Dans de Saddam

Saddam Hussein is een opzwepend nummer, Arabische gitaarklanken op een bedje van Westerse disco.

De dansvloer van de enige discotheek in Amman die door de dramatische terugloop van toeristen nog open is, stroomt vol wanneer de schlager over de held die de oorlog verloor, wordt gedraaid. De adoratie van de Jordaniers voor de Iraakse leider is nog niet verdwenen. In de bank van het Intercontinental Hotel hangt nog steeds een poster van Saddam tussen twee lachende kleine meisjes. Kaarten, horloges en andere tierelantijnen met zijn foto blijven in de circulatie.

“Schat, luister nou toch. Hij heeft ver-lo-ren”, tettert een Jordaanse in het oor van haar chaufferende echtgenoot. De innemende zakenman heeft zijn wagen volgeladen met uitgedanste nachtbrakers en houdt een vurig pleidooi voor zijn idool. Had Saddam maar dit gedaan, had hij maar dat gedaan, want dan... De Palestijnen, de Jordaniers, wat hadden ze graag een sterke pan-arabische leider gezien. Ze pruilen.

Merkwaardig is het wel, dit gedweep. Het Hashemitische Koninkrijk was altijd bijzonder op het Westen georienteerd, en dan vooral op Amerika.

De betrekkingen tussen koning Hussein en Washington waren tot de Golfoorlog uitstekend. De Jordaanse jet-set vertoonde zich graag in Florida. Amman, een Arabisch Apeldoorn met uitgestrekte, te correcte woonwijken, heeft een islamitisch gezicht met Amerikaanse make-up. Het tv-toestel op mijn kamer is van het merk Bush, het sanitair heet American Standard, sinaasappelsap komt van de Arabian American Food Manufacturing Co en de kabel vertoont bijna alleen Amerikaanse films.

“Zeggen dat je tegen Saddam was, kwam neer op zelfmoord”, zegt Osama El-Sherif, hoofdredacteur van The Star, voorheen The Jeruzalem Star.

Hij was tegen de Iraakse bezetting van Koeweit en tegen de geallieerde interventie. El-Sharif ziet 'de' Arabieren in het algemeen en de Jordaniers in het bijzonder als de slachtoffers van de oorlog, een algemeen gevoelen in het land.

Niets kan hier de verering voor Saddam stoppen, ook zijn nederlaag en het optreden tegen de Koerden niet. Alleen de ramadan kon het ritme verstoren: de disco ging dicht, op Saddam werd even niet meer gedanst.

    • Lolke van der Heide