Hulpverleners worden hooguit gedoogd

Meer dan duizend consultaties per dag in de gezondheidspost van Artsen zonder Grenzen. Vliegtuigen vliegen af en aan met hulpgoederen. Het project loopt als een trein. Het gaat ogenschijnlijk goed met de hulpverlening. Toch is er weinig reden tot tevredenheid. Nog steeds wordt er gevochten om voedsel. Nog steeds geldt het recht van de sterkste. De coordinatie van de hulpverlening is uitermate zwak. Te veel kinderen sterven dagelijks aan diarree en uitdroging.

Op basis van het principe 'nood breekt wet' heeft een aantal landen besloten om buiten de Verenigde Naties om vluchtelingenkampen in te richten in een veiligheidszone in het noorden van Irak. Dit besluit moet worden toegejuicht omdat het mogelijkheden schept voor een reele verbetering van de situatie van de Koerden en omdat het besluit uitgaat van het principe dat het recht op humanitaire hulp (voor de Koerden) zwaarder weegt dan de onschendbaarheid van de landsgrenzen (van Irak).

Dit laatste uitgangspunt belijdt de internationale organisatie Artsen zonder Grenzen sinds haar oprichting metterdaad door haar humanitaire cross border- activiteiten in conflictgebieden zoals in Afghanistan en Tigray. Onze raison d'etre is het universeel geldende recht op humanitaire hulp, een moreel recht dat een directe afgeleide is van de universele medische ethiek: hulp aan zieken en slachtoffers staat hierin centraal.

Toch zou het naief zijn te veronderstellen dat de hulpverlening aan de Koerden nu goed op gang is gekomen met de militair-humanitaire interventie in Noord -Irak. Mijn observaties de hulpverlening aan de Koerden in de afgelopen weken bevestigen dat de wereldgemeenschap met de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk voorop, in haar denken en handelen voornamelijk uitgaat van geopolitieke belangen en binnenlandse politieke overwegingen en dat dit per definitie tot een inefficiente organisatie leidt van de hulpverlening en daardoor tot onnodig veel, extra leed.

De gebeurtenissen bij de hulpverlening in het Turks-Iraakse grensgebied die ik beschrijf, staan niet op zichzelf. Ze zijn illustratief voor vele andere noodsituaties in conflictgebieden. De actualiteitswaarde en mijn recente verblijf in het Turks-Iraakse grensgebied stellen mij in de gelegenheid om de Koerdische situatie als voorbeeld te gebruiken. De hulpverlening in dat grensgebied maakt duidelijk dat de internationale humanitaire hulp aan de Koerden weinig te maken heeft met morele principes, maar alles met keiharde politieke belangen, bijvoorbeeld van Turkije en de Verenigde Staten. Zelfs de voorgestelde oplossing om de Koerden te hervestigen in vluchtelingenkampen binnen Irak, zijn een afgeleide van die Realpolitiek; zij verbergt het falen van de internationale gemeenschap om de Koerden in de afgelopen weken snel, massaal en menswaardig te hulp te snellen.

Het falen van de hulpoperatie aan de grens Turkije-Irak is niet alleen aan gebrek aan materiele middelen of technische know how te wijten, maar is vooral het gevolg van een gebrek aan politieke wil en durf, om maar niet te spreken van politieke onwil. De prijs van deze politiek in termen van mensenlevens en menselijke waardigheid zijn hierbij onacceptabel hoog. Het feit dat men nu de vluchtelingen wil overplaatsen naar kampen binnen een veiligheidszone in noord-Irak doet niets af van de geldigheid van deze analyse. Integendeel.

De vijf kilometer lange onverharde weg naar het grote vluchtelingenkamp Isikveren was in de eerste twee weken van de vluchtelingenstroom de enige toegangsweg en dus de navelstreng voor de aanvoer van hulpgoederen (voedsel, tenten, dekens, water, medicijnen) voor de honderdvijftigduizend vluchtelingen. Door aanhoudende hagel- en regenbuien was de toestand van de weg uitermate slecht. Hij werd regelmatig geblokkeerd door vastzittende vrachtwagens met hulpgoederen. Bovendien ontstonden er wachttijden van vele uren omdat militaire konvooien met voorrang deze weg gebruikten. Een volle dag was de aanvoer van hulpgoederen praktisch onmogelijk door het bezoek van de eerste minister van Turkije aan het kamp. Aanvoer van goederen via de lucht per helikopter bleek niet mogelijk. Het gebied werd gekenmerkt als militaire zone. Daarom waren we met stomheid geslagen toen we bij het bezoek van de eerste minister, verscheidene commerciele helikopters vol journalisten zagen landen die het bezoek kwamen verslaan.

