Hervorming bankstelsel VS stuit op weerstanden

BOSTON, 25 APRIL. Het Amerikaanse banksysteem is hoognodig aan een radicale vernieuwing toe, maar de hervormingsplannen die de federale regering heeft gepresenteerd, dreigen stuk te lopen op een uitzonderlijke coalitie van belangengroepen. Ouden van dagen, met elkaar concurrerende banktoezichthouders en kleine zelfstandige banken hebben elkaar gevonden in hun verzet tegen verregaande hervorming van de Amerikaanse bankwetgeving.

Terwijl het aantal bankfaillissementen in de VS onverminderd voortgaat, banken in het eerste kwartaal van dit jaar hun reeks van rode cijfers voortzetten en de economische recessie de bankrcrisis verdiept, houdt een verouderde wetgeving een hervorming van het bankstelsel tegen. In februari kwam minister van financien Nick Brady met voorstellen om het bankwezen te versterken en in staat te stellen te concurreren tegen de macht van Japanse en Westeuropese banken. Op de lijst van 25 grootste banken ter wereld, die twintig jaar geleden nog door Amerikaanse banken werd gedomineerd, is geen enkele bank uit de VS meer aanwezig.

Maar het Congres, onder druk van invloedrijke lobbies, lijkt niet van plan om de hervormingsvoorstellen over te nemen. Vermoedelijk zal een element - vergroting van het verzekeringsfonds voor rekeninghouders - snel worden aangenomen, terwijl andere onderdelen van het pakket op de lange baan worden geschoven. Daarmee worden de consumenten, de klanten van de banken, tevreden gesteld, maar blijft een hervorming die de concurrentiepositie van de banken zou verbeteren, uit. Verdere verzwakking van het bankwezen zal een herstel uit de huidige economische recessie vertragen, menen bankdeskundigen.

Minister van financien Brady kwam in februari met de meest verregaande herziening van de Amerikaanse bankwetgeving sinds de jaren twintig en dertig. De MacFadden-wet uit 1927 verbood banken om buiten de staat waarin ze gevestigd zijn, activiteiten te ontplooien. De Glass-Steagall-wet van 1933 maakte een einde aan de directe financiele banden tussen commerciele banken en effectenhuizen, die in 1929 hadden bijgedragen tot de ernst van de beurskrach. Voortaan diende een strikte scheiding te bestaan tussen banken die geld aantrokken en leningen verstrekten, en banken die zich bezig hielden met de uitgifte van en handel in effecten.

In de loop der jaren zijn deze regels wel enigzins uitgehold, maar nooit herroepen. Dat stelde minister Brady zich ten doel. Zijn voorstellen kwamen neer op de introductie in de VS van het Westeuropese beginsel van 'universeel bankieren' waarbij banken zich met alle mogelijke financiele activiteiten mogen bezig houden. Brady wilde banken ook de vrijheid geven om in het hele land te opereren.

Grotere geografische spreiding naar regio's en een breder palet van financiele activiteiten zal banken minder gevoelig maken voor regionale tegenslagen of problemen met specifieke sectoren, meende hij. Op het ogenblik verkeren bij voorbeeld de banken in New England, die overmatig aan onroerend- goedprojecten hadden geleend, in grote moeilijkheden.

Bovendien wilde Brady, ter versterking van het uitgeholde eigen vermogen van de banken, toestaan dat niet-bancaire bedrijven een belang in banken zouden nemen.

Ten slotte stelde Brady een stroomlijning van de verschillende toezichthouders op het bankwezen voor en een vergroting van het fonds dat rekeninghouders bij faillissement van een bank tot een bedrag van 100.000 dollar per rekening terugbetaling garandeert. De toegang tot deze depositoverzekering wilde hij beperken.

Dit fonds, de Federal Deposit Insurance Corporation (FDIC) dreigt door zijn middelen heen te raken nu jaarlijks zoveel banken bankroet gaan en het fonds voor miljarden aan verplichtingen aan rekeninghouders moet nakomen. De FDIC, die wordt gefinancierd door premies van de aangesloten banken, beschikt nog over 8,5 miljard dollar in kas (volgens een vandaag uitgelekt rapport van de Amerikaanse rekenkamer zou zelfs nog maar 4 a 5 miljard dollar over zijn) en zal volgens zijn voorzitter, William Seidman, begin volgend jaar waarschijnlijk door zijn geld heen zijn. Dan dreigt een financieel probleem voor de federale overheid vergelijkbaar met dat van de spaarbanken. De garanties aan rekeninghouders bij failliete spaarbanken, de zogenoemde Savings & Loans Banks, kost de federale overheid honderden miljarden dollars.

