Twintig talen en een IQ van vijftig

Christopher is uitzonderlijk: idiot savant en talenwonder. De taalkundige Neil Smith trekt nu al een jaar met hem op en is voorlopig nog niet op hem uitgestudeerd.

Z'n nagels knippen of z'n jas dichtknopen kan hij niet. Hij heeft, afhankelijk van de toevallige test, een intelligentiequotient dat tussen de 40 en 60 ligt. Negentwintig is hij op het moment. Zijn naam is Christopher en hij woont in een inrichting in Engeland. Engels is zijn moedertaal, maar dit verhaal kan hij lezen, en dat zal hij ook zeker doen. En als het in het Fins, Frans, Noors, Grieks, Turks, Italiaans, of nog zo'n tien andere talen geweest was, dan had hij het ook kunnen lezen. Christopher is een talenwonder, en wat psychologen een idiot savant noemen, letterlijk: een wetende idioot. Maar hij is niet idioot. Neil Smith, de taalkundige die nu een jaar met Christopher optrekt, spreekt liever simpelweg van savant. Vooral ook omdat 'Chris', zoals hij hem met duidelijke sympathie in zijn stem noemt, een volstrekt uniek geval is.

Een 'idiot savant' met een geweldig talent voor talen komt in de literatuur niet voor. Vrijwel alle anderen die dat stempel hebben gekregen zijn verbaal juist bijzonder zwakbegaafd. Hun eilandje van genialiteit ligt bijvoorbeeld op het vlak van rekenen (beroemd zijn de tweelingbroers die fantastisch konden worteltrekken, en communiceerden door elkaar priemgetallen uit getallen van acht cijfers toe te voegen), of muziek (zulke savants spelen een pianoconcert nadat ze het een keer gehoord hebben, exact na, inclusief eventuele fouten). Of het gaat om mensen met een absurd goed geheugen voor bepaalde feiten: ze weten bijvoorbeeld van alle dagen in de afgelopen twintig jaar wat voor weer het was. Soms ook kunnen ze goed tekenen, zoals de Engelse Stephen Wiltshire die laatst in het programma van Karel van de Graaf uit z'n hoofd de Domtoren van Utrecht natekende waar hij die middag een minuut of tien naar had staan kijken. Stephen Wiltshire is net als veel andere 'savants' autistisch: het is moeilijk contact met hem te krijgen en er zijn maar een paar onderwerpen waar hij over wil praten (eentje is de film Rainman waarin Dustin Hoffman een autist speelt).

Ook Christopher is zolang het niet over talen gaat meestal kort van stof, maar Smith zegt dat hij zeker niet autistisch is: hij heeft gevoel voor humor. Hij plaagt Smith en de onderzoekers die hem bijstaan bij de experimenten en tests die hij met Christopher doet.

Smith: ''Als hij dan iets in het Portugees vertaald heeft, en merkt dat wij moeite met die taal hebben, dan grijnst-ie en zegt: 'ik wil het Portugees wel even in het Noors vertalen', terwijl hij heel goed weet dat we dat niet beheersen.''

LEEMHUT IN NIGERIA

Smith (51), zo'n prettige Engelsman vol onderkoelde humor, is hoogleraar taalkunde aan de University College in London. Hij heeft een brede achtergrond: grammatica, klankleer, taalverwerving, pragmatiek (de manier waarop je taal in de praktijk gebruikt), overal heeft hij zich mee beziggehouden. Ooit woonde hij een jaar in een leemhut in Nigeria om de toontaal Nupe te leren; hij schreef er een grammatica van. Later maakte hij een studie van de manier waarop zijn zoon zich het klanksysteem van het Engels eigen maakte en een paar jaar geleden schreef hij The Twitter Machine ('de Kwettermachine'), waarin hij een geslaagde poging doet aan een breed publiek uit te leggen wat de lol is en de zin van theoretische taalkunde.

Omdat niet zomaar bij voorbaat duidelijk is wat Christophers talentalent inhoudt, lijkt Neil O'Connor - de psycholoog en idiot savant-specialist die Christopher 'ontdekte' - een gelukkige keus gemaakt te hebben door juist Smith te vragen zich met Christopher bezig te willen houden.