Bureaucratische procedures blokkeerden de hulpgoederen te lang op de luchthaven van Dyabarkir; het duurde zes dagen voordat de terreinwagens (essentieel onderdeel in een noodhulpprogramma in moeilijk bereikbare gebieden) de douaneloods mochten verlaten. De autoriteiten ter plekke lieten ons bij aankomst weten dat externe hulp niet nodig was en dat zij er zeker geen prijs op stelden dat hulporganisaties humanitaire hulp zouden geven in het vluchtelingenkamp zelf, hoog in de hospitaaltenten voor de vluchtelingen onbereikbaar waren door een tussenliggend militair kordon. De ambulances reden door het kamp met halfopen ramen en de Turkse medische staf distribueerde al rijdend medicijnen aan de duizenden vluchtelingen. Een van de medicijnen die mij toevallig onder ogen kwam was 'lasix', een medicijn dat de urineproduktie en aldus het vochtverlies stimuleert! Dit in een kamp waar het merendeel van de mensen tekenen van uitdroging heeft door diarree en een ernstig tekort aan water.

Het Turkse leger speelt hier nog steeds de rol van controleur, vooral van het personenverkeer en goederentransport. Gebrek aan middelen (communicatie en transport) en manschappen is er overduidelijk niet, maar een regulerende of positief ondersteunende rol is blijkbaar niet voor dit leger weggelegd. Het leger doet geen enkele serieuze poging om de mensonterende voedseldistributies op een meer ordelijke wijze te laten verlopen.

Tientallen soldaten kijken gelaten toe terwijl vluchtelingen elkaar bevechten bij het bestormen van de hulpgoederen. Het recht van de sterkste en dierlijk overlevingsgedrag wordt op deze wijze onnodig bevorderd; ondertussen verliest de reeds zwaar geteisterde vluchtelingenpopulatie alle waardigheid; pogingen om de menselijkheid in het kamp systematisch, volgens de regelen der kunst te verbeteren worden nauwelijks ondernomen.

De wereld heeft in de afgelopen decennia geleerd hoe zij hulpverlening aan vluchtelingen moet organiseren. Het lijkt wel of al die lessen niet gelden voor de Koerdische vluchtelingen. Ze gelden natuurlijk wel, maar de politieke wil ontbreekt om ze toe te passen. Zo werden de particuliere en VN-hulporganisaties, die over de nodige ervaring en kennis beschikken, in het begin de formele toestemming tot hulpverlening ontzegd. Nu nog bevinden de internationale hulpverleningsorganisaties zich in een halflegale of beter gezegd een semi-illegale situatie: ze worden door de Turkse autoriteiten hooguit gedoogd, maar zijn geen volwaardige gesprekspartner waarmee 'zaken'

worden gedaan om het lijden van de vluchtelingen te verminderen.

Ondertussen blijven de humanitaire ellende en de mensonterende omstandigheden in de kampen in Turkije voortduren. Dat de vluchtelingen binnen twee weken overgeplaatst worden naar Noord-Irak is volgens mij niet meer dan een wensdroom. Het zou wel eens vele weken kunnen duren en wordt ondertussen het geweten van de politiek, de publieke opinie gesust met deze zogenaamde 'oplossing'.

Hiermee wil ik beslist niet deze of gene partij aanklagen. Ik wil alleen maar aantonen dat niet humanitaire principes, maar voornamelijk andere agendapunten de besluiten van politici beinvloeden. Dat dit de effectiviteit van de hulpverlening dramatisch aantast is hiervan een direct gevolg. Het Koerdische probleem is daarvan slechts een voorbeeld. Het wordt nog duidelijker wanneer we kijken naar andere schrijnende humanitaire problemen in deze wereld. Welke relevante diplomatieke initiatieven worden er momenteel genomen om het recht op humanitaire hulp af te dwingen in de Soedan? Of in Liberia? Of in Ethiopie? Geen! Toch is vanuit humanitair oogpunt een veiligheidszone, eventueel gekoppeld aan een militair-humanitaire interventie, in deze landen meer dan gewenst. Louter de aanwezigheid van hulpverleners in deze landen kan niet als alibi dienen voor de politici. Het enige echte alibi is een effectieve hulpverlening die gepaard gaat met een reele leniging van de humanitaire noden.