Onderzoekers moeten loten om aan hun geld te komen

In het wetenschapsbedrijf is eigenlijk maar een ding zeker: dat er altijd te weinig geld is voor al het onderzoek dat zou kunnen worden gedaan. Het zal daarom altijd kiezen blijven tussen verschillende onderzoeksprojecten, en veel onderzoekers vinden dat maar goed ook. Het maakt het mogelijk het kaf van het koren te scheiden: goed van minder goed onderzoek en belangrijk onderzoek van nieuwsgierigheid die ook op een regenachtige zondagmiddag kan worden bevredigd.

Tegenwoordig wordt meer dan ooit tussen onderzoeksprojecten gekozen.

Weliswaar nemen de onderzoeksfondsen in grote delen van de wereld sterk toe, maar het aantal onderzoekers groeit harder. Beoordeling van projecten kan op twee manieren gebeuren. Vooraf, als er geld op de plank moet komen om het onderzoek uit te kunnen uitvoeren. Achteraf en in de vorm van publikaties, octrooien en toepassingen als de onderzoeker wil laten zien dat hij zijn werk goed heeft gedaan.

In Nederland is beoordeling vooraf van wetenschappelijk onderzoek geen wijdverbreid fenomeen. Het grootste deel van hun onderzoeksgeld krijgen universiteiten nog steeds rechtstreeks uit de schatkist, ook al wordt dat onderzoek sinds de invoering in 1983 van de 'voorwaardelijke financiering' globaal beoordeeld. Maar anders dan in het buitenland kent Nederland geen grote wetenschapsorganisaties die een belangrijk deel van het universitaire onderzoek financieren. De zogeheten tweede geldstroom, waarin de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) als belangrijkste distributeur optreedt, is in vergelijking met het buitenland klein.

Niet bekend

In de Verenigde Staten is de bezorgdheid over de kosten van het beoordelingssysteem veel groter dan in Nederland. In dat land hield de American Association for the Advancement of Science onlangs een symposium over de beoordeling van onderzoek. Opvallend daarbij waren meerdere voordrachten waarin werd gepleit voor afschaffing van het stelsel van 'peer review' bij de verdeling van het onderzoeksbudget.

Peer review is de beoordeling door deskundige collega's van onderzoeksvoorstellen.

In de Verenigde Staten houden jaarlijks zo'n honderdduizend onderzoekers zich bezig met het beoordelen van onderzoeksvoorstellen die, hoewel wetenschappelijk vaak waardvol, uiteindelijk niet gehonoreerd worden. Zowel in Nederland als in de Verenigde Staten ligt het toewijziginspercentage gemiddeld zo rond de veertig procent.

Dat lijkt op een loterij, en dan een die erg veel mensen van hun gewone werk afhoudt. Volgens het hoofd van een van de laboratoria van het ministerie van Defensie, D. Moran, kan er daarom maar beter een echte loterij van worden gemaakt. Hij wil onderzoeksvoorstellen voortaan alleen nog maar op hun technische deugdelijkheid laten beoordelen. Doorstaan ze die toets, dan gaan ze de grabbelton in.

Daaruit wordt net zo lang gegrabbeld als er geld beschikbaar is.

Volgens Moran leidt een loterij niet alleen tot een gigantische vermindering van de verborgen 'bureaucratie' - en dus tot meer ruimte voor het doen van onderzoek -, maar zullen onderzoekers ook minder op 'safe' spelen en gemakkelijker aanvragen voor risicovol onderzoek indienen.

De president van het Political Economy Research Institute in Washington, J. Sommer, verwacht dat een loterij vooral voor grotere projecten interessant is. Voor onderzoekers die bezwaren hebben tegen loting moet volgens hem de mogelijkheid blijven bestaan geld op basis van het traditionele beoordelingssysteem te verwerven. Maar ook dan is een belangrijke wijziging nodig: het oordeel zou achteraf plaats moeten vinden en het geld pas twee jaar na afronding van het onderzoeksproject uitbetaald. Wie onderzoek wil doen, moet daar maar zelf in investeren. Sommer meent dat dit de enige echte peer review is, ''want gebaseerd op de resultaten van het onderzoek en niet op beloften in het onderzoeksvoorstel''.

Moran en Sommer oogstten veel waardering voor hun voorstellen. Het bestaande beoordelingssysteem heeft zijn langste tijd gehad, zo lijkt het. Volgens J. McCullough, hoofd kwaliteitsbeoordeling van het grootste wetenschapsfonds in de Verenigde Staten, de National Science Foundation, is het dringend nodig op zoek te gaan naar andere manieren voor de verdeling van het onderzoeksgeld: op dit moment wordt bij de foundation maar dertig procent van de aanvragen gehonoreerd. Hoewel het budget de komende jaren wordt verdubbeld tot 3,5 miljard dollar, zal ook dan het merendeel van de projecten worden afgewezen, aldus McCullough.

Bron: The Chronicle of Higher Education; The Times Higher Educational Supplement