Manchester United denkt Barcelona wel de baas te kunnen; We zijn 'British' en dat helpt

MANCHESTER, 25 APRIL. Onheilspellend, maar ook ontroerend zetten duizenden supporters in het volgepakte Old Trafford 'We're all going to Rotterdam' in als scheidsrechter Schmidhuber de wedstrijd Manchester United-Legia Warschau afblaast.

Minutenlang ondergaan spelers en trainers de aangrijpende roars.

United heeft zich geplaatst voor de Europa-cupfinale van de bekerwinnaars en de fans tonen hun dankbaarheid. Manchester United, de legendarische club van sir Matt Busby, Bobby Charlton en George Best, is voor het eerst sinds 1968 terug aan de Europese top. Weliswaar in het altijd zwakst bezette toernooi, dat van bekerwinnaars, maar in Manchester en waarschijnlijk in heel Engeland wordt de doorbraak van de Mancunians gevierd als het bewijs dat de Engelse clubs in de Europese competities thuishoren.

Na een verbanning van vijf jaar mochten de Engelse clubs op Liverpool na dit seizoen weer meedoen aan de Europa-cuptoernooien. Hoe belangrijk de inbreng van de Engelsen is om de competities volwaardig te maken, blijkt uit de finale-plaats van Manchester United. Een club met een elftal dat in de League slechts vijfde staat en allerminst goed voetbal laat zien, kan in een Europa-cuptoernooi elk team van Spaanse of Italiaanse signatuur aan.

Manchester United plaatste zich niettemin voor de eindstrijd op 15 mei in Rotterdam tegen Barcelona dank zij overwinningen op de allerminst aansprekende tegenstanders Pecs Munkas (Hongarije), Wrexham (Wales), Montpellier (Frankrijk) en gisteravond Legia Warschau (Polen). Waarmee de regelmatig zwakke bezetting van het toernooi om de enige Europa Cup die Johan Cruijff (met Ajax) tot nu toe heeft gewonnen, is aangetoond.

Bovendien dankten de Engelsen de uitschakeling van de laatste twee teams voor een belangrijk deel aan rode kaarten bij de tegenstander.

Hoe typisch Engels Manchester United speelt, wisselvallig dus, geeft de nederlaag aan die de ploeg afgelopen week in de finale om de League-cup tegen tweede-divisieclub Sheffield Wednesday leed. Manager Alex Ferguson, een van de vele Schotten die aan de leiding staan van Engelse topclubs, greep gisteren de naweeen van dit verlies aan als excuus voor het wanhopig slechte spel tegen Legia Warschau. De Polen, die thuis al met 3-1 verloren, bleken veel balvaardiger te zijn dan United, maar moesten het in fysieke kracht en snelheid afleggen tegen de Engelsen. Dat ze met een 1-1 gelijkspel de wedstrijd afsloten, was voor een belangrijk deel te danken aan de zwakte van Manchester United.

“We speelden veel te nerveus”, zocht Ferguson naar een verklaring voor het zwakke spel. “Aan het einde van de wedstrijd raakten de spelers vermoeid als gevolg van de wedstrijd tegen Wednesday van zondag.” Maar belangrijker vond hij de slechte toestand van het veld.

“Daar is niet op te spelen”, probeerde hij met een on-Engels excuus. Alsof het veld Engelsen iets deert in hun 'kick-and-rush voetbal'.

Want zo speelt Manchester United. Met verdedigers als Bruce, de boomlange Pallister en Phelan is duidelijk weinig verfijnd technisch voetbal aanwezig huis: perfect in de luchtduels, hard in de tackle en passes over dertig, veertig meter. Bryan Robson, de 34-jarige aanvoerder en 89-voudig international, probeert op het middenveld de zaken te regelen, maar heeft zijn beste tijd gehad. Dat vindt ook de teammanager van Engeland Graham Taylor. Hij wil zijn elftal drastisch verjongen en geeft als voorbeeld van zijn beleid de selectie van de 19-jarige Lee Sharpe, de linkervleugelspits van United. Als een hazewind rent hij langs de zijlijn, hij schiet veel en hard en hij scoort ook nog: gisteren een prachtig exemplaar waardoor United op 1-0 kwam.

Sharpe, Robson en vooral Mark Hughes, de balvaardige spits die nog voor Barcelona speelde, zijn de spelers waar Ferguson zijn hoop op heeft gevestigd tegen Barcelona. En op zijn eigen ervaring. “We kunnen Spaanse ploegen aan. In 1983 was ik manager van Aberdeen toen we in de finale met 3-2 van Real Madrid won.” Het was meer een ironische poging het pessimisme in het journalistenkamp, dat zich al heeft neergelegd bij een nederlaag tegen Barcelona, weg te nemen. “We zijn British en dat zal ons helpen”, meende de Schot. “Met een stadion vol Engelse fans in Rotterdam zijn we in het voordeel.” En hij moet ze op de achtergrond de nieuwe United-song hebben horen zingen: Always look on the bright side of life.

Een nadeel zou volgens hem de overvloed aan wedstrijden kunnen zijn die Manchester United nog moet spelen. De laatste zeven dagen voor de finale staat de club van Ferguson liefst vier competieduels te wachten. “Dat wordt ons grootste probleem.” Een slecht veld, vermoeidheid, te veel wedstrijden, het zijn excuses die niet horen bij Engelse voetballers. Nobby Stiles, Bobby Charlton, de onverzettelijken van vroeger, moeten gisteren op Old Trafford hoofdschuddend hebben toegeken op de eretribune van Old Traford. Maar het zal de Engelsen de komende jaren niet moeilijk vallen zich aan te passen aan de continentale mentaliteit.

Barcelona wist gisteravond in Turijn Juventus op 1-0 te houden, hoewel Roberto Baggio eindelijk zijn draai gevonden lijkt te hebben bij zijn nieuwe club en een uitstekende wedstrijd speelde. Het was Baggio die een kwartier na rust met een draaiende vrije trap de uitstekende doelman Zubizarreta versloeg, en toen kort daarna Amor uit het veld werd gestuurd, leek Juventus in staat om de 3-1 achterstand van de eerste wedstrijd recht te trekken. Barcelona moest noodgedwongen zijn aanvallende taktiek laten varen die de ploeg in de eerste helft een licht overwicht had gegeven, maar Juventus bleek, ondanks een paar goede kansen, steken op 1-0. Johan Cruijff en Ronald Koeman gaan er door naar de finale in De Kuip.