'Metaalstaking niet alleen om meer geld'

AMSTERDAM, 25 APRIL. “Kletskoek”, noemt onderhandelaar H. Peperkamp vann de Industriebond FNV het verwijt van de werkgevers in de metaalindustrie dat de vakbonden een “ramkoers” zouden varen. “Kennelijk mocht er geen akkoord komen”, zei voorzitter drs. J. Blankert van de metaalwerkgevers (FME) na het afgebroken CAO-overleg vorige week donderdag. Hij verwees naar de al aangekondigde stakingen voor woensdag 1 mei.

Peperkamp vindt deze suggestie van zijn tegenspeler “echt van de zotte”. “We hebben de werkgevers keer op keer duidelijk proberen te maken dat als ze niet met een beter bod zouden komen, dat ze dan riskeerden dat het mis zou lopen. Dat signaal hebben ze niet opgepakt”, aldus Peperkamp, die zich gesteund wist door de onderhandelaars van de drie andere bonden, Industrie- en voedingsbond CNV, Unie BLHP en VHP Metalektro.

De werkgevers lieten doorschemeren hun loonbod (6,5 procent in twee jaar) te willen verhogen op voorwaarde dat de werknemers akkoord zouden gaan met de “immateriele zaken”. Peperkamp: “Wat ze daar te bieden hadden was zo mager, dat het voor ons onaanvaardbaar was. Daar kon geen misverstand over bestaan, maar zij maakten er 'slikken of stikken' van”.

Zo stevent de metaalindustrie (1700 bedrijven, 200.000 werknemers) af op het grootste arbeidsconflict sinds 1977, toen het om de prijscompensatie draaide. De bonden hebben een kleine honderd bedrijven aangeschreven waar ze volgende week acties willen voeren.

Tot vanmorgen hadden vakbondsleden bij 48 bedrijven besloten eventueel in staking te gaan. Voor vandaag staan dertig actievergaderingen op het programma, onder andere bij RDM (Rotterdam), Verolme Botlek (Rotterdam), Aldel (Delfzijl), Ushio (Tilburg), Fokker (Hoogeveen, Ypenburg, Woensdrecht), Batavus (Herenveen) en Stork (Amsterdam).

“Als de FME de impasse niet doorbreekt met een beter bod, dan gaat woensdag een groot aantal bedrijven plat. Bij enkele bedrijven wordt daarna doorgestaakt. Andere bedrijven gaan in estafettestaking”, aldus Peperkamp.

De FNV-onderhandelaar is niet uit het veld geslagen over het actieverloop bij Hoogovens. Evenmin is hij onder de indruk van de oproep tot loonmatiging die president Duisenberg van De Nederlandsche Bank deze week deed. Peperkamp: “Het gaat ons niet alleen om geld.

Werkgevers onderschatten het gewicht dat we hechten aan goede afspraken over vervroegd uittreden, aanvulling op de uitkering voor arbeidsongeschikten en aanpak van het ziekteverzuim''.

Blankert van de FME verweet de bonden na het afgebroken CAO-overleg “mineure punten” te hebben opgeblazen. Een akkoord was volgens hem binnen bereik. Maar Peperkamp - oud-werknemer van de Metaalfabriek Tilburg waar hij in 1973 ervaring opdeed met actievoeren - vindt dat de FME de verschillen bagatelliseert. “Afgezien van hun ondermaatse loonbod, schieten de voorstellen van de werkgevers ook op andere punten nogal tekort.”

Hij somt de voornaamste op. Vervroegd uittreden (bij 60 jaar) willen de bonden ook mogelijk maken voor werknemers met veertig dienstjaren.

De FME wil die mogelijkheid alleen openen voor 59-jarigen. De bonden eisen een aanvulling op de uitkering aan arbeidsongeschikten van 55 jaar en ouder tot 87,5 procent van het salaris. De FME biedt een aanvulling tot 80 procent voor arbeidsongeschikte werknemers van 58 jaar en ouder. De bonden willen verder “dwingende afspraken” over terugdringing van het ziekteverzuim, met maatregelen voor preventie, begeleiding van zieke werknemers en herplaatsing van herstelde of gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakte werknemers. De FME acht een “aanbeveling” aan de bedrijven voor het voeren van een “verzuimbeleid” voldoende. Tenslotte houdt met name de Industriebond FNV vast aan verdergaande arbeidstijdverkorting (ATV) voor de ongeveer 30.000 werknemers die in twee- en drieploegendiensten wordt (geleidelijke) invoering van een 36-urige werkweek verlangd. De FME is bereid hen een extra vrije dag te geven, op voorwaarde dat ze bij ziekte ATV-dagen inleveren, wat de bonden afwijzen.

Het verschil tussen FME-bod en bondseisen overziend concludeert Peperkamp dat er op jaarbasis een kloof van ruim drie procent gaapt, hetgeen in arbeidskosten neerkomt op zo'n 300 miljoen gulden voor de hele bedrijfstak. Een staking waard? “Hoe moeten we de hardhorende werkgevers anders duidelijk maken dat het ook in het belang van de metaalindustrie zelf is dat ze op het gebied van arbeidsvoorwaarden kan blijven meeconcurreren op de arbeidsmarkt”, vraagt Peperkamp zich af.

Gisteren is de achterban van de FME bij elkaar geweest voor ruggespraak met de onderhandelaars. FME-woordvoerder G. Beunk zegt dat dit 'besturenberaad' zich vierkant heeft opgesteld achter Blankert c.s.. Werkgevers vinden dat de bonden “voortijdig” tot staking oproepen. “We doen geen nieuwe voorstellen, dus de impasse duurt voort.”