Een van de redenen voor O'Connor om een linguist in te schakelen was dat zijn verhaal door collega's niet geloofd werd. Een idiot savant die de ene taal na de andere leerde en een verbaal IQ van 125 had (een kwart boven gemiddeld), dat kon niet waar zijn. Maar het is wel waar, en de komst van Smith betekent eindelijk erkenning voor Christopher, die dolgelukkig is als hij allerlei taaltesten mag doen. Smith: ''Ik denk dat hij het idee heeft dat wij een beetje zoals hij zijn. Wij spreken ook meer talen, en in die zin zijn we zielsverwanten. De eerste keer dat we hem gingen opzoeken spraken we hem allemaal in een andere taal aan: O'Connor in het Frans, mijn onderzoeksassistente Ianthi Tsimpli in het Grieks - ze is Grieks - en ikzelf in het Hindi (mijn vrouw komt uit India). Hij leek even in de war, maar daarna was hij echt verrukt, en gaf ons allemaal antwoord in de taal die we gebruikt hadden.''

Niet alleen de psychologen, ook de taalkundigen zijn verbaasd. Vorige week hield Smith een lezing in Leiden, waar dit jaar het grote Europese GLOW-congres over theoretische taalkunde gehouden werd.

Golven ongelovig gelach gingen door de zaal, bijvoorbeeld toen Smith vertelde van het cadeautje dat hij laatst voor Christopher had meegenomen. Smith: ''Ik had al jaren een boek op de plank staan waar ik nooit in keek: een woordenboek Hindi-Russisch, in het devanagari, dat is het Hindi-schrift, en het Russische cyrillische schrift, met daarachter weer een representatie van het Russisch in het Hindischrift. Chris vond het geweldig, en om te bewijzen dat hij het begreep vertaalde hij het in Nieuw-Grieks.''

Spraakgebrek

Smith kan urenlang en vol enthousiasme over Christopher vertellen. Hij voelt zich bevoorrecht met de kans Christophers talenkennis en zijn vermogen nieuwe talen te leren te onderzoeken. Sinds een jaar gaat hij elke maand een hele dag naar het tehuis waar Christopher woont. Voor Christopher zelf is dat het hoogtepunt van de maand, en ook de rest van de tijd is hij beter af: sinds al die professoren hem komen opzoeken is zijn status behoorlijk gestegen. Smith: ''Hij werd vaak geplaagd, omdat hij zo onhandig is. Zijn hand-oog coordinatie is heel slecht. En hij is ook sociaal onaangepast. Als hij je niet kent vermijdt hij oogcontact, en hij zit met zijn hoofd naar beneden.

Bovendien heeft hij een spraakgebrek, wat het ook niet eenvoudiger maakt.'' Smith doet op verzoek even na hoe Christopher praat: ook dat heeft iets ongecoordineerds, een soort naar binnen slissen.

Dat, en die onhandigheid hebben hem altijd parten gespeeld. Smith: ''Ik heb van zijn zus gehoord dat hij heel voorlijk was. Op de leeftijd van twee of drie jaar kon hij al tot honderd tellen.

Overigens is rekenen zeker zijn fort niet. Simpele optel- en aftreksommetjes gaan goed, maar daar heb je het wel mee gehad. Ook een spelletje boter-kaas-en-eieren lukt niet. Maar toen hij zo klein was probeerde hij ook al te lezen. Boeken koesterde hij echt. Op een gegeven moment kwam zijn zus, een vertaalster die zo'n twintig jaar ouder is dan hij, thuis met allerlei technische teksten in het Frans.

Die ging Christopher bekijken en bestuderen. Hij houdt nog steeds meer van feiten dan van fictie. Maar er was geen dokter die wilde geloven dat dat onhandige jongetje op z'n vierde Frans studeerde. Die dokters gaven hem ook veel medicijnen, we weten niet precies wat, maar mogelijk hebben die zijn toestand nog verslechterd. Het is niet duidelijk waar zijn handicap vandaan komt. Het kan vanalles zijn. Zijn moeder was bijvoorbeeld 46 toen hij geboren werd, en ze is tijdens de zwangerschap ook nog een keer gevallen en ze kreeg rode hond. Enfin, je komt daar niet meer achter. Zijn ouders zijn inmiddels overleden, maar hij heeft wel familie die hem steunt en aanmoedigt. Zijn ene zus is met een Pool getrouwd, zo heeft hij Pools geleerd. Zijn andere zus heeft hem vorig jaar nog meegenomen op vakantie naar Mallorca, met haar hele gezin. Dat was een groot succes: Chris trad voortdurend op als tolk voor de Duitse toeristen. Maar zijn hotelkamer terugvinden kon hij niet.''

