Hondsdolheid in Belgie geheel verdwenen na vaccinatiecampagne

De bestrijding van hondsdolheid bij vossen door middel van het uitleggen van aas met vaccin blijkt een groot succes.

Eerder werd deze methode van 'orale vaccinatie' in Zwitserland en Duitsland al met opmerkelijke goede resultaten toegepast. In de Belgische Ardennen is binnen twee jaar de hondsdolheid geheel uitgeroeid.

In Europa is hondsdolheid (rabies) een ziekte die door wilde dieren wordt verspreid. Vooral de vos is een belangrijke drager. Wanneer een besmette vos een mens bijt - of waarschijnlijker: wanneer een vos een hond bijt die in een later stadium een mens bijt - krijgt men hondsdolheid die zonder behandeling tot de dood leidt. Sinds Pasteur bestaat er echter een goede behandeling, zodat de afgelopen eeuw in Nederland niemand aan hondsdolheid is overleden.

Tot voor enkele jaren leek de enige bestrijding in besmette gebieden het afschieten van zoveel mogelijk vossen, een bezigheid die vooral door sportjagers werd bedreven. In het buitenland is vergiftiging met vergiftigd aas ook een gebruikelijke methode, die het gevaar in zich bergt dat er onder honden en katten, alsmede beschermde roofdieren ook slachtoffers vallen. Deze aanpak heeft echter weinig succes, omdat de opengevallen plaatsen onmiddellijk weer ingenomen werden door vossen uit andere streken. De sterke migratie van vossen leek de hondsdolheid eerder te bevorderen.

Uit modelberekeningen was gebleken dat hondsdolheid grotendeels zou verdwijnen als 75 procent van de vossen immuun zou zijn voor hondsdolheid. De overdrachtkans van het virus wordt in zo'n situatie te klein en het virus sterft uit. Vaccinatieprogramma's zouden deze immuniteit moeten opbouwen.

Maar inenting met injectienaalden, de gebruikelijke vorm van vaccinatie, zou veel te tijdrovend zijn. Vangen, uitgraven van holen etc. zou nooit het gewenste rendement opleveren. Het bleek mogelijk een vaccin te ontwikkelen dat door opeten zou immuniseren. Het vaccin werd op aas aangebracht, meestal kippekoppen, en met de hand of per helicopter over het besmette gebied verspreid.

In de Belgische Ardennen, waar hondsdolheid inheems is, werd vanaf herfst 1989 een bestrijdingscampagne opgezet. Er werden twee vaccins gebruikt: een Duits vaccin bestaande uit een verzwakte natuurlijke virusstam, en een Frans vaccin dat synthetisch was bereid met behulp van genetische manipulatie. Dit laatste vaccin, Raboral, is zeer stabiel, blijft dus lang werkzaam, en is volstrekt ongevaarlijk. Bij een verzwakte virusstam bestaat altijd het risico dat het toch virulent wordt voor andere dieren zoals knaagdieren.

Naast het vaccin werd ook tetracycline, een 'verklikkerstof', op het aas aangebracht. De botten van dieren die tetracycline binnen krijgen, kleuren goed zichtbaar geel. Uit gevonden en bejaagde vossen bleek dat na enige tijd het gestelde doel bereikt was: driekwart van de vossen had gele botten. Ook werden niet langer gevallen van hondsdolheid gemeld en werden geen verdachte dieren meer gezien.

Na drie campagnes, okt. 1989, mei 1990 en okt. 1990, lijkt de hondsdolheid in Belgie verdwenen te zijn. De ziekte mag als uitgeroeid beschouwd worden. Als deze situatie zo blijft, zal men alleen de grensstrook met Frankrijk vanuit de lucht immuniseren, omdat daar hondsdolheid nog veel voorkomt. (Zoogdier, maart 1991).