Land van zeer begrensde mogelijkheden

De strijd om de toekomst van Europa is dit weekeinde in Mainz ontbrand. In het strijdperk houden zich op bankiers, beleggers, ondernemers, een aangeslagen politieke leider, oppositionelen die hun kans zien en vele miljoenen kiezers - in de kwaliteit van belastingbetalers en gesubsidieerden.

Het gaat om een nieuw Duits vraagstuk. Tot voor kort verstond men onder die term de tweedeling van Duitsland en van Europa door het IJzeren Gordijn, verzekerd door het Schiessbefehl. Als toen was voorspeld dat dit vraagstuk in 1991 slechts financiele en sociaal-economische betekenis zou hebben, zou men die profetie als ongeloofwaardig hebben afgewezen. Nu, na de vereniging van Duitsland en de bevrijding van Oost-Europa, leidt de financiering van de gevolgen daarvan tot geweeklaag over de offers die worden gevraagd.

Gorbatsjov en Kohl, politici die in 1989 en 1990 de kans grepen om een nieuw Europa te grondvesten, zien hun positie flink ondermijnd.

Over de gehele linie is een grote behoedzaamheid ontstaan. De snelle Duitse vereniging in het teken van de D-mark is tot twee keer toe door de president van de Duitse centrale bank veroordeeld, zij het dat hij dat vonnis ook twee keer heeft herroepen. Maar de eenvoudige Duitse burger herinnert zich de onvoldoende die de beheerder van de munt de kanselier en zijn regering heeft gegeven. Bij woorden is het niet gebleven, de centrale bank handhaaft een hoge rente. Dit monetaire wapen moet de inflatie bestrijden die de federale koopkrachtinjectie in de voormalige DDR oproept, maar het remt tegelijkertijd de financiering van noodzakelijke investeringen.

De belegger heeft de afgelopen maanden de voormalige veilige haven van de D-mark verlaten en heeft voor verwacht zwaar weer beschutting gezocht bij de dollar. Een extra opwaartse druk op de Duitse rente is daarvan het gevolg. De aanstaande conferenties in Washington over de internationale financieel-economische verhoudingen zullen dit probleem waarschijnlijk hoog op de agenda plaatsen. Maar bezweringsformules als waarmee indertijd de Amerikaanse munt haar plaats werd gewezen, zullen niet afdoende zijn. De vroegere DDR staat inmiddels te boek als land van zeer begrensde mogelijkheden en voor Oost-Europa geldt dat des te meer: de vrije markt biedt onder die omstandigheden geen soelaas.

Financiering door de overheid trekt geen of onvoldoende risicodragend kapitaal aan.

De Duitse centrale bank heeft uiteindelijk haar deel van het gelijk gekregen. De regering in Bonn heeft tot belastingverhoging moeten besluiten om de kosten van de eenheid zoveel mogelijk te dekken. Die kosten blijken aanzienlijk hoger uit te vallen dan in de campagne voor de verkiezingen van de nieuwe Bondsdag werd voorzien dan wel erkend, maar het oppositionele verwijt dat Bonn zich aan 'Steuerluge' schuldig heeft gemaakt, houdt geen rekening met de wisselvalligheden van de werkelijkheid.

In Kohls 'stamland' heeft de conservatief-katholieke kiezer zich het afgelopen weekeinde voor het eerst van de CDU afgewend. Hoewel persoonlijk ongemak binnen de CDU van Rijnland-Palts de partij daar parten speelde (de gemeenteraadsverkiezingen van twee jaar geleden waren een voorbode), heeft de christendemocratische aanhang zich zeker ook laten leiden door het verlangen om de eigen welvaart te beschermen tegen de fiscale aanslagen uit Bonn. Duitse eenheid is een groot goed, maar zij mag niet ten koste gaan van de portemonnee.

In Washington, Frankfurt, Mainz en Tokio heeft voorzichtigheid de voorkeur. Een korte tijd had Europa een 'new frontier', maar na het Parijse feest ter gelegenheid van de Europese eenheid in november van het vorige jaar bleek de behoefte om die grens te verkennen abrupt verdwenen. De werkelijke toestand in de voormalige DDR en in de rest van Oost-Europa kwam aan het licht. In de Sovjet-Unie werd de positie van Gorbatsjov van dag tot dag wankeler. Genschers motto dat de Sovjet-president moet worden vertrouwd en dat men geloof moet hechten aan zijn woorden, klinkt veel minder wervend dan voorheen.

De nieuwste wijsheid luidt 'eerst zien, dan geloven'. Die wijsheid huldigt het Internationale Monetaire Fonds. Het IMF wil niet eerder de Sovjet-Unie tegemoetkomen dan nadat daar duidelijkheid is geschapen over de relatie tussen de centrale regering en de deelrepublieken en over de mate van sociaal-economische vrijheid die Sovjet-burgers wordt gegund. In Tokio schermt men in de betrekkingen met Moskou met een uit de Tweede Wereldoorlog overgebleven territoriaal vuistpand. De yenreserves komen niet ter beschikking van de exploitatie van Siberies bodemschatten zolang dat pand niet is ingelost. (Wat dat betekent voor het energieplan van premier Lubbers moet worden afgewacht.)

Nog niet zo lang geleden werd Duitsland in staat geacht tot een imperialistische politiek in nieuwe stijl die de Duitse kapitalistische invloed tot ver achter de Oeral zou doen gevoelen.

Premier Thatcher heeft in haar dagen aan die voorstelling van zaken een politieke vriend en minister in haar kabinet ten onder zien gaan.

Maar het gehakketak rondom de Duitse stembus over de collecte ten behoeve van de behoeftige landgenoten in de oostelijke 'Lander' klinkt als een verre echo. 'Das Kapital' is niet of nauwelijks geinteresseerd in het veronderstelde imperium.

In zekere zin hebben de beheerders van het nationale en internationale geldverkeer, de beleggers, de ondernemers, de belastingbetalers en de gesubsidieerden het grootste gelijk van de wereld. Maar dat gelijk biedt geen of onvoldoende ruimte voor het oplossen van de vraagstukken die de nieuwe toestand in Europa heeft opgeroepen. Niemand wil ondermijning van de Duitse en dus van de Europese economie, maar wat zullen de gevolgen zijn als de ellende in de voormalige communistische gebieden tot verdere sociale ontwrichting leidt? Als de bestuurlijke verloedering in de Sovjet-Unie verder gaat en de kansen op vernieuwing worden gemist?

Wie tussentijds de rekening probeert op te maken van het voortdurend groter wordende Sovjet-debacle noteert niet uitsluitend negatieve posten. Het vertrek van de communistische oude garde heeft niet overal omwentelingen veroorzaakt maar wel ruimte voor verandering geschapen.

Daarom behoren de politieke leiders in het vrije en rijke Westen een ruimer perspectief te hebben dan door rentestand, belastingtarief en kiezersgunst wordt bepaald.

Achteraf beschouwd mag de verbeeldingskracht van politici als Gorbatsjov en Kohl in relatie tot de omvang van de problemen misschien matig worden genoemd. Dat betekent dat er meer en niet minder van die schaarse eigenschap moet worden gemobiliseerd.