Het feit dat Christopher daadwerkelijk als tolk kon optreden vertelt al iets over zijn vermogens. Het betekent dat hij begrip heeft van wat hij zegt, en niet alleen maar 'papagaait', of toevallig buitengewoon goed is in woordjes leren. Toch zou je iets dergelijks kunnen vermoeden uit de manier waarop hij vertaalt. Smith: ''Als je hem een tekst geeft dan begint hij echt onmiddellijk razendsnel te vertalen, als een soort automaat, en nogal woord voor woord. Hij geeft de vertaling in een tempo alsof hij gewoon voorleest. Het lijkt hem op dat moment ook niet uit te maken of wat hij zegt onzin is of niet. Hij maakt dikwijls hele gekke fouten. Als we hem vragen om wat rustiger aan te doen, even na te denken, of de tekst eerst een keertje voor zichzelf te lezen dan reageert hij heel ongemakkelijk en zegt dat hij dat niet kan. Maar als hij gewoon praat in de een of andere taal, dan maakt hij veel minder fouten. En ook als je hem drie zinnetjes geeft in bijvoorbeeld het Grieks of het Italiaans, die veel op elkaar lijken, maar waarvan er twee niet in orde zijn, dan pikt hij meestal feilloos de goede formulering eruit.''

HONGAARS

De eerste taak die Smith en mede-onderzoekster Tsimpli zich stelden was uit te vinden welke talen Christopher kent, en ook hoe ver die kennis dan ongeveer gaat. Zijn eigen mededelingen daarover zijn niet altijd betrouwbaar. Smith: ''Hij beweerde bijvoorbeeld dat hij Hongaars kende. Toen we hem een keer een Hongaarse tekst voorlegden zei hij inderdaad meteen: 'dat is Hongaars'. Maar hij bleek het niet te kunnen vertalen. Net als veel taalkundigen kan hij talen herkennen zonder ze zelf te spreken. Een leek begrijpt dat verschil vaak niet, vandaar ook dat vroegere leraren van Christopher meldden dat hij Sanskriet kende, maar het blijkt dat hij dat ook alleen maar kan herkennen.

''Aan de andere kant zei hij zelf dat hij geen Russisch sprak, maar toen ik hem een keer een verhaal van Paustovskij onder zijn neus hield gaf hij meteen een paar zinnen lang een redelijke, zij het zeker niet foutloze vertaling. Toen hield hij abrupt op en zei: 'Ik kan geen Russisch'.''

Een idee van het niveau dat Christopher bereikt wanneer hij stante pede een tekst vertaalt, valt het best te geven aan de hand van een voorbeeld uit het Nederlands. Nederlands is overigens beslist een van zijn mindere talen, en waarschijnlijk een van de vele die hij uit een 'Teach yourself-' of aanverwant boekje geleerd heeft. 'In any case', he - she says, 'I will put the kettle on for a cup of tea.' 'Yes, please, then I must stop. You know, you you you should not - she shall not know where I am.' is wat Christopher maakt van 'In elk geval,'

zegt ze 'ik zal de ketel opzetten voor een kopje thee'. 'Ja, graag, en dan moet ik eens opstappen. Ze zal niet weten waar ik blijf.'

Opvallend is dat Christophers Engels hier ineens nog het meest lijkt op het Engels dat je van een Nederlandse middelbare scholier zou verwachten. 'In elk geval' wordt 'in any case', in plaats van het correcte 'anyway' bijvoorbeeld. Ook de constructie 'she shall not know where I am' zul je in het Engels niet tegenkomen (een perfecte vertaling zou geweest zijn: 'She'll be wondering when I'm coming', maar die ligt heel ver van letterlijk). Naar het woord 'opstappen'

deed hij een gooi met 'stop', ook al levert dat iets onwaarschijnlijks op.

Toch is Engels zijn moedertaal, en die beheerst hij even goed als iedere ander moedertaalspreker. Dat is zonneklaar wanneer je hem test: vlekkeloos weet hij aan te geven wat goed en fout is. Daar zit het 'm dus niet in, maar blijkbaar maakt hij als zijn 'automaat' aangaat vanzelf nogal ruwe vertalingen. Meestal begrijpt hij wel wat hij leest, zoals bijvoorbeeld bleek toen hij bij het vertalen van een stuk Nederlands voor de grap met een hoge stem ging praten zodra er een vrouw aan het woord was. Wanneer hij verbeterd wordt en dezelfde tekst later opnieuw onder ogen krijgt heeft hij de verbeteringen soms wel en soms niet onthouden. In het laatste geval herkent hij de tekst ook niet als iets dat hij al eerder gelezen heeft. Smith: ''Alles bij elkaar is het nogal ingewikkeld. Dat vertalen laat niet genoeg zien van wat hij echt kan. Hij heeft meer kennis in huis. Enfin, dat voedt eens te meer het idee dat er een verschil is tussen wat in taalkunde al heel lang competence en performance heet: je 'competentie' en de 'uitvoering' of het 'in de praktijk brengen' daarvan zijn niet hetzelfde. Wat je kan en weet komt er al pratend lang niet altijd perfect uit. Sterker nog: je performance zegt misschien maar weinig over je competence.''

