Anja Meulenbelt schaamt zich nergens voor

De grote verdienste van de bundel Alles moest Anders, het onvervulde verlangen van een linkse generatie (Nijgh & Van Ditmar) is de zielsverscheurende eerlijkheid waarmee de auteurs afstand nemen van hun even linksradicale als onbekookte verleden.

Zij bedoelden het goed. Maar in de vermeende onbewoonbaarheid van het kapitalisme hebben zij zich verschrikkelijk vergist. Behalve Anja Meulenbelt.

Was zij eigenlijk wel links, vraagt 's lands meest vooraanstaande feministe zich af. Of representeerde zij in feite “de specifieke levensstijl van de jaren zestig” toen iedereen links was, behalve de rechtsen? De schrijfster heeft, zegt zij, reeds van het communisme afstand genomen voordat het in een wereldwijde crisis raakte. Niet omdat het communisme zo stalinistisch was, maar omdat het zo seksistisch was. Die zich progressief afficherende mannen “vielen niet mee” en van fem-soc, laat staan van soc-fem, wilden zij niets weten. Anja Meulenbelt heeft het ze reeds in een vroeg stadium, via een artikel over huishoudelijke arbeid, genadeloos ingepeperd.

Toegegeven, dit stuk was in onvervalst marxistische termen geformuleerd. Dit geschiedde uit strategische, niet uit politieke overwegingen: “Ik wilde die lui in hun eigen taal duidelijk maken wat er mis met ze was”. Dus beziet zij de ineenstorting van het communisme zonder schaamte of schuldgevoel. “Ik hoef niet zoveel recht te zetten of terug te nemen.”

Behalve, schat ik, driekwart van haar oeuvre, niet in de laatste plaats het boek Grote Voeten Kleine Voeten (1982), waarin zij het maoistische en postmaoistische China heeft verheerlijkt.

Zij noemde zich in die tijd een 'socialistische feministe' met “een historische en materialistische blik”, gestaald door “vele jaren feministisch kijken”. Zo keek zij, tijdens haar drieweekse verblijf onder de Rijzende Zon, ook naar haar Chinese zusters. Zij leven in een land “zonder voortdurend onderhuids aanwezige heteroseksuele agressie”, zonder verkrachting, 'neukdwang' en vergelijkbaar mannelijk haantjesgedrag. Een Blijf-van-m'n-lijf-huis hebben de Chinese vrouwen niet nodig; zoiets is een typisch Westers degeneratieverschijnsel, dat bewijst “hoe primitief het kapitalisme eigenlijk nog is”. Chinese mannen kenmerken zich door “dat onagressieve verlegene”. Er was, ervoer Anja Meulenbelt aan den lijve, “weinig te merken van het seksueel geweld, van beoordeeld worden op seksuele gebruikswaarde”. Zeker, zelfs in China schijnt het “een enkele keer” voor te komen dat een man zijn vrouw mishandelt.

Zoals ook een uitwas als de prostitutie nog “niet helemaal voorbij” is, al blijft dit verschijnsel beperkt tot de grenssteden “die onder directe invloed staan van het kapitalistische buitenland”. Voor de rest: “Het bevalt me best, tot nu toe, in China”. Beter dan in dat ellendig Amsterdam, waar zij door de stratenmakers wordt nagefloten.

Daar is het regelrecht 'afschuwelijk', zegt zij. Allemaal de schuld van de mannen! En van de wijze waarop de mannen de samenleving hebben ingericht. Zijzelf, bijvoorbeeld, zou best wat soberder, minder decadent kunnen leven, “meer zoals de Chinezen, als ik niet omringd werd door een maatschappij waarin de machtsverhoudingen fundamenteel niet deugen”.

Zo blind kan men slechts na “vele jaren feministisch kijken” zijn, vooral als je je aan “alle films van Joris Ivens over China” hebt vergaapt.

Want in werkelijkheid wordt de vrouw in China als een stuk vee behandeld. Tachtig procent van het werk in de communes wordt door de vrouwen gedaan, terwijl de mannen comfortabel op hun tractoren door de rijstvelden koersen. Op promiscuiteit of seks voor het huwelijk staat zware straf. De lesbische liefde, waar Anja Meulenbelt zulke vooruitstrevende meningen over heeft, is zo taboe dat dit begrip niet eens in de woordenboeken voorkomt. Het collectief beslist of je mag trouwen of scheiden, waarna je - in het laatste geval - collectief met de nek wordt aangekeken. Verkrachting is, na diefstal, de tweede misdaad op de schaal van Beijing - en voor de rest vertoont de Chinese samenleving een puritanisme dat slechts vergelijkbaar is met de buitenwijken van Urk en Mijnsheerenland.

Niettemin was Anja Meulenbelt, fellow travelling, bekwaam door haar Chinese gastvrouwen ingepakt, “vreemd ontroerd - ik kan wel huilen”.

Ik ook, als ik, lezende in Ombres Chinoises van Simon Leys, beschreven zie hoe in het voormalige Hemelse Rijk een complete cultuur is afgebroken, terwijl de 'volksmilitie', tussen het boekverbranden door, miljoenenvoudig de 'contrarevolutionairen' excecuteerde.

Kent Anja Meulenbelt eigenlijk het verhaal over haar Chinese zuster Lin Zhao, die werd doodgeschoten omdat zij het had gewaagd het regime te kritiseren, waarna de volksmilitie een dubbeltje van de moeder eiste, zijnde de kosten van de kogel, die aan deze contrarevolutionaire was verspild?

Wat is er eigenlijk door haar heengegaan toen op het Plein van de Hemelse Vrede, in juni 1989, al die andere contrarevolutionairen onder de salvo's der machinegeweren stierven?

De kritiek op haar Grote Voeten Kleine Voeten was niet mals. Er werd gesproken over “vrijblijvend gebabbel van een radicale feministe uit de Amsterdamse grachtengordel” in een 'ridicuul' boek dat hoog scoorde “op de lijst van hedendaagse Chinese sprookjesliteratuur”.

Anja Meulenbelt is er, negen jaar later, zoals blijkt uit haar bijdrage aan de bundel 'Alles moest Anders', nog spinnijdig om.

Andermaal was het allemaal de schuld van de mannen. Zij vraagt zich af wat 'die lui' toentertijd bezielde. “Hadden zij nog een kleine rekening te vereffenen? Is hun vriendin onder invloed van het feminisme weggelopen?” Men ziet, de getrainde, historisch-materialistische blik staat nog altijd op scherp.

Niettemin, de hardste woorden over dit “in vele opzichten teleurstellende reisdocument” zijn gesproken door Carolijn Visser (NRC Handelsblad) en Annet Muyen (Haagse Post), over wier private aanvechtingen ik niet kan oordelen, maar die onmiskenbaar vrouwen zijn.

Een jeugdzonde hoor je te vergeten en te vergeven, mits op adequate wijze uitgezweet. Maar het verloochenen van een jeugdzonde, trouwens bedreven toen de schrijfster allang 'het instituut Meulenbelt' was (Anja Meulenbelt over Anja Meulenbelt), vind ik eigenlijk vrij verachtelijk.