Ter Veld: WAO-voorstel van De Vries deugt niet

DEN HAAG, 25 APRIL. Staatssecretaris Ter Veld (PvdA) van sociale zaken had haar mond willen houden. Links en rechts werden uitspraken gedaan over 'haar' arbeidsongeschikten, maar ze dacht: “Ach, laat maar. Ik heb mijn zaakjes op orde.” Totdat deze week uitlekte dat haar eigen minister de WAO wilde afschaffen. Ze vindt dat “een niet deugend voorstel”. Het was de druppel die de emmer deed overlopen.

Dat minister De Vries (CDA) met het idee speelde, wist Ter Veld al langer. “Ik ga het kabinet voorstellen de WAO af te schaffen”, had hij haar enkele weken geleden toevertrouwd. Voor haar was duidelijk wat hij daarmee bedoelde: een uitkering voor arbeidsongeschikten op minimumniveau. Wil een werknemer een hogere uitkering, dan kan hij zich daarvoor particulier bijverzekeren.

Op haar in zwart en rood uitgevoerde werkkamer in het nieuwe ministerie van Sociale Zaken vertelt Ter Veld hoe ze op die boodschap reageerde. “Ik zei toen vreugdevol: dan moet je eerst mij afschaffen.” “Hoe moet dat dan?” had De Vries gevraagd, “want jij moet de WAO afschaffen”. “Dan moet jij je heel snel inwerken in de sociale zekerheid”, had ze haar minister voorgehouden. Met als geruststelling: “Maar misschien krijg je dan wel een nieuwe staatssecretaris.”

Dit gesprek was intern gebleven als De Vries' voorstel twee dagen geleden niet was uitgelekt. “Toen dacht ik: nu is het verstandig om eens echt op de inhoud in te gaan”, legt Ter Veld het besluit uit om haar stilzwijgen te doorbreken. “We hebben tot nu toe alleen maar voortdurend allerlei krantekoppen gehad met: die wil dit, en die schaft dat af.”

Volgens Ter Veld zorgen de “wilde discussies” van de laatste dagen voor onrust bij mensen die in de bedrijven al bezig zijn het ziekteverzuim en de arbeidsongeschiktheid terug te dringen. Op de manier die haar voorkeur heeft: preventie, betere begeleiding bij ziekte en meer aandacht voor de reintegratie van arbeidsongeschikten.

Binnen twee tot drie weken gaat haar wetsvoorstel dat deze aanpak moet bevorderen voor advies naar de Raad van State. Als politici daar nu 'doorheen fietsen' “raken we het draagvlak kwijt”, meent Ter Veld.

Het verwijt van onder meer CDA-fractievoorzitter Brinkman dat de staatssecretaris zelf de aanpak van het WAO-probleem vertraagt, kaatst ze terug: “Er gaat juist tijd verloren wanneer iedereen nu gaat roepen dat het anders moet.”

De staatssecretaris heeft het imago dat met haar over de WAO niet valt te praten. Dat is volgens haar niet terecht. “Ik ben geen star mens dat op tilt slaat als het woord WAO valt. Maar als het enkel dreigt te gaan over de vraag hoe groot de opbrengst is en of hij morgen binnen kan zijn, dan raak ik mijn doelstelling kwijt.”

Volgens Ter Veld draait het bij de aanpak van de WAO in de eerste plaats om het terugdringen van het aantal arbeidsongeschikten. Pas daarna mag de politiek zeggen: “Gelukkig zullen we daar ook een paar miljard gulden mee bezuinigen.”

Een minimumuitkering met daarnaast de mogelijkheid tot apart bijverzekeren draagt volgens Ter Veld niet bij aan de terugkeer van arbeidsongeschikten op de arbeidsmarkt. Met de vakkennis die ze heeft opgebouwd in de FNV en de Tweede Kamer legt de staatssecretaris omstandig uit waarom het afschaffen van de WAO volgens haar niet de financiele speelruimte zal verschaffen waar de voorstanders op azen.

De eindconclusie van haar betoog is: “We krijgen er niet minder arbeidsongeschikten door, we geven ze hooguit een andere naam omdat ze in de bijstand komen.”

Ter Veld betwijfelt dat van de maatregel die De Vries voorstelt de prikkel zou uitgaan een werknemer minder snel af te keuren. “Alleen een goed volumebeleid leidt tot meer financiele ruimte. Mijn inzet is voor al mijn collega's absoluut de gunstigste. Misschien niet op de korte termijn, maar wel absoluut de gunstigste. Maar als iedereen op korte termijn resultaat wil zien, ja, dan krijg ik een probleem.

That's clear.''

De staatssecretaris heeft het volste vertrouwen in haar eigen aanpak: preventie, begeleiding en reintegratie. Zo is het ook afgesproken eind vorig jaar tijdens het Najaarsoverleg tussen kabinet, werkgevers en werknemers. Het lijken zulke voor de hand liggende remedies. Wedt Ter Veld niet op maatregelen die in de praktijk al lang ontoereikend zijn gebleken? “Als ik ervan overtuigd was dat dit al jarenlang is geprobeerd, dan was mijn geloof dat het nu echt zal helpen ook geringer. Ik zie dat in bedrijven waar het echt is geprobeerd, zeer goede resultaten worden geboekt. Ik constateer daarnaast ook dat in een verrekt groot aantal bedrijven nog bijna niks is gedaan.”

