Een nacht opblijven

Marion Bloem: Matabia. Uitg. Leopold. Prijs (f) 24,90

Vorige week ontving Marion Bloem de Jenny Smelik-IBBY-prijs voor haar boek Matabia; of een lange donkere nacht. De sinds 1983 bestaande prijs is bedoeld voor een jeugdboek, dat “een bijdrage levert aan de totstandkoming van een beter begrip voor mensen uit allochtone groepen”. Matabia verscheen in 1981 bij De Fontein en werd vorig jaar in enigszins gewijzigde vorm door uitgeverij Leopold overgenomen. Het toekennen van een jaarlijkse prijs aan een tien jaar oud boek heeft iets merkwaardigs, zeker als je de uiterst beknopte motivatie in het juryrapport leest: “Als in 1981 de Jenny Smelik-IBBY-prijs had bestaan, was dit boek zeker in aanmerking gekomen voor deze prijs.”

Zo'n redenering opent ongekende perspectieven: De negerhut van oom Tom uit 1852 lijkt mij dan de oerkandidaat voor deze bekroning.

De reden voor de jury om ook herdrukken in overweging te nemen is vermoedelijk nogal praktisch van aard. Niet elk jaar zullen zich voldoende kandidaten aandienen voor een zo gerichte prijs, zeker niet als van een auteur nog iets meer verwacht wordt dan goede bedoelingen.

Wat dat betreft is Matabia een goede keuze, omdat de nadrukkelijke boodschap - zie mij hier eens emanciperend schrijven over een minderheidsgroep - die door sommige eerdere prijswinnaars werd uitgedragen in dit boek ontbreekt.

Bloem roept de doorwaakte nacht op van een tienjarig meisje, dat op haar broertje en zusje moet passen terwijl haar ouders uit zijn.

Naarmate de avond vordert neemt het leven voor Sylvia groteske vormen aan: de trap kraakt, de koelkast kreunt, op zolder sluipt onmiskenbaar een boef rond, de scheur in het plafond wordt een spin en de kleintjes zijn vast bezig te stikken in hun eigen spuug. Mooi zijn de dwangmatige tocht naar de kelder, op zoek naar de troostende, zoete spekkoek, de plas in een pennekoker (de wc is te ver en te eng) en de panische voorstelling van wat te doen bij het uitbreken van brand. Al haar handelingen zijn impulsief en doelloos, tot Sylvia besluit op zoek te gaan naar haar matabia, een stukje van een Indonesische schelp dat helpt tegen bang zijn. Elke lezer zal wel iets herkennen van het paniekerige gescharrel, van het gevoel van verlatenheid en geveinsde heldhaftigheid.

Het specifieke aan Sylvia's angsten is dat ze worden ingekleurd door haar Indische achtergrond, waarin magische elementen een vanzelfsprekende plaats hebben. Het meisje is in Nederland geboren, maar haar ouders zijn afkomstig uit Indonesie, dat ze aan het begin van de jaren vijftig met gemengde gevoelens verlaten hebben. De dochter is het kind van twee culturen. Ze groeit op met de geur van geroosterde katjang, met 'adoe' en 'kassian' en met stoeten ooms en tantes, die feesten houden in te kleine kamers. Een Hollands vriendinnetje is geschokt over flessen water in plaats van papier op de wc en wil niet bij haar spelen omdat het stinkt. Tot drama's leidt het niet, maar Sylvia neemt de cultuurverschillen waar en wordt er door in verwarring gebracht, zoals wanneer haar moeder uitgaat met te veel witte poeder en rode lipstick op haar gezicht.

Bloem vond een mooie, passende vorm voor haar verhaal. Ongericht en associatief tollen gedachten, beelden en herinneringen door het hoofd van de vertellende ik-figuur. Ze worden vastgelegd in korte, kinderlijke zinnen. Omdat een duidelijke indeling in hoofdstukken ontbreekt, raakt de lezer soms buiten adem van de chaotische nacht.

Het schrijfproces is duidelijk verwant met dat in Geen gewoon Indisch meisje, Bloems succesvolle roman, waarin zij ongeveer dezelfde thema's aansnijdt en enkele scenes opneemt die bijna letterlijk uit Matabia afkomstig zijn. In de roman irriteert mij die stijl, want hij is pretentieus en gekunsteld. Binnen de beperkingen van de 'lange, donkere nacht' van de schrijfster uit haar kindertijd heeft hij het effect van grote authenticiteit. Aan die authenticiteit moeten ongetwijfeld ook de onhandige tekeningen van Bloems eigen hand bijdragen. Deze zijn echter dusdanig opdringerig, zwart en grof dat ik voortdurend de neiging had mijn ogen dicht te doen. Echt handig is dat niet bij het lezen.