De verdwenen neus van tante Sylvia; Tsjechoslowaakse verhalenbundel vertaald

Tsjechoslowakije. Verhalen van deze tijd. Bijeengebracht door Kees Merkcs. Uitg. Meulenhoff, 231 blz. Prijs: (f) 37,50

Mede onder invloed van Philip Roth, in zijn hoedanigheid als redacteur van de Penguinreeks Writers from the Other Europe, heeft een groot aantal Middeneuropese schrijvers een publiek gevonden aan de andere kant van de nu denkbeeldige muur. In Nederland brengt Meulenhoff een vergelijkbare serie uit, Schrijvers van het andere Europa geheten. Het doel van beide series komt overeen: bekendheid geven aan werk uit tot voor kort redelijk onontgonnen literaire gebieden. Tot nu toe zijn in de Nederlandse reeks Polen, Joegoslavie, Roemenie, Bulgarije en Hongarije behandeld. De Tsjechoslowaakse auteurs zijn aan de beurt in de meest recente aflevering.

Dat er de afgelopen jaren al het een en ander is veranderd in de belangstelling voor Oosteuropese literatuur, blijkt uit de afwezigheid van Milan Kundera in deze bundel. Van hem, schrijft bezorger Kees Merkcs in zijn nawoord, was niets meer voorradig dat al niet was vertaald. Kundera heeft, kun je ook zeggen, zo'n kennismakingsbundel niet meer nodig.

Dat betekent niet dat het wel opgenomen werk daardoor minder interessant is. Integendeel. De bundel opent met het klapstuk: een schitterende, warrige brief van Bohumil Hrabal, waarin hij de gebeurtenissen van november 1989 laat verglijden in de Tsjechische en Slowaakse geschiedenis. Hrabal richt zich in de brief tot Dubanka, zijn koosnaampje voor de jonge Amerikaanse slaviste April (duben betekent april). Hij zocht haar op toen hij in de zomer van 1989 langs een aantal Amerikaanse universiteiten reisde, een tocht die ook in de brief opduikt.

Het verhaal, De novemberorkaan getiteld, is meer dan een kroniek van een paar dagen opstand. Hrabal aanschouwt en verwelkomt de opstand, maar tegelijkertijd stijgt uit zijn verslag een gevoel van overbodigheid op. Terwijl mensen door de straten rennen om te ontkomen aan de hardhandig optredende politie, vrienden naar het cafe komen waar Hrabal bier drinkt en ingelegde courgettes eet en studenten de oude meester komen vragen of hij hen wil toespreken, blijft Hrabal op de vage afstand van iemand die op de een of andere manier meer bezig is met zijn zwarte katertje Cassius, de brief aan April en bier met ingelegde courgettes. Die afstand wordt begrijpelijker naarmate Hrabal zich meer historische 'incidenten' herinnert, varierend van de Duitse bezetting tot de Tsjechische pogroms, en de opstand in wording een gebeurtenis wordt in de lange reeks van gebeurtenissen die de Tsjechoslowaakse geschiedenis is.

GOETHE

Een ander hoogtepunt in de bundel is Ivan Klima's verhaal Miriam, dat stamt uit de, wat mij betreft, perfecte bundel Mijn eerste liefdes.

Het is een uit het perspectief van een jongen vertelde geschiedenis van een tragische liefde. Het is oorlogstijd, de familie van de jongen wacht in de barakken van een getto op deportatiebevelen. Ondertussen viert tante Sylvia haar verloving, waarbij de vader van de hoofdpersoon een korte toespraak houdt. Goethes 'Het is beter treurig te zijn met liefde dan vrolijk zonder' vormt de voor iedereen verrassende kern van de speech. De dag na het feest ontdekt de jongen de portee van Goethes aforisme, als hij in de rij voor de voedseldistributie staat en niet een, niet twee, maar drie porties melk krijgt van het meisje achter de gamellen. Evenals Hrabal laat ook Klima de grote realiteit van de geschiedenis verdringen door alledaagse menselijke problemen: hoe heet dat meisje, hoe kom ik met haar in contact, zit mijn haar goed en zal ik wel of niet mijn pak dragen? Het is een schitterend verhaal dat schreeuwt om integrale vertaling van de bundel waaruit het is gelicht.

Overigens vraag ik mij af waar de grote neus van tante Sylvia is gebleven die zij in de mooie Engelse vertaling van Ewald Osers heeft.

In het Nederlands is die verdwenen. En hoe komt het dat de geinterneerde Nederlandse schilder in de Engelse versie Speero heet en in het Nederlands Speer? Hieruit zou je mogen concluderen dat de Nederlandse vertaling onzorgvuldig is.

VLAMING

Ook de twee verhalen die van Ludvik Vaculik zijn opgenomen, De werkmansschoen en De geur van juni, vormen een pleidooi voor meer vertalingen. De werkmansschoen beslaat niet meer dan vier pagina's, maar daarin gebeurt dan ook alles wat moet gebeuren. Het verhaal opent met een schitterende zin: “Ten slotte besloot ik op plechtige wijze met dat oude paar schoenen de nog vochtige hoop twijghout aan te steken die ik uit de hele tuin bij elkaar had geharkt”, om daarna onmiddellijk in het verleden van de Duitse bezetting te duiken, in de ingewanden van de fabriek waar de hoofdpersoon met een aantal mede-arbeiders werkmansschoenen maakt voor andere naar het 'Reich'

gesleepte arbeiders. Terwijl de persen hun werk doen en op kleine crematoria lijkende ovens zolen op leesten bakken, leest de hoofdpersoon een leerboek Duits voor Vlaamse dwangarbeiders, waaruit Vaculik de volgende bitterzoete zin citeert: “Ik ben benieuwd, of ik me hier als Vlaming t'huis zal gevoelen.”

Van Milan Simecka moet ik tenslotte het mooie filosofische verhaal Het nieuwe denken noemen. Er gebeurt weinig in die tekst, maar wat zich voordoet is ingebed in een prachtige natuurlijke peins-toon. Op de avond waarop hij en een vriend voor de zoveelste keer worden gearresteerd en zijn gedachten heen en weer zweven tussen Gorbatsjov en een bomaanslag in de synagoge van Istanbul komt Simecka tot de vervreemdende conclusie dat er een prettig soort veiligheid uitgaat van dat ondemocratische land van hem. Simecka is ook zo'n schrijver van wie ik meer zou willen zien.

Dat is dan meteen mijn hoop, want bundels als deze zijn onbevredigend. Het is proeven zonder te eten. Misschien volgt na deze hors-d'oeuvre varie werk van meer substantiele aard. Een goede vertaling van Klima's Mijn eerste liefdes bij voorbeeld.