Volvo Car had nooit gemakkelijk bestaan

ROTTERDAM, 25 APRIL. Een ding staat nu wel vast. De door de bedrijfsleiding in Helmond zo gewenste samenwerking tussen Volvo Car BV en het Japanse Mitsubishi komt er. Eind volgende week tekenen de Nederlandse staat, Volvo Zweden en Mitsubishi een intentieverklaring. De drie partners zullen elk voor een derde deelnemen in Volvo Car. De komst van de Japanners moet de autofabrikant in het zuiden, die nu nog voor zeventig procent in handen is van de Nederlandse staat, een nieuwe impuls geven.

Toch blijven er nog onzekerheden zolang een uitgewerkte overeenkomst niet is getekend. Veel wijst erop dat dat Volvo Car (9500 werknemers) meer zal zijn dan een simpele assemblagefabriek. Maar hoeveel van de research in Helmond blijft en hoe hoogwaardig die activiteit zal zijn, is nog onduidelijk. De vakbonden juichen de samenwerking met Mitsubishi toe, maar zijn op deze punten niet geheel gerust.

Volvo Car, voortgekomen uit Van Doorne's automobielfabrieken, heeft geen gemakkelijk bestaan gekend. De eind jaren zeventig gelanceerde 300-serie verkocht aanvankelijk moeizaam. Slechts met flinke financiele steun van de Nederlandse overheid en Volvo Zweden kon het bedrijf voor de ondergang worden behoed. Zo werd alleen al tussen 1977 en 1979 door Economische Zaken 350 miljoen gulden in het bedrijf gestopt om verliezen te compenseren. Later werd nog een half miljard in ontwikkelingskosten bijgedragen voor de 400-serie.

Van groot belang voor Volvo Car is dat de sterke Japanse partner straks een deel van de ontwikkelingskosten van een nieuwe auto voor zijn rekening neemt. De produktie in de fabriek te Born zal van 120.000 tot 220.000 stuks worden opgevoerd. In Born zullen zowel Volvo's als Mitsubishi's worden geproduceerd, mogelijk vanuit eenzelfde basis-ontwerp.

Dat noodzakelijke efficiencyverbeteringen zeker duizend arbeidsplaatsen kosten, nemen de vakbonden voor lief als dat zonder gedwongen ontslagen gaat. De technologische ontwikkelingen in de auto-industrie laten geen andere keus. Volvo Car kan juist profiteren van de technische kennis die Mitsubishi binnenbrengt. De Raad van Bestuur haalde enkele maanden geleden dan ook met instemming van de ondernemingsraad en bonden het bureau McKinsey binnen om de efficiency-operatie voor te bereiden.

Gezien de ontwikkelingen elders in de auto-industrie ligt het voor de hand dat de basis-research in Zweden en Japan plaatsvindt. Maar dat laat nog wel degelijke ruimte voor research in Helmond en Born. De bonden lieten minister Andriessen onlangs in een 'brandbrief' nog eens weten dat die ruimte ook moet worden benut. De 400-serie was een volledig Nederlandse ontwikkeling. Bij Volvo Car zit dus veel technische kennis, die volgens de bonden niet verloren mag gaan.

Mitsubishi lijkt deze mening ook toegedaan. Japanse ingenieurs zijn al geruime tijd in Helmond om in alle stilte met Nederlandse collega's feasibility-studies te doen.

Vorig jaar werd in Brussel een gezamenlijk marketing kantoor voor Europa gevestigd. Daarmee kwam 'Commercial Operations' rechtstreeks onder Zweedse verantwoordelijkheid te vallen. In Helmond bleven nog afdelingen marketing, planning en control. De bonden willen die daar laten. Met de matige verkoop van de 300-serie eind jaren zeventig, die toen nog onder Zweedse verantwoordelijk viel, is leergeld betaald. Op zijn minst moeten er garanties komen over onder meer prijsstelling van produkten van Volvo-Car. Bij de bonden bestaat de vrees dat straks in Volvo-showrooms ook concurrerende modellen van Renault, waarmee Volvo Zweden samenwerkt, worden aangeprezen.

Zoveel staat dus ook vast: de klus voor Andriessen, die ook zelf een volwaardige autoproducent binnen de Nederlandse grenzen wil houden, is nog niet geklaard.