''We kunnen ook nog niet al te veel conclusies trekken, maar duidelijk is dat hij een kleine twintig talen in meerdere of mindere mate beheerst. En het zijn talen uit heel verschillende taalfamilies: een heleboel Germaanse talen, van Duits en Nederlands tot Deens, Slavische talen zoals het Pools, Romaanse dus Frans, Italiaans, Spaans, Portugees - maar ook Fins dat tot een aparte familie behoort, en Turks dat een Altaische taal is. Wat hij kan is echt fenomenaal. En hoe hij er aan komt is vaak onduidelijk, maar iedereen die een buitenlandse taal spreekt trekt hij aan zijn jasje om eens even alles over die taal te horen. Hij kent daar geen enkele gene in. En je kunt in zijn uitspraak heel goed het verschil horen tussen talen die hij uit een boekje heeft en talen die een native speaker hem geleerd heeft.''

MODULEN-MODEL

Nadat Smith een idee had van Christophers kennis van het Engels en een hele reeks andere talen wilde hij weten of die kennis ook samen ging met andere cognitieve vermogens. Want Christophers unieke mix van vermogens en onvermogens roept vragen op over de aard van het menselijk taalvermogen. Smith: ''Een bekend model is het modulen-model van Jerry Fodor. Dat gaat er van uit dat we een centraal cognitief verwerkingssysteem hebben dat gevoed wordt door verschillende invoersystemen. Dat is een hele reeks in principe losstaande en ook los van elkaar opererende modulen: eentje voor je gezichtsvermogen bijvoorbeeld, een voor je gehoor, een voor je smaak enzovoort. De vraag is of we ook een taalmodule hebben, of het taalsysteem min of meer los van onze andere vermogens functioneert. Zo op het oog leek Christopher het levende bewijs van zo'n module. Juist omdat hij op niet-verbale intelligentietestjes zo slecht scoort ziet het eruit of zijn centrale systeem, waar het algemene 'rekenwerk' plaatsvindt, niet in orde is.

''Maar zo simpel is het niet. Want Chris z'n logica werkt prima. Hij heeft geen enkele moeite met de logische redeneringen die je in taal aan de lopende band tegenkomt. Dat hebben we getest aan de hand van series zinnetjes. Van die dingen als: 'Jaap vraagt: heb je een mooie zomer gehad? Erik antwoordt: De gevangenis is niet zo prettig.' En dan moest Christopher antwoord geven op de vraag 'Denk je dat Erik een prettige zomer heeft gehad?' Dat deed hij vlekkeloos, bij allerlei verschillende redeneringen. En ook het kiezen uit woorden als 'vandaar', 'uiteindelijk' 'in ieder geval' of 'bovendien', die ingevuld moesten worden om een lopend verhaaltje 'kloppend te maken', ging vrijwel perfect.

''Dus de taalmodulevraag is nog niet beantwoord. Ik hoop een manier gevonden te hebben om daar meer over te weten te komen: ik wil proberen Chris een onmogelijke taal te leren. Dat wil zeggen: een linguistisch onmogelijke taal. Die taal zijn we nu aan het bedenken.

Ik beleef daar veel plezier aan. De 'gewone' dingen zijn we Chris zelfs al aan het leren, zodat hij een basis krijgt. De onmogelijke dingen volgen later. Iets taalonmogelijks is bijvoorbeeld een zin van positief in negatief veranderen door alleen maar de volgorde van de woorden om te gooien. Dus XYZ is 'Jan komt thuis', maar XZY betekent 'Jan komt niet thuis'. Er is geen taal bekend waarin iets dergelijks gebeurt. Toch is het logisch gezien heel eenvoudig, het is ook niet moeilijk te snappen. Op basis van alleen-maar-intelligentie moet het te leren zijn. Met andere woorden: als Chris een taalmodule heeft die intact is, maar zijn andere modulen zijn dat niet, dan moet het dus onmogelijk voor hem zijn die taal te leren.''

