Economisch beleid van organisatie is nog niet uitgekristalliseerd; ANC wil groei door herverdeling

JOHANNESBURG, 25 APRIL. De ergste schrik is er inmiddels af bij het blanke establishment. Begin vorig jaar steigerden de Zuidafrikaanse overheid en het bedrijfsleven nog flink toen Nelson Mandela kort na zijn vrijlating verklaarde dat het Afrikaans Nationaal Congres bleef vasthouden aan nationalisatie van banken en mijnbouwondernemingen. Inmiddels geloven de blanken dat het ANC langzamerhand bijdraait, wijs geworden door onder meer de omwenteling in Oost-Europa.

Dr. Gerhard Koornhof, hoofdsecretaris van de Nationale Partij in de provincie Transvaal: “Het ANC begon met nationalisatie. Maar daar komt het nu op terug. Het wordt wat realistischer. We moeten ze nu de tijd gunnen hun zaakjes op orde te brengen en hun standpunten te formuleren.” En Michael Spicer van Anglo American, de grootste onderneming van Zuid-Afrika: “In het openbaar zeggen nog steeds dat ze voor nationalisatie zijn, al noemen ze tegenwoordig ook de nadelen daarvan. Maar in prive-gesprekken zeggen ze dat ze tegen zijn.”

Henri S. Raubenheimer, plaatsvervangend directeur van het economisch planbureau van het ministerie van buitenlandse zaken in Pretoria, zegt: “Naarmate het ANC de bevolking meer bij de plannen betrekt wordt het realistischer. Ze praten nog wel over herverdeling van de welvaart. Maar het is niet meer een kwestie van pikken van de rijken en geven aan de armen.”

Tito Mboweni, de tweede man op het economisch bureau van het ANC, reageert fel op de redenering van de politicus, de ondernemer en de ambtenaar: “Onzin, complete nonsens. Dit is gewoon wishfull thinking van de blanke regering en de blanke zakenwereld die bang zijn hun privileges verliezen.”

Het economisch bureau, dat de grote lijnen aangeeft waarlangs de economie van een Zuid-Afrika na apartheid zich zou moeten ontwikkelen, is chronisch onderbezet. Het bureau telt niet meer dan zeven economen, opeengepakt in een kale verdieping aan de Frederick Straat, hartje Johannesburg. Een bescheiden opgang leidt naar een versleten lift die de bezoeker naar de vijfde verdieping brengt. Tito Mboweni (31), vorig jaar juni na tien jaar ballingschap teruggekeerd naar Zuid-Afrika, houdt kantoor in een kleine kamer aan een rommelig bureau. Hij reikt de brochures aan die de afgelopen maanden door het bureau zijn uitgebracht, plus het 'Freedom Charter' uit 1955, de basis van het gedachtegoed van het ANC: “Dan heb je eigenlijk alle informatie die je nodig hebt.”

Mboweni praat over herverdeling van de welvaart en over een grondige herstructurering van de economie, over democratisering van het bedrijfsleven en de economische bevrijding van de onderdrukte massa's, over de sociale verantwoordelijkheid van het zakenleven, over de noodzaak van meer economische planning, over meer regelgeving en over een grotere greep van de overheid op de economie en het bedrijfsleven.

Op de vraag of het ANC het zakenleven betrekt bij de discussie over het economisch beleid in een post-apartheid Zuid-Afrika, antwoordt Mboweni resoluut: “De blanke zakenman heeft het de afgelopen decennia al goed genoeg gehad. Hij heeft niet onze prioriteit. Onze aandacht ligt bij de onderdrukte massa's. We praten wel met ondernemers, maar die gesprekken zijn in no way bedoeld om economisch beleid te maken.

Dat doen we wel met de onderdrukten, met de vakbonden en met de communistische partij.''

Dat het ANC de nadruk legt op herverdeling van de welvaart is niet verwonderlijk gezien de scheef gegroeide verhoudingen tussen arm en rijk, tussen zwart en blank. Terwijl de rijkste - blanke - vijf procent van de bevolking meer dan 88 procent bezit van de persoonlijke rijkdom, leeft 81 procent van de huishoudens in de zwarte thuislanden in absolute armoede, zo blijkt uit eerder door Mboweni gepresenteerde gegevens. Veertig procent van de zwarte kinderen op het platteland vertoont volgens hem tekenen van ondervoeding en zeven-en-een-half miljoen zwarten worden direct geraakt door de woningnood.

