'Hij eet iedereen z'n brood op, de concierges zorgen voor hem en de collega's ook, anders eet hij het brood van de leerlingen op'

Alles is nieuw aan de lerarenkamer van de Middelbare Tuinbouwschool in Aalsmeer, nieuw en veel te groot. Het gebouw is nieuw, de tafels zijn nieuw, het keukenblok met zeil eromheen en zelfs het vloerkleed dat al een grote vlek heeft, is duidelijk nieuw. Alleen de stoelen komen uit het vorige gebouw. Het zijn er teveel en ze passen niet in het interieur. Onwennig kijk ik rond. Tussen het meubilair staan plantenbakken die op orgelpijpen lijken. Er groeien grote dracena's uit. Echt gezellig is het hier nog niet. Aan een van de tafels zit een jonge lerares.

'Nieuw he?', glimlacht ze, 'alles is pas ingericht. Die plantenbakken hebben de leerlingen ontworpen voor het project Interieurbeplanting.

We moeten hier zelf ook nog een beetje wennen.' Ze wijst op de koffievlek in het vloerkleed en giechelt. 'Daar zit ook nog een heel verhaal aan vast. Eerst was de hele lerarenkamer bedekt met vloerkleed, maar rondom de keuken werd die meteen vies, want iedereen morste met koffie en cake. Toen hebben we zeil gekregen en prompt liet iemand een kop koffie vallen, net buiten het zeil.'

Samen lopen we naar het keukenblok. Met een zwierig gebaar trekt de lerares een kastje open: 'Dat is onze trots. We hebben milieu-vriendelijke bekers, stenen bekers. Sommige leraren hebben hun eigen beker van thuis meegenomen, andere nemen neutrale witte.'

Zelf heeft ze een beker met een tomaat erop. Die paste thuis niet bij het servies. Ik kijk betoverd naar de uitstalling in het kastje. 'Van wie is die lelijke bruine beker?' vraag ik.

'Die is van de leraar planteziekten', vertelt de lerares, 'en die vrolijke beker is van de lerares biologie. Die hoge groene is van een jong ventje. Hij geeft biologie en bloementeelt. Alle leerlingen zijn verliefd op hem.'

Ik wil van alle bekers weten wie de eigenaar is. Van wie is die met een wroetend zwijn erop? Die is van de leraar bodemkunde, blijkt even later. De pauze is begonnen en alle leraren vullen hun persoonlijke beker met koffie, behalve de leraar techniek. Die drinkt uit een witte mok.

'Ik heb mijn beker weer mee naar huis genomen,' zegt hij, 'we doen op deze school al milieubewust genoeg. Ik vond het zo al welletjes. Deze blinde beker is goed genoeg, die krijg je een dag in consignatie.'

De leraar maatschappijleer zit me wantrouwig aan te kijken. Wat moet dat met al die vragen over bekers? 'Jij denkt zeker dat er op een tuinbouwschool allemaal idioten werken met volkorensokken aan en sandalen.'

Hij moest eens weten! Ik had zelfs gehoopt dat ze tussen de middag rauwe wortels uit eigen tuin zouden eten, maar het blijkt dat groente op deze school geen prominente plaats inneemt. 'Het gaat hier vooral om de sierteelt', legt een leraar biologie uit. Ik heb de grootste moeite naar zijn woorden te luisteren, ik ga helemaal op in de bekers.

'Dat is duralex', wijs ik, 'die beker kan alleen breken als je heel hard gooit.'

'O ja?' vraagt de leraar biologie en smijt zijn lege beker op de grond. Hij breekt niet. We glimlachen naar elkaar.

De leraar bloemschikken komt binnen met een enorme trommel brood. Een jonge leraar, die tot nu toe stil in een hoek heeft gezeten, komt gretig overeind. 'Heb je brood voor me?', vraagt hij. Goedmoedig reikt zijn collega hem een boterham aan.

'Hij eet iedereen z'n brood op', zegt de leraar biologie, 'de concierges zorgen voor hem en de collega's ook, anders eet hij het brood van de leerlingen op.' De hele lerarenkamer kijkt liefdevol naar de eetlustige leraar. 'Hij heeft laatst een record gebroken,' vertelt de leraar biologie, 'hij heeft het langste bloemstuk van de wereld gemaakt, het was vijftienhonderd en vijfenveertig meter lang.'

'Hij heeft ook de langste titel,' vult de lerares expressie aan, 'hij is leraar schikken & binden, handelspraktijk en bloementeelt. Hij heeft overal verstand van, behalve van leerlingen.'

Ze geeft hem nog een boterham, die de leraar schikken & binden, handelspraktijk en bloementeelt tevreden oppeuzelt. Zodra zijn mond weer leeg is, kijkt hij de leraar bloemschikken vragend aan. Die doet wat van hem wordt verwacht en haalt nog een boterham uit de grote trommel.

'Wat vind je van deze lerarenkamer?', vraagt hij. 'Nieuw', zeg ik. 'Nieuw,' beaamt hij met een misprijzend gezicht, 'en slecht afgewerkt.' Hij zoekt in de trommel en kijkt naar de recordhouder. Ook de laatste boterham geeft hij weg.