Geen wonder dat het publiek en de wetgevers in het Congres het meest gespitst zijn op maatregelen om het verzekeringsfonds van de FDIC te vergroten. Maar ze willen ook de ruime garanties die nu bestaan, handhaven. Nu zijn alle rekeningen van iemand bij een bank verzekerd; de regering wil de garantie beperken tot een rekening plus een pensioenrekening per persoon per bank. Nu al, aldus verontruste banken, beginnen mensen uit voorzorg hun rekeningen op te zeggen en te spreiden over meer banken.

De Vereniging van gepensioneerden - een machtige lobby met de vergrijzing van de bevolking - heeft inmiddels krachtig geprotesteerd tegen iedere aantasting van de bestaande garanties.

Als gevolg van de fragmentatie van de Amerikaanse financiele sector is het huidige systeem van toezichthouders een lappendeken van afkortingen. Brady wil hieraan een einde maken door de belangrijkste toezichthoudende rol naar het ministerie van financien te trekken. Dat voorstel stuit op verzet van de bestaande toezichthouders. De Federal Reserve Bank, het stelsel van centrale banken, is evenmin gelukkig met deze opzet.

De derde stem in het protest tegen de hervormingsplannen komt van de Vereniging van onafhankelijke banken die vooral de kleine, regionale en lokale banken vertegenwoordigt. Van de ruim 12.000 banken in de VS hebben 9.000 een vermogen van minder dan 100 miljoen dollar. Deze kleine banken, nauw verweven met de lokale politieke en zakelijke belangen, willen niets weten van verruiming van de mogelijkheden om tot een nationaal bankwezen te komen. Ze vrezen overweldigd te worden door enkele megabanken en niets is gemakkelijker in de VS dan om politieke munt te slaan uit het wantrouwen jegens de grote banken uit New York, Chicago of San Francisco.

Deze grote banken protesteren tegen het plan om niet-banken toe te staan banken over te nemen. “Waarom zouden lieden die ervaring hebben in de verkoop van hamburgers of onroerend goed, verstand hebben van bankieren en een bank mogen leiden?” formuleerde een bankier zijn bezwaren. Ook de Federal Reserve heeft zijn bedenkingen tegen dit onderdeel van de voorstellen. Gerald Corrigan, de invloedrijke president van de Federal reserve bank van New York zei onlangs: “Ik zou bezorgd, om niet te zeggen gealarmeerd, zijn over de economische, financiele en sociale gevolgen die ontstaan als Exxon eigenaar wordt van Chase Manhattan of Ford van Citicorp.”

Tegen deze lobby, die in staat is het wetgevingsproces in het Congres beslissend te beinvloeden, heeft de regering niet krachtig stelling genomen. Daarmee neemt het gevaar toe dat de bankencrisis zich nog verder zal verdiepen. Banken die in moeilijkheden komen doordat hun leningen aan Latijns Amerika, aan onroerend- goedprojecten of aan bedrijfsovernemingen niet worden terugbetaald, staan twee wegen open om uit de problemen te raken. Ze kunnen hun verlies nemen, niet-invorderbare leningen afschrijven en hun nieuwe kredietverlening beperken. Vaak eindigt dit in het faillissement van een bank. Dat is de weg die nu wordt gevolgd.

Het alternatief is hun eigen vermogen versterken door nieuw kapitaal aan te trekken. Dit doel van de bankhervorming, waardoor een steviger Amerikaans bankwezen zou ontstaan dat internationaal beter zou kunnen standhouden, blijft onderbelicht. Het dreigt verloren te gaan door de politieke afkeer om de banken meer armslag onder een gestroomlijnd toezicht te geven. Hoe langer gewacht wordt met maatregelen, des te langer zal de bankcrisis voortduren.

foto:

WASHINGTON - De bankcommissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden hoorde gisteren C.S. Taylor Burke jr, directeur van een naar hem genoemde bank in Virginia. Burke - die zijn trouwe papegaai meenam naar het Capitool - werd ondervraagd over de herziening van het bankstelsel in de VS. (Foto AP)

Onzeker blijft het. Alleen Sevgi is opgetogen over de tijd die komen gaat. Ze pakt twee foto's, één van haar en een Turkse jongen bij een tramhalte in Amsterdam, en een andere van haar met dezelfde jongen op een hotelterras in Tukije. 'Dat is Selim. Voor de Turkse wet zijn we inmiddels getrouwd, in Nederland trouwen we vier juni.' Haar ouders en schoonouders hebben het huis in Dordrecht al helemaal ingericht. Sevgi's vriendinnen zijn jaloers. Jouw toekomst staat al vast, jij hebt zekerheid zeggen ze. 'Maar kinderen wil ik voorlopig nog niet', zegt Sevgi. 'Ik wil mijn diploma boekhouden halen en carrière maken.' Als Selim dat maar goedvindt, hopen de anderen.