Een vraag die voorlopig wel enigszins beantwoord lijkt te zijn is die naar de manier waarop Christopher vreemde talen leert. Smith zegt het zo: ''Zoals wij een tweede, derde of vierde taal leren, zo leert Christopher ook zijn zeventiende of achttiende taal. Hij maakt hetzelfde soort fouten. Hij heeft bijvoorbeeld het systeem wel door, maar kent de uitzondering niet. 'Examen' vertaalde hij in het Frans als 'examination', en in het Portugees als 'examina(c,)ao', woordvormen die je zou verwachten, ware het niet dat het in allebei de talen gewoon 'examen' moet zijn. Hij maakt ook fouten die vanuit het Engels goed te begrijpen zijn. Hij heeft bijvoorbeeld moeite met een fenomeen dat je onder andere in het Italiaans, Spaans en Grieks tegenkomt. Dat zijn zogenaamde PRO-drop-talen. Dat betekent dat je het onderwerp niet hoeft te noemen. Je kunt in die talen zeggen 'Jan komt thuis', 'hij komt thuis' of 'komt thuis', dat is allemaal goed. En met die eigenschap heeft Chris ook geen problemen. Maar PRO-drop-talen hebben een heel kluitje eigenschappen gemeen, en een daarvan is dat je het onderwerp ook heel gemakkelijk na het werkwoord kunt zetten. Dus je kunt niet alleen die drie dingen van net zeggen, maar ook nog eens 'Komt thuis Jan'. Dat is in die talen echt doodnormaal, maar Christopher vindt zulke zinnetjes fout. Dat is typisch iets waar iedereen die van huis uit geen PRO-drop-taal spreekt aan moet wennen.''

BERBER

''Het is in ieder geval overduidelijk niet zo dat Chris telkens begint te leren alsof het zijn eerste taal was. We leren hem momenteel ook een nieuwe, wel bestaande taal: Berber, dat spreekt in Engeland, anders dan in Nederland, vrijwel niemand. Christopher is in zekere zin een ideale proefpersoon, omdat we zelf volkomen in de hand kunnen houden welk materiaal hij voorgelegd krijgt, hoeveel 'invoer' hij krijgt. We hopen te ontdekken dat sommige dingen vanzelf op hun plaats vallen voor hem. Dat hij ons iets duidelijk kan maken over de onbewuste kennis die we hebben. Zo is het Berber een taal waarin het werkwoord voor het onderwerp en het lijdend voorwerp komt, een VSO-(Verbum-Subject-Object)taal. In VSO-talen heb je geen voorzetsels, maar achterzetsels. Onze vraag was: zou Chris dat intuitief weten? We hadden er zorgvuldig voor gezorgd dat hij geen van die achterzetsels was tegengekomen in zijn lessen Berber, en op een gegeven moment vroegen we hem wat hij in het Berber zou doen: voor- of achterzetsels gebruiken. En inderdaad, hij zei: achterzetsels, maar het blijft lastig. Als je hem iets dergelijks vraagt zegt hij meestal: 'Vertel jij het maar, jij kent die taal.' Hij heeft natuurlijk nog gelijk ook.

En als we hem van iets vragen 'weet je het zeker?', dan denkt hij dat hij een fout heeft gemaakt - iets dat hij heel vervelend vindt - en gooit de zin om. Maar die neiging heeft iedereen die niet gewend is aan het geven van grammaticaliteitsoordelen. Toch is hij vaak bezig als een taalkundige. Dan zit hij echt van 'oh, dus als het de tweede persoon is dan heb je dit, en als het mannelijk is dat'. Zo probeert hij het paradigma te achterhalen. Alleen heeft ie een veel beter geheugen dan ook de gemiddelde taalkundige.''

Smith' onderzoek loopt nu een jaar, hij heeft geld toegezegd gekregen voor een project van twee jaar. ''Maar,'' zegt hij, ''ik denk dat dit doorloopt tot ik doodga - of Christopher. We zijn nog maar net begonnen eigenlijk, en de conclusies zover zijn een beetje wankel. In de toekomst zal ik me ook verdiepen in polyglotten met een normale intelligentie, om enig vergelijkingsmateriaal te hebben. Ik denk dat Chris ons nog veel kan leren. En ik vind hem aardig. Het zou bijzonder wreed tegenover hem zijn om het onderzoek stil te zetten.''