Griezelpulp als 'collector's items'

Blood Feast. Regie: Herschell Gordon Lewis. Met: Thomas Wood, Mal Arnold, Connie Mason. Uitgebracht als koopvideo door Movies Select. Prijs: f 49,95.

De verkoop van videobanden aan particulieren is de laatste maanden sterk gestegen. Tot nu toe heerste de opvatting dat er in Nederland nauwelijks een markt voor bestond, omdat de consument liever banden zou huren of zelf opnemen dan er vier of vijf tientjes voor te betalen. De in andere Europese landen al gevestigde trend dat mensen voor iets meer dan de prijs van een boek een film in hun kast willen zetten, heeft echter nu ook hier toegeslagen. Het grootste probleem is daarbij het vinden van detaillisten: de meeste boekhandels willen er (nog) niet aan, zodat de verkoop beperkt blijft tot warenhuizen, inloopzaken, benzinestations en platenwinkels.

De best lopende koopvideo's zijn de klassiekers uit het Disney-pakket, met name The Lady and the Tramp. Maar er komen ook steeds meer oudere kwaliteitsfilms in de handel, zodat het binnenkort mogelijk wordt alle Bunuels of Fellini's in huis te halen. Een van de pioniers op het gebied van de koopvideo, Movies Select, is een aardig fondsje gestart onder de titel 'incredibly strange films'. Daarin komen nu een aantal obscure pulpfilms uit de jaren zestig en zeventig beschikbaar, die voor een deel, ondanks hun cult-reputatie, de Nederlandse bioscoop nooit gehaald hebben.

De vraag wie er toch ooit begonnen is met de zogenaamde 'splatter movies', ook wel aangeduid als het 'gore'-genre, waarin ledematen afgehakt worden en hoofden natrillen in een plas bloed, werd vorige maand beantwoord door het Weekend of Terror in Tuschinski, waar een retrospectief gewijd werd aan de onbetwiste aartsvader, Herschell Gordon Lewis. Deze docent Engels aan de Universiteit van Mississippi vervaardigde als hobby in het begin van de jaren zestig enkele in eigen beheer geproduceerde films met titels als 2000 Maniacs, Something Weird en The Gruesome Twosome. De meeste bekendheid zou Lewis echter in 1963 verwerven met Blood Feast, opgenomen in negen dagen op een budget dat de maker schat op 24.000 dollar.

Blood Feast brengt plastisch een reeks afgrijselijke moorden in beeld, gepleegd door een Egyptische traiteur die offers nodig heeft voor de eredienst in zijn kelder aan een bloeddorstige godin. De trucages waren voor die tijd werkelijk baanbrekend; zo kon het publiek, dat zich vooral in drive-in-bioscopen bevond, voor het eerst zien hoe in beeld een tong uitgerukt werd.

De film is in alle andere opzichten zo klungelig en houterig, met tergend langzaam uitgesproken dialogen en dreigende, rollende ogen van de moordenaar, dat daar in de loop van de jaren juist de charme in is gaan zitten. Je kijkt er naar als naar een 'primitieve' zwijgende film, die een heel andere kijkinstelling vereist. Ik kwam tot mijn verbazing in de ban van de statische cameravoering en de inzet van de amateurs voor de camera. Dat het resultaat als een mijlpaal in de filmhistorie gezien moet worden, draagt natuurlijk bij aan die waardering. Blood Feast zou vele navolgers kijken en uiteindelijk leiden tot echte filmkunst als The Silence of the Lambs en het werk van David Cronenberg. Wie nu die aandoenlijke eerste poging ziet, kan dezelfde ontroering ervaren als bij de rotstekeningen van Altamira of de trein die de gebroeders Lumiere op het station lieten aankomen.

Inmiddels heeft Herschell Gordon Lewis al in geen twintig jaar meer een film geregisseerd. Hij werd onlangs uitgenodigd in Nederland een lezing te houden voor een publiek van reclamemakers als internationaal erkende expert op het gebied van 'direct marketing'.