Carter wil onderzoek complot verkiezingen

ATLANTA, 26 APRIL. De voormalige Amerikaanse president Jimmy Carter wil een onderzoek naar de beschuldigingen dat het campagneteam van Ronald Reagan tijdens de verkiezingsstrijd in 1980 met de regering van Iran heeft onderhandeld om de Amerikaanse gijzelaars in dat land vast te houden tot na de verkiezingen. Carter deed vlak voor de verkiezingen juist nog verwoede pogingen om Iran te overreden de gijzelaars vrij te laten.

Tegen verslaggevers zei Carter gisteren dat de geruchten over zo'n akkoord hem “misselijk maken”. “Maar de aanwijzingen zijn naar mijn mening zo overtuigend dat zij een vraag hebben opgeworpen. Ik denk dat er een diepgravend onderzoek moet komen naar de juistheid van de beschuldigingen.”

Carter zei dat hij al tien jaar speculaties heeft gehoord dat wijlen William Casey, campagne-leider van Reagan en tijdens Reagans presidentschap directeur van de CIA, deel uitmaakte van zo'n complot.

Carter heeft dit naar eigen zeggen altijd voor onmogelijk gehouden, maar nieuwe aanwijzingen, onder andere in een recent televisieprogramma en in een artikel in de New York Times, hebben hem overtuigd dat een onderzoek noodzakelijk is.

De laatste maanden van Carters presidentschap werden beheerst door het lot van de 52 Amerikaanse gijzelaars in Iran, die sinds 4 november 1979 gevangen werden gehouden. Ze werden vrijgelaten direct nadat Reagan op 20 januari 1980 als president was beedigd.

Tijdens het zogenoemde Iran-Contraschandaal is onthuld dat sommige regeringsfunctionarissen van Reagan in het geheim nauwe banden met het bewind in Teheran hebben onderhouden. (AP, UPI)