Delft overweegt vertrek uit defensiesector

AMSTERDAM, 26 APRIL. Delft Instruments, de in opspraak geraakte producent van onder meer optische apparatuur voor defensiedoeleinden, acht het “in theorie” mogelijk de defensiesector te verlaten. De onderneming rekent erop dit jaar al meer dan 85 procent van haar omzet in medische en industriele sectoren te realiseren.

Of Delft Instruments daadwerkelijk een eind maakt aan zijn militaire produktie, is nog onderwerp van een 'strategische herorientatie' die het bedrijf dit jaar wil afronden. Dat zegt ir. R.V. Kingma, voorzitter van de raad van bestuur, naar aanleiding van de Amerikaanse boycot die het bedrijf heeft getroffen door een omstreden levering aan het Iraakse leger.

De Delftse onderneming kwam begin dit jaar in moeilijkheden, toen ontdekt werd dat het Iraakse leger nachtzichtapparatuur van Delft bezat die geexporteerd was na instelling van het handelsembargo door de Verenigde Naties tegen dat land. Bovendien ontbrak een doorvoervergunning voor vitale Amerikaanse onderdelen in die apparatuur. Als gevolg daarvan verboden de Amerikaanse autoriteiten leveringen aan Delft Instruments voor de duur van een half jaar, hangende nader onderzoek.

Delft Instruments heeft een voorziening getroffen van 30 miljoen gulden (netto 23,6 miljoen gulden), waardoor de onderneming over het afgelopen jaar een verlies realiseert van 8,9 miljoen. Ze keert over 1990 geen dividend uit.

De voorziening van Delft Instruments bestaat uit een afwaardering van voorraden en vorderingen op een contract ter waarde van 55 miljoen gulden, dat de Belgische dochtermaatschappij IOP Instrubel in 1988 afsloot met Irak. De uitvoering hiervan is, aldus Delft, na de inval van Irak in Koeweit op 2 augustus vorig jaar gestaakt. Voor enkele tientallen medewerkers die bij de Iraakse order waren betrokken en die niet konden worden herplaatst zijn afvloeiingsregelingen getroffen.

Ook zijn voorzieningen getroffen voor voorraden bij groepsmaatschappijen die werkzaam zijn in de defensiesector.

Door de Amerikaanse boycotmaatregel ontvangt Delft geen onderdelen meer voor warmtebeeldapparatuur, waardoor de produktie hiervan niet mogelijk is.

Als gevolg van de ontspanning tussen Oost en West heeft Delft Instruments de omzet in haar defensiesector met 18 procent zien dalen tot 109 miljoen gulden. In de tweede helft van 1990 kwamen vrijwel geen defensie-opdrachten meer binnen. De levering van apparatuur voor medische en industriele toepassingen steeg wel, respectievelijk met 14 en 12 procent tot 182 miljoen en 142 miljoen gulden. Het aandeel van defensie in de totale omzet daalde hierdoor van 30,2 procent in 1989 tot 25,2 procent vorig jaar.