over een enorm vermogen en een hele vloot aan schepen beschikten, duurt nog enkele maanden”, aldus inspecteur Van den Berge.

    • Marcel Haenen