Reconstructie

In het artikel van J. Libbenga in NRC Handelsblad van 17 april wordt ten onrechte gesuggereerd dat bij de identificatie van de stoffelijke resten van Karin Price een opmerkelijke en ongebruikelijke werkwijze is gevolgd.

De methode, waarbij op een schedelafgietsel kunsthuid wordt aangebracht en vervolgens vergeleken met bekende afbeeldingen, dateert van de jaren tachtig der vorige eeuw en werd speciaal voor forensisch onderzoek geintroduceerd door de Bazelse anatomen Kollmann en Buchly.

In 1883 paste H. Welcker haar toe bij de identificatie van de schedels van Schiller en Kant en een jaar later bij die van Raphael. De beeldend kunstenaar Carl Seffner deed in 1895 hetzelfde bij de schedel die aan Johann Sebastian Bach werd toegeschreven, op instigatie van de hoogleraar in de anatomie te Leipzig, Wilhelm His Sr. Speciaal voor dat onderzoek heeft laatstgenoemde de gemiddelde huiddikte van vijfenzestigjarigen (de leeftijd van Bach bij overlijden) voor de verschillende plaatsen op de schedel berekend, bij 37 cadavers.

Hoewel het resultaat de vergelijking met de bekende Bach-portretten redelijk kan doorstaan, valt een zekere artistieke vrijheid toch niet geheel weg te cijferen. Iets dergelijks deed de Bazelse anatoom A.

Werthemann bij zijn onderzoek naar Erasmus. Inmiddels is wel duidelijk geworden tot welke rampzalige gevolgtrekkingen dit kon leiden (zie Brieven Zaterdags Bijvoegsel, 30 maart). De methode blijkt echter nog niet geheel verlaten. In een recent verleden werd zij nog wel toegepast op veronderstelde schedels van verdwenen nazi's.