Een rijpe kunstenaar steelt; De bouwwerken van Giuseppe Terragni

Thomas L. Schumacher: Surface & Symbol. Giuseppe Terragni and the architecture of Italian Rationalism. Uitg. Princeton Architectural Press, New York, ADT, Londen en Ernst & Sohn, Berlijn, 295 blz. Prijs (f) 90,55

De meeste gebouwen van de Italiaanse architect Giuseppe Terragni (1904-1943) staan in Como. In deze provincieplaats tussen Milaan en de Alpen verrees in 1928 het eerste modernistische gebouw van Italie, het Novocomum, naar een ontwerp van Terragni. Graftombes, monumenten, appartementen, een kleuterschool en het nu beroemde Casa del Fascio zouden volgen.

Jaren geleden ging ik samen met een reisgenote naar Como om Terragni's gebouwen te bezichtigen. We wisten nauwelijks waar ze stonden en aangekomen op het station gingen we direct naar het VVV-kantoortje waar een oude man met een donkere zonnebril achter de balie zat. Het leek ons onwaarschijnlijk dat hij ons kon vertellen waar ze precies stonden. Toch vroegen we het hem. “Terragni is a difficult matter”, antwoordde hij in duidelijk gearticuleerd Engels. De waarschuwing was het begin van een lang college over de modernistisch-fascistische architect, tot ergernis van de andere toeristen achter ons.

Ondertussen gaf hij met een balpen op een plattegrondje feilloos aan waar Terragni's gebouwen zich bevonden. Tot slot gaf hij ons het adres van Emilio Terragni, de neef van de architect, die het zeker op prijs zou stellen als we bij hem langs gingen.

Wie nu naar Como gaat om Terragni's gebouwen te bekijken, hoeft niet meer naar het VVV-kantoor. In het boek Surface & Symbol staan immers kaartjes van Como, Milaan en omgeving met de precieze plaatsen en adressen. De kaartjes zijn typerend voor de gedegen aanpak van de Amerikaanse auteur Thomas Schumacher. Hij streeft naar volledigheid en bespreekt niet alleen Terragni's beroemde gebouwen, zoals het Casa del Fascio en het Casa Rustici in Milaan, maar ook zijn onbekende en niet uitgevoerde projecten.

CONVENTIONEEL

In de inleiding waarschuwt Schumacher de lezer dat hij de verleiding om te speculeren over de motieven en invloeden van Terragni niet heeft kunnen weerstaan. Maar dat blijkt reuze mee te vallen: zijn beweringen over Terragni's werk zijn tamelijk conventioneel. Volgens Schumacher onttrekken de meeste ontwerpen van Terragni zich aan de gebruikelijke typeringen. Net als veel andere architecten van het rationalisme, de Italiaanse variant van het Nieuwe Bouwen, stond het werk van Terragni tussen het classicisme en traditionalisme in. Terragni vond het functionalisme van boven de Alpen te droog en te zakelijk voor het mediterrane, fascistische Italie, dat een monumentale architectuur nodig had, schrijft Schumacher, maar het classicisme was weer te ouderwets.

Het Casa del Fascio uit 1936, het hoofdkwartier van de fascistische partij in Como, is precies wat Terragni voor ogen stond: een schitterend modernistisch, doorzichtig renaissance-palazzo. Nog opzienbarender was Terragni's ontwerp uit 1939 voor het Danteum, het Dante-museum in Rome dat wegens het uitbreken van de oorlog niet werd uitgevoerd. Hierin had Terragni Le Corbusiers 'promenade architecturale' veranderd in een 'moeilijke wandeling' van de hel via het vagevuur naar het paradijs, naar analogie van Dantes Divina Commedia. De hel zou een graftombe-achtige ruimte worden en het paradijs zou bestaan uit 33 glazen zuilen waarop een open latwerk rustte.

Er is niets speculatiefs aan de plaatsing van Terragni's werk in het 'schemergebied' tussen classicisme en modernisme: iedereen die over Terragni schrijft, doet dit. Speculatief is alleen Schumachers suggestie dat Terragni's katholieke geloofsovertuiging de bron was van zijn zoeken naar een evenwicht tussen traditionalisme (het geloof) en avant-garde (rede).

Schumachers weinig opzienbarende beweringen maken Surface & Symbol zeker niet slecht of overbodig. De grootste waarde van het boek ligt in de nauwgezette analyses van elk ontwerp, waarin Schumacher steeds laat zien wat de traditionalistische en modernistische elementen ervan zijn. Soms is er sprake van rechtstreekse citaten uit het werk van Le Corbusier of de Russische constructivisten - niet voor niets luidt het motto van een van de hoofdstukken: “de onvolgroeide kunstenaar imiteert, de rijpe kunstenaar steelt”. Maar vaker is gaat het om meer verhulde verwijzingen of om het gebruik van bepaalde verhoudingen, zoals de gulden snede (1 : 1,618), die ook geliefd was bij renaissance-architecten.

COMPLEET

Sommige analyses ontaarden helaas in droge beschrijvingen van de gebouwen - saaier proza is nauwelijks denkbaar. Maar dit zij Schumacher vergeven: tenslotte is Surface & Symbol het eerste Engelstalige boek over het complete oeuvre van Terragni. Dat dit boek bijna vijftig jaar op zich heeft laten wachten, heeft te maken met wat de VVV-beambte al zei: Terragni is een moeilijk geval. Niet alleen is Terragni's werk moeilijk te typeren, ook zijn fascistische overtuiging maakte het de architectuurhistorici moeilijk om hem tot de 'goede', linkse, modernistische architecten te rekenen. De eenvoudigste oplossing was gewoon te ontkennen dat Terragni een modernist was.

Reyner Banham bij voorbeeld schreef in 1959 dat Terragni's 'modernisme' niet meer was dan een stijl, een 'letterlijk hol formalisme'.

Pas omstreeks 1970, toen de Amerikaanse architect Peter Eisenman zijn studies van Terragni's werk publiceerde, werd Terragni ook buiten Italie minder obscuur. De toenemende waardering voor Terragni's monumentale modernisme viel samen met het groeiende inzicht dat het zuivere functionalisme een doodlopende weg was en tot gruwelen had geleid. Nu wordt het Casa del Fascio door velen gerekend tot een van de hoogtepunten van de moderne architectuur.

Schumacher doet niet moeilijk over Terragni: hij accepteert dat hij fascist was en vol overtuiging voor het nieuwe imperium van Mussolini bouwde. En hij vindt het zelfs geen probleem dat hij letterlijk vocht voor het fascisme. In 1939 moest Terragni in dienst, drie jaar later vocht hij als kapitein van de artillerie in Stalingrad tegen tienjarige jongens. Het bezorgde hem eem zenuwinstorting. Terug in Italie werd hij opgenomen in een tehuis voor zenuwzieken en geestelijk gestoorden. In 1943 werd hij hieruit ontslagen, maar hij werd nooit meer de oude en op 19 juli van dit jaar overleed hij aan een hartaanval op een leeftijd waarop de carriere van menig architect nog moet beginnen. “Terragni werd, zoals bijna iedereen in Italie, gedupeerd door Mussolini, maar hij nam de verantwoordelijkheid op zich voor zijn eigen daden”, schrijft Schumacher. “Hij leefde en stierf in het geloof in Christus en het fascisme.”