HOOGWAARDIGE THRILLER VAN SIDNEY LUMET OVER CORRUPTIE IN NEW YORK; De verleiding van het dichtgeknepen oogje

Q&A. Regie: Sidney Lumet. Met: Nick Nolte, Timothy Hutton, Armand Assante, Jenny Lumet. In 9 theaters.

Sinds regisseur Sydney Lumet in 1957 met Twelve Angry Men opzienbarend promoveerde van de televisie naar de bioscoop, verzamelde hij een filmografie die respect afdwingt. Niet alleen zijn Lumets films praktisch zonder uitzondering intense drama's van hoog ambachtelijk niveau, waarin acteurs als Sean Connery, Rod Steiger, Al Pacino en Paul Newman hun beste rollen speelden, de lijst van titels vertoont ook een voor Hollywoodbegrippen uitzonderlijke thematische consistentie. Geen ander dan Lumet heeft zo consequent de waardigheid van maatschappelijke 'losers' (The Verdict, The Morning After), de corruptie in respectabele Amerikaanse instituties als de televisiewereld (Network) en het politieapparaat (Prince of the City, Serpico), de kwetsbaarheid van politieke (Daniel en Running on Empty), seksuele (Dog Day Afternoon) en raciale (The Pawnbroker) minderheden, de mechanismen van machtsmisbruik (The Hill) en de onverbrekelijkheid van familiebanden (Family Business) verkend. Zijn laatste film Q&A verbindt op wonderbaarlijke wijze bijna al deze thema's aan elkaar.

Het decor lijkt oppervlakkig gezien het meest op dat van Lumets films over de corruptie in de Newyorkse politie en justitie. Maar als doorgewinterde 'liberal' neemt Lumet geen genoegen met het nawijzen van misstanden. Hij tracht aan te tonen dat het niet gaat om een rotte appel in de mand, maar om soms van generatie op generatie overgedragen racistische loyaliteiten en om de verleiding tot het toeknijpen van een oogje hier en daar, waar helden en schurken beiden aan bloot staan. De vraag: “Wat zou ik doen in een vergelijkbare situatie?”, levert voor Lumet nooit een geruststellend antwoord op.

Evenals de wereld van de misdaad, bestaat de politie in New York uit etnische dynastieen. Vroeger deelden de Italianen en de joden de lakens uit, en waren de Ieren hun loopjongens. Het verstandshuwelijk tussen georganiseerde misdaad en wetshandhavers begon slijtage te vertonen, toen de drugshandel de inzet verhoogde en Portoricanen en zwarten hun deel van de macht kwamen opeisen. Op dat breukvlak beweegt het verhaal van Q&A zich, maar de gewelddadige ontknoping doet een mafiabaas verzuchten of niemand nog een bruikbare Chinees kent.

Het racisme is in deze wereld zo vanzelfsprekend en onuitroeibaar, dat ook de grootste held er zich tegen zijn zin schuldig aan maakt. Het onderzoek dat de ambitieuze, jonge hulpofficier van justitie Al Reilly (Timothy Hutton) instelt naar de duidelijk als noodweer geensceneerde moord van politieman Mike Brennan (Nick Nolte) op een latino dealer, brengt Hutton tot pijnlijke ontdekkingen over zichzelf: dat hij als straatagent ook wel eens een maat gedekt heeft, dat het soms in niemands belang is om de corruptie aan het licht te brengen, en dat zijn relatie met een Portoricaanse die hij nu als getuige moet ondervragen (Jenny Lumet), indertijd stuk is gelopen op zijn schrikreactie, toen zij haar zwarte vader aan hem voorstelde.

Wie zonder zonden is werpe de eerste steen, zo lijkt Lumet ons voor te houden. De thrillerplot van de film, die aanvankelijk lijkt aan te sturen op de noodzaak dat alleen in een kruisverhoor (Q&A, Questions and Answers) opgetekende getuigenverklaringen als bewijsmateriaal gebruikt mogen worden, is in feite het alibi om psychologische en sociale thema's uit te diepen. Opvallend is Lumets openhartigheid in het opvoeren van de seksuele ambivalentie van macho-personages als dat van Nolte. Diens haat tegen van de blanke, heteroseksuele norm afwijkende personen, valt regelrecht terug te voeren op gevoelens van zelfhaat en minderwaardigheid, zo niet de regelrechte onderdrukking van zijn eigen homoseksualiteit. De kwetsbaarheid van onder zijn bewind ressorterende travestieten wordt prachtig duidelijk gemaakt door de scene waarin Nolte voorgeeft zich door een van hen te laten verleiden. Wanneer deze hem de rug toekeert, wurgt Nolte hem met zijn eigen sjaaltje. Noltes prachtige creatie is een monument van logge, bijna ontroerende zelfontkenning.

Maar ook zo'n bijrol als die van Armand Assante, als een op de maatschappelijke ladder omhooggeschoten Portoricaanse kruimeldief, kinderlijk blij over de uiterlijke verworvenheden van zijn onverwachte positie, getuigt van groot inzicht en kennis van het milieu. Het geldt voor talloze grotere en kleinere rollen, van de naar het gouverneurschap hakende hoofdofficier van justitie (Patrick O'Neal) via de cynische joodse mentor van Hutton (Lee Richardson) en de stroperige advocaat van kwade zaken (Fyvush Finkel) tot een morsige stenograaf (Tommy A. Ford). Regie, casting en scenario, dat Lumet baseerde op de memoires van de eerste 'hispanic' rechter in New York, Edwin Torres, zijn kennelijk gebaseerd op zeer diep inzicht in de sociale en etnische structuur van zijn stad.

Het belangrijkste verwijt dat men Lumet maken kan - en dat geldt voor meervan zijn films - is dat hij te veel onderwerpen tegelijk aan wil snijden. De film meandert tussen hoofd- en bijzaken, haalt duizend onderwerpen overhoop en wikkelt daardoor geen enkel thema helemaal overtuigend af. Om diezelfde reden wordt de thrillerplot nogal plichtmatig uitgewerkt en krijgt relatief een te zwaar gewicht. Die slordigheid en de indruk van te veel hooi op de vork, komt het sterkst naar voren in de sentimentele behandeling van het voornaamste vrouwelijke personage, al kan dat ook veroorzaakt worden door de nogal zwakke vertolking door Lumets dochter Jenny (de kleindochter van zangeres Lena Horne, de legendarische zwarte met een bijna blanke huid) en de onzekerheid van de regisseur in de manier waarop hij haar tegemoet moet treden.

Het zijn schoonheidsvlekjes op een gedurende het eerste uur bijna onberispelijke thriller, die volledig past bij de hoogwaardige tradities van het oeuvre van Sidney Lumet.