Is het dan niet vreemd dat ze haar eigen minister daar niet eens van kan overtuigen? “Dat is inderdaad een probleem. De minister is iets terughoudender”, is haar antwoord. Ze heeft geen verklaring voor het gebrek aan vertrouwen bij haar minister. “Misschien hangt het samen met zijn geloof”, grapt ze. Om met gespeelde teleurstelling toon te vervolgen: “Naarmate meer mensen het ongeloof in mijn aanpak uitstralen, vrees ik dat mijn geloof meer wordt ondermijnd. Dat betreurt mij dan. Het verdriet. Het verdroot.” Even valt ze stil.

“Het is toch eigenlijk absurd”, zegt ze dan fel. “Je gooit toch een broodrooster ook niet eerst weg, om daarna te kijken of je hem kan repareren. We willen papieren zakken recyclen. Laten we die werknemers dan eerst ook eens recyclen.”

Blijft toch de vraag waarom ze denkt dat een voor de hand liggende aanpak gericht op reintegratie van de arbeidsongeschikte nu ineens wel zou lukken. “Dat was nu juist de reden waarom ik zo blij was met de PvdA in het kabinet.Ik heb keer op keer tegen mijn dierbare voorganger De Graaf gezegd: het enige wat jullie hebben gedaan was korten op uitkeringen en bevriezen. Dat waren niet de meest vreugdevolle bezuinigingen. Ik dacht: wij zijn hardstikke blij dat de PvdA erin zit, omdat we eindelijk duidelijk kunnen maken dat sociale zekerheid geen grote schadepost is, maar een onderdeel van het sociale beleid.”

PvdA-partijvoorzitter Sint verstoorde gisteren deze mooie droom van Ter Veld. In een vraaggesprek in deze krant zei Sint dat een uitkering op minimumniveau voor haar bespreekbaar is als sluitstuk van een aantal maatregelen gericht op terugkeer van de arbeidsongeschikte in het arbeidsproces. “Ik heb daar grote problemen mee”, reageert Ter Veld op die uitlatingen van haar partijvoorzitter. “Ik geloof er absoluut niet in dat aan zo'n sluitstuk niet te ontkomen valt.”

Maar als de partijvoorzitter al zulke vergaande uitspraken doet, voert Ter Veld dan geen achterhoedegevecht in haar eigen partij?

“Voorwaarts en niet versagen!”, reageert Ter Veld met een socialistische strijdkreet. Even later zegt ze uitdagend: “Ik ben dus niet in voor het afschaffen van de WAO. En ik heb niet het gevoel dat er enig verschil zit tussen mij en de PvdA. Daar ga ik ook in de toekomst van uit.”

“Het is bij mij niet: over de WAO kan je nooit praten. Nee, je kan uitstekend over de WAO praten, want het is een regeling die verdient dat je er goed mee omgaat.” Ze geeft zelf aan wat dan wel bespreekbaar is: “Je kunt je afvragen of het wijsheid is om jonge WAO'ers voor de rest van hun leven een uitkering te garanderen die gerelateerd is aan hun laatst verdiende loon.” Daarmee zit Ter Veld op de lijn die minister-president Lubbers dinsdag in de Tweede Kamer aangaf. “Naar de duur van de uitkering moeten we inderdaad goed kijken. Maar niet vanuit het idee dat het nu onmiddellijk geld moet opbrengen.”

Lubbers zei volgens Ter Veld in de Kamer “niks nieuws” over de weg die het kabinet wil bewandelen om de WAO aan te pakken. Toch waren zijn woorden het signaal voor Brinkman om zijn dreigement van afgelopen weekeinde af te zwakken. Brinkman had het kabinet voorgehouden niet akkoord te zullen gaan met de accijnsverhoging op benzine en de zwaardere lasten voor het eigen huis als niet snel iets zou gebeuren aan de WAO. Waar was Brinkman dan mee bezig?

“Misschien gelooft Brinkman niet in de maatregelen die we in het najaar hebben afgesproken. Ik geloof in het Najaarspakket. En zij die geloven haasten niet.”

Dan krijgt de CDA-fractievoorzitter een veeg uit de pan en kan minister Andriessen (CDA) van economische zaken in het voorbijgaan ook een knauw krijgen. “Ik dacht dat men in de Kamer ontzettend goed weet welke maatregelen allemaal genomen zijn en gauw zullen komen. Maar de Kamer heeft het idee dat de eerste maatregel nog ligt te wachten op het SER-advies. Als ik zie dat Andriessen beweert dat de premiedifferentiatie in de Ziektewet nog voor advisering bij de Sociaal-Economische Raad ligt, dan denk ik: die premiedifferentiatie zit al lang in dat wetsvoorstel dat binnenkort naar de Raad van State gaat.” Met een grijns: “Je kan niet van iedereen verwachten dat hij op alle terreinen even deskundig is, maar soms is het wel plezierig.”

Geldzorgen zijn volgens Ter Veld de belangrijkste reden voor Brinkmans 'wilde actie'. “Die verontrusting merk ik overal. Mensen denken: we hebben de Tussenbalans gehad, een kaderbrief, eigenlijk is de grens van wat kan bereikt.” De staatssecretaris laat haar stem dalen en zegt op samenzweerderige toon: “En dan zit er nog een staatssecretaris en die geeft een gigantische hoeveelheid geld uit aan een gigantische hoeveelheid uitkeringsgerechtigden. Die moet toch heel makkelijk kunnen bezuinigen.” Ze moet er zelf om lachen.