Golfcrisis leidt tot half pct. extra inflatie

WASHINGTON, 25 APRIL. De stijging van de olieprijzen door de Golfcrisis is beneden de somberste scenario's van een half jaar geleden gebleven. De tijdelijke stijging van de olieprijzen heeft in 1990 geleid tot een half procentpunt extra inflatie in de industrielanden. De korte rente is een kwart procentpunt gestegen als gevolg van de Golfcrisis.

Dit constateert het IMF in zijn halfjaarlijkse rapport in een apart hoofdstuk over de economische gevolgen van de Golfoorlog.

Het bruto nationale produkte van de industrielanden is vorig jaar 25 miljard dollar (een kwart procentpunt) lager uitgevallen dan zonder de Golfcrisis het geval zou zijn geweest, terwijl de betalingsbalans van alle industrielanden gezamenlijk met 17 miljard dollar verslechterde.

Voor de ontwikkelingslanden maakte het een groot verschil of ze olie-importeurs of -exporteurs zijn. Mexico, Nigeria, Indonesie en Venezuela zagen vorig jaar hun economie met een extra drie procent groeien, terwijl de olie-importerende ontwikkelingslanden een half procent minder groei boekten. De verliezen aan overboekingen van gastarbeiders uit de Golfstaten bedroegen vorig jaar drie miljard dollar en zullen dit jaar oplopen tot negen miljard dollar. De economie van Jordanie krimpt als gevolg van de Golfcrisis met 15 procent; het verlies aan groei in Egypte en Turkije bedraagt 2,5 procent en 1,5 procent in Marokko, Polen en Joegoslavie.

De extra militaire uitgaven in de industrielanden die deel uitmaakten van de coalitie wordt door het IMF geschat op 50 tot 65 miljard dollar, waarvan 45 tot 50 miljard door de VS worden gedragen. De extra begrotingskosten voor de VS zijn evenwel te verwaarlozen gezien de toezegging van ongeveer 45 miljard dollar aan financiele hulp van andere landen aan de VS. Het effect van de extra militaire uitgaven op het bruto nationale produkt van de industrielanden wordt door het IMF geschat op minder dan een half procent.