Huiver voor groene fondsen

ROTTERDAM, 25 APR. “Grillig en onzeker”, zo karakteriseren veel effectenanalisten groene of ethische fondsen die voor hun beleggingen in bedrijven criteria hanteren als sociaal beleid en houding ten opzichte van het milieu en Derde Wereld.

Een rondgang langs effectenanalisten leert dat veel commissionairs en banken huiverig staan tegenover beleggingsfondsen als Biogrond (Triodos, NMB-Postbank, Mees & Hope), Environment Growth Fund (Pierson) en ABF. Zij wijzen daarbij op de sterk wisselende resultaten in de Angelsaksische wereld, waar deze beleggingsfondsen al zo'n jaar of drie bestaan.

Deze week werd bekend dat het eerste ethische beleggingsfonds van Nederland, het Andere Beleggingsfonds (ABF) geheten, op 16 mei op de parallelmarkt wordt gentroduceerd. Het ABF, dat wordt gentroduceerd door effectenbank Kempen & Co., toetst ondernemingen aan bovenstaande drie criteria. De initiatiefnemers van het fonds, waaronder de op antroposofische grondslag werkende Triodosbank in Zeist, spiegelen de belegger optimistisch een rendement (dividendrendement plus waarde koersverandering) voor van jaarlijks circa tien procent.

De VS kennen al ruim tien jaar beleggingsfondsen van beursgenoteerde ondernemingen die worden samengesteld op basis van financiele en ethische criteria. In Groot-Brittannie introduceerde de effectenmakelaar James Capel in 1989 een 'Groene Index', een portfolio waarin diverse milieuvriendelijke ondernemingen zijn opgenomen.

Roger Hardman, hoofd green investment bij James Capel in Londen, constateert dat de 'groene' fondsen sedert eind vorig jaar goed hebben gepresteerd. In Nederland boekte Environmental Growth Fund, dat in september werd geintroduceerd, een koerswinst van ruim tien procent.

Maar tegelijkertijd waarschuwt Hardman voor te groot optimisme bij beleggers.

“De koers van een groen fonds stijgt bij een hogere markt sneller dan andere aandelenkoersen, maar doet het slechter in een periode van lagere koersen.” Hardman wijst erop dat de betere koers van een groen fonds in een stijgende markt wordt veroorzaakt door het gebrek aan bedrijven die kunnen doorgaan als milieuvriendelijk. De koers van een fonds dat wel het predikaat 'groen' krijgt is daardoor vaak overgewaardeerd en bijzonder gevoelig voor slecht nieuws.

Een voorbeeld van een overgewaardeerd 'groen' fonds is Norit, in Amsterdam genoteerd op de lokale markt. Norit, gespecialiseerd in de produktie en afzet van actieve koolsoorten, zag de afgelopen maanden de koers fors oplopen. Maar na teleurstellende winstcijfers was het aandeel vorige week de grootste daler op de Amsterdamse effectenbeurs.

Andere groene fondsen, genoteerd in Amsterdam zijn ondermeer Grontmij, Vereenigde Glas en fondsen uit de bouwsector, zoals Volker Stevin.

In de jaarlijkse guide to green investment stelt James Capel de vraag of de groene rage die vorig jaar om zich heen greep niet zal worden gevolgd door een terugslag. “De vraag is of de interesse voor het milieu uiteindelijk net zo'n sof zal blijken te zijn als de drie-dimensionale film, de hoela-hoep en de kubus van Rubik.”

Bovendien kunnen vaak vraagtekens worden gezet bij het milieuvriendelijke karakter van groene en-of ethische fondsen. Zo noemt het ABF drie criteria waaraan bedrijven moeten voldoen: geen kernenergie, geen betrokkenheid bij wapenproduktie en wapenhandel, en geen relaties onderhouden met landen met onderdrukkende regimes of waar de mensenrechten worden geschonden.

Willem Burgers van Van Meer James Capel in Amsterdam wijst erop dat ABF maar dertig procent van het fondsvermogen in aandelen belegt. Met de overige zeventig procent koop het fonds Nederlandse staatsobligaties. “Aan die drie voorwaarden voldoet de overheid natuurlijk helemaal niet.”

Zijn Britse collega Hardman blijft desondanks optimistisch over groene beleggingen, zeker op de lange termijn. Bedrijven hebben uiteindelijk financieel belang bij een milieuvriendelijke produktie. “Strengere milieueisen dwingt een bedrijf tot een schonere, minder energie-vretende produktie, die de onderneming uiteindelijk geld zal opleveren.”

Bovendien constateert Hardman dat groene en ethische fondsen zich mogen verheugen in een trouwe schare volgelingen, zelfs als de resultaten tegenvallen. Vorig jaar stapten Britse beleggers massaal uit de slecht presterende beleggingsfondsen. Maar een groen fonds als Merlin Jupiter Ecology fund werd nauwelijks geconfronteerd met uittredende beleggers.