Ook in de economie zijn de verhoudingen ver te zoeken. Blanken mogen dan graag voorbeelden aanhalen van succesvolle zwarte zakenlieden (de eerste zwarte effectenmakelaar, de eerste zwarte directeur bij de centrale bank, het eerste zwarte bestuurslid bij Shell), de praktijk leert dat de zwarten de afgelopen jaren alleen een zekere macht hebben opgebouwd in de informele sector - als taxi-eigenaar, als winkelier, als kroegbaas - een sector die vorig jaar volgens schattingen van de Reserve Bank minder dan 10 procent van het bruto nationaal produkt opleverde.

Waar de regerende Nationale Partij economische groei als voorwaarde beschouwt voor herverdeling, meent het ANC dat herverdeling in zichzelf een bijdrage kan en moet leveren aan economische expansie.

Groei door herverdeling en niet groei door hebzucht, aldus het motto van Mboweni. Groei door herverdeling van het inkomen bij voorbeeld betekent volgens hem meer massaconsumptie, meer arbeidsintensieve produktie en meer werk voor de informele sector.

Een van de meest gevoelige onderdelen van herverdeling vormt nog steeds de nationalisatie. Mandela heeft zich weliswaar na zijn toespraak kort na zijn vrijlating nooit meer zo resoluut over nationalisatie uitgelaten, maar het ANC heeft het ook niet afgezworen.

In een in oktober verschenen discussiestuk bij voorbeeld staat dat een nieuwe regering de verschillende mogelijkheden van eigendomsvormen in de mijnindustrie moet bestuderen en dat de nieuwe regering - gezien het strategische belang van deze industrie - de nodige aandacht moet besteden aan de wenselijkheid van staatsinterventie. Het kritische weekblad The Weekly Mail maakt hieruit op dat het ANC blijft vasthouden aan nationalisatie.

Anglo American gelooft niet dat het ANC, als het eenmaal aan de macht is, tot nationalisatie zal overgaan. Wel houdt Anglo American er rekenening mee dat het ANC op de een of andere manier een strikte kartel- en anti-monopolie wetgeving zal voeren - met alle gevolgen van dien voor de grote conglomeraten in Zuid-Afrika. (De zeven grootste bedrijven controleren veel meer dan de helft van de effectenbeurs in Johannesburg.) “Tito Mbowen wil ons klein hebben”, meent Spicer van Anglo American. “Hij wil ons opsplitsen. We hebben met apartheid gecollaboreerd en moeten daarvoor worden gestraft. Vanwege ons verleden zijn we niet te vertrouwen. We hebben het te goed gehad”, aldus Spicer.

Of Spicer's vrees bewaarheid wordt valt af te wachten. Het economische beleid van het ANC moet zich nog verder uitkristalliseren. Het zal over twee maanden meer gestalte krijgen. In juni, op het komende grote ANC-congres, kiest de organisatie namelijk haar economische politiek.

Een aardig voorproefje van die politiek biedt de alternatieve rijksbegroting - People's Budget - die het economisch bureau van Mboweni onlangs publiceerde. Het ANC pleit ervoor de staatsinkomsten fors te vergroten door middel van allerlei nieuwe belastingheffing zoals een nieuwe grondbelasting, een minimum 'business'-belasting en een belasting op winst uit kapitaal. Het wil bovendien het begrotingstekort van de huidige 3 procent laten stijgen tot vijf procent. Het geld dat met deze maatregelen vrijkomt zou het ANC besteden aan woonsubsidies, werkgelegenheidsprogramma's, landhervormingen, primaire gezondheidszorg en scholing.

“Tientallen jaren heeft de blanke regering de begroting gebruikt als een krachtig instrument van economische discriminatie tegen de zwarte meerderheid. Een studie van de paar laatste begrotingen toont aan dat de regering gemiddeld vier keer zo veel aan elke blanke spendeert dan ze uitgeeft aan elke zwarte.”

“Het wordt de hoogste tijd dat hierin verandering komt”, aldus Tito Mboweni.

Voor Johannes Paulus blijft de internationale verdeling van de beschikbare rijkdom een centraal vraagstuk, zeker na de constatering dat er grenzen aan de groei zijn. Bovendien hebben de consumptiedrang en de materialisering in de rijkere landen een ander, nieuw sociaal probleem opgeroepen. In 1987 schreef hij dat mensen “slaven (zijn geworden) van bezittingen en onmiddellijke behoeftebevrediging, zonder andere horizons.” Het is een vraagstuk dat in zijn ogen alleen maar opgelost kan worden door een nieuwe moralisering, met daarbij de hoop dat de Oosteuropese landen de beste voedingsbodem vormen en dat zij zo een nieuw perspectief kunnen bieden aan de Westerse landen die lang, op politiek en economisch gebied, hun aspiraties hebben gesymboliseerd.