Venus is komende maanden met kijkers goed waarneembaar

Reeds enige maanden staat in het westen, onmiddellijk na zonsondergang, een 'ster' van opvallende helderheid. Het is de planeet Venus, die als avondster helderder en briljanter dan welke ster of planeet aan het firmament straalt.

Venus is een zogeheten binnenplaneet, hetgeen betekent dat haar baan binnen die van de aarde is gelegen. Zij zal dan ook van de aarde af gezien zich steeds in de onmiddellijke nabijheid van de zon ophouden.

Met andere woorden: zij zal als avondster in betrekkelijk korte tijd na zonsondergang zelf onder de horizon verdwijnen.

Het is dan ook een vrij grote zeldzaamheid als de avondster pas na middernacht achter de horizon verdwijnt. Dit is nu in het 'Venus-jaar 1991' het geval en wel vanaf medio april tot eind juni. Het wordt veroorzaakt doordat de verbindingslijn zon-Venus dit voorjaar een zeer grote hoek met de horizon maakt. Venus staat in die periode na zonsondergang nog hoog aan de hemel en gaat dientengevolge lange tijd na zonsondergang eerst zelf pas onder.

De planeet Venus werd in het verleden dikwijls 'de zusterplaneet van de aarde' genoemd. Beide planeten zijn ongeveer gelijk in massa en omvang. Maar door zowel Russische als Amerikaanse ruimtevaartuigen, die de laatste jaren de planeet op zeer korte afstand in kaart hebben gebracht en allerlei metingen hebben verricht, weten we wel beter.

Venus blijkt in vrijwel niets op de aarde te lijken. Er is b.v. sprake van een sterk broeikaseffect, waardoor de oppervlaktetemperatuur zo'n 500 Celsius bedraagt, terwijl de luchtdruk negentig maal zo hoog is als op aarde:

Het op 4 mei 1989 gelanceerde ruimtevaartuig Magellan, dat op 10 augustus 1990 in een baan rond Venus werd gebracht, heeft een ware stortvloed van nieuwe gegevens opgeleverd over het desolate landschap van onze zusterplaneet en de reeds eerder verkregen kennis in elk opzicht bevestigd.

Hoewel de planeet door een dik wolkendek omgeven is en er dus geen details op haar oppervlak vanaf aarde vallen waar te nemen, vallen er toch met heel eenvoudige hulpmiddelen boeiende en voldoeninggevende observaties te verrichten.

In de eerste plaats kan men reeds met behulp van een prismakijker met voldoende vergroting, of nog liever met een eenvoudige astronomische kijker, de sikkelvorm van de planeet waarnemen. Voor het jaar 1991 zijn de maanden mei en juni daarvoor het meest geschikt. Een merkwaardige gewaarwording: het is alsof men een maan van ongeveer 2 a 3 dagen voor eerste kwartier, maar dan wel zeer sterk verkleind, in het veld van de kijker heeft gekregen. Men kan deze waarneming echter het beste doen enige tijd voor zonsondergang.

Duidelijk kan men een opmerkelijk verschil zien tussen de sikkel van Venus en die van de maan. Wanneer onze satelliet zich enige dagen na nieuwe maan aan de westelijke avondhemel vertoont als een sikkel, dan zal deze, hoe smal hij ook moge zijn, nooit meer omspannen dan een halve maanhol, met andere woorden, de lijn die de uiterste sikkelpunten met elkaar verbindt is de middellijn van de maan. Dit nu is bij Venus niet het geval. De sikkelpunten bij Venus zijn aanzienlijk langer. Dit wordt veroorzaakt doordat er op Venus plaatsen door de zon worden verlicht, hoewel de zon reeds is ondergegaan, respectievelijk nog niet is opgekomen. Er treedt dus een verschijnsel op, dat we op aarde ook zo goed kennen: de schemering, resp. de dageraad. Dit is het bewijs dat Venus een dampkring heeft in tegenstelling tot de maan.

Ook het waarnemen van Venus overdag is een boeiende uitdaging. Een transparante, diepblauwe hemel is wel een eerste voorwaarde. Met behulp van een prismakijker en de wetenschap waar men het object aan het firmament kan vinden, is dit een waarneming die heel goed mogelijk is. De maanden juni en juli, waarin de avondster haar grootste helderheid bereikt zal hebben, lenen zich daar het beste voor. Het is dan goed mogelijk om haar loop aan het firmament dan vrijwel de gehele dag te volgen.