Gezondheidstoerisme in Dr. Vogels kruidentuin; Van wildemanskruid en hop

Weinig Nederlandse industrieen zijn erin geslaagd de plaats van hun duurste reclameobject als attractie op de ANWB-toeristenkaart gedrukt te krijgen.

Vlak ten noorden van het historische Zuiderzeestadje Elburg aan het Drontermeer wijst de kaart op het bezoekerscentrum De Vier Jaargetijden. Het betreft hier niet een van de educatieve centra bij onze natuurgebieden, maar een voorlichtingstentoonstelling over het kweken van kruiden en het verwerken ervan tot fytotherapeutische en homeopathische geneesmiddelen van de Zwitserse natuurgenezer A. Vogel, doctor honoris causa.

Bevindt zich bij de uitgang van een bezoekerscentrum in een natuurgebied vaak een winkeltje waar wandelkaarten, knuffeldieren en affiches met vogels, jonge vosjes en zeehondjes te koop zijn, in De Vier Jaargetijden zijn dat Vogels geneesmiddelen en andere vrij verkrijgbare gezondheidsprodukten.

Trekpleister van De Vier Jaargetijden zijn prachtige kruidentuinen, 6,5 hectare groot, waar Biohorma ongeveer de helft van de grondstoffen voor haar geneesmiddelen wint. Door de enorme omzetstijgingen van Vogels geneesmiddelen (van 25 naar 58 miljoen tussen 1980 en 1990) zijn de tuinen de afgelopen tien jaar tweemaal flink uitgebreid door inpolderingen van stukjes van het aangrenzende Drontermeer.

Gisteren werden bezoekerscentrum en tuinen voor dit seizoen geopend. De heer W. Debernitz uit het Oostduitse Jena, voormalig werknemer van de beroemde glasfabriek ter plaatse maar nu werkloos, verrichtte de symbolische openingshandeling. Gekleed in witte apothekersjas zette hij een fles met een kruidenextract in het winkelschap van de oude Drogerie van zijn vader terug. Die Thuringse Drogerie stamt uit 1914 en is enkele jaren geleden in zijn geheel (winkelbetimmering en inrichting) bij Sotheby in Amsterdam geveild. Biohorma werd de gelukkige eigenaar en heeft de winkel in het bezoekerscentrum herbouwd. De geemailleerde bordjes op de talloze laatjes, de etiketten op de flessen en op de kruidenbussen maken in een oogopslag duidelijk dat in de eerste helft van deze eeuw in deze winkel, die het midden hield tussen een drogisterij en apotheek, het merendeel van de verkrijgbare middelen uit plante-extracten en gedroogde planten bestond. Bij Biohorma illustreert men met de Drogerie dat geneesmiddelen op basis van kruiden eeuwenlang gemeengoed waren.

Buiten liggen de tuinen er nog kaal bij. Alleen het bijna uitgebloeide wildemanskruid maakt nog eens duidelijk waar het zijn naam aan te danken heeft: waar de paarse bloemen zijn verdwenen blijven vruchtbeginsels met lange verwarde haren achter. De meeste andere soorten zijn aan de eerste centimeters groei van het seizoen bezig. Er staat veel rode zonnehoed (Echinacea purpurea). Het is de grondstof voor echinaforce, het meest verkochte produkt van Biohorma, goed tegen infectieziekten.

Voorlichter A. van 't Hoff wijst bij de rondleiding op de planten die het lekenpubliek boeien. Hop bijvoorbeeld. Ha, bier, denken veel mensen dan. Biohorma verwerkt haar hopbellen echter in Dormeasan, een middel tegen slapeloosheid. Van 't Hoff: “In Duitsland wordt voor de bierindustrie veel hop gekweekt. Ik hoorde eens dat mensen maar een paar uur achtereen hop mogen oogsten omdat ze anders te slaperig worden. Ik vroeg het hier aan een van de tuinmannen en die zei: 'ach meneer, als ik 's morgens hop heb geplukt kan ik 's middags de luiken nauwelijks meer openhouden.”' Vogel raadt het in zijn boek 'De Kleine Dokter' ook aan tegen seksuele overprikkeling.

Naast de grote produktietuin, gescheiden door een van de vele akkerhagen, ligt een kleinere proeftuin waar de optimale groei-omstandigheden worden uitgezocht. Voor planten die eigenlijk niet op de bewerkte Zuiderzeeklei thuishoren, maar ook moeilijk van elders te betrekken zijn, wordt de bodem aangepast. Het meest extreme voorbeeld is wel zonnedauw, een insektenetend plantje van vochtige en voedselarme heide- en veengebieden. De vroeger in ons land algemene ronde zonnedauw is tegenwoordig zeldzaam en beschermd. In een verhoogd bed dat opzij met betontegels en landbouwplastic is dichtgemaakt, is in de proeftuin een veenbed aangebracht waarop nu de eerste zonnedauwplantjes groeien.

Vlak bij de produktiegebouwen liggen twee educatieve tuinen. In een kopie van een oude kloostertuin, perkjes die zijn afgezet met mooie buxushaagjes, groeien planten die vroeger werden gebruikt als verfgrondstof, voor thee, als medicijn of als vuurwerk. (De vuurwerkplant zit zo vol etherische olie dat hij op een warme, droge zomeravond in een flits ontvlamt als er een brandende lucifer bij wordt gehouden).

Het bezoekerscentrum, een ruime zaal met zitje, vijver en bescheiden expositie, is vijf jaar geleden geopend. Van 't Hoff: “Voor die tijd was er ook altijd al aanloop. Mensen die wisten dat hier een mooie kruidentuin was, kwamen langs en vroegen of ze mochten kijken. Dan werd er iemand van achter zijn bureau weggeplukt om een rondleiding te geven. Toen er een paar duizend mensen per jaar kwamen, is er gezegd: 'we moeten linksaf of rechtsaf maar rechtdoor kan niet meer.' Toen is het bezoekerscentrum ingericht.”

In 1986 kwamen er ruim 35.000 mensen, vorig jaar bijna 60.000. De bussen met plattelandsvrouwen en mensen van patientenverenigingen komen iets minder vaak, het individuele bezoek daarentegen neemt nog hand over hand toe. Vijfendertig oproepkrachten hebben het examen rondleiding afgelegd om de gezondheidstoeristen in goede banen te leiden.

Welke farmaceutische industrie kan het zich ook veroorloven zijn