Geslaagde variatie op De Kleine Prins

Voorstelling: Nachthemel door St. de Tak, vanaf 8 jr. Tekst en regie: Roel Adam, spel: Kees van Loenen, Lilian van Bennekom. Gezien 12-4 Jeugdtheaterfestival Den Bosch. Tournee t-m 17 mei 1991. Voorstelling: Landschap van Laura door Speelteater Gent, vanaf 6 jr. Decor: Laura de Josselin de Jong, muziek: Paul Carpentier, regie: o.m. Eva Bal, dans: Luc Frans, Peggy Schepens, Ives Thuwis. Gezien 21-4 Rotterdam Hofpleintheater. Tournee t-m 21 juni 1991.

Nachthemel van Stichting de Tak is gebaseerd op De Kleine Prins, het beroemde sprookje van Antoine de Saint-Exupery. Schrijver-regisseur Roel Adam gebruikte dit verhaal voor een eigen variatie. Het meisje in Nachthemel wordt een Kleine Prins na een verloren vriendschap. Als een omgekeerde Icarus brandt zij zich aan de aarde en komt dan in een idyllisch land van vergetelheid. Nieuwsgierigheid drijft haar terug naar de aarde en daar ontmoet zij haar verloren vriend, een piloot die met zijn vliegtuig in de woestijn is gestrand. Zij zijn elkaar vergeten, maar er is een vage herkenning. Een tocht door de woestijn maakt hen opnieuw tot vrienden. Dit thema is verpakt in een allegorie met zeer konkrete beelden en eenvoudige, geestige dialogen. Een blauw achterdoek en een gele vloer suggereren de woestijn. Daarin staat een knap geconstrueerd vliegtuig. De acteurs lijken op kinderen die zich van hun spel bewust zijn, een stilering die rolwisselingen en sprongen in tijd en ruimte aannemelijk maakt. Soms zet het meisje een pet op, dan is zij een beambte die de piloot streng toespreekt. Soms zet de piloot een kap op en wordt hij een mythische figuur die het meisje over denkbeeldige grenzen heen helpt. Een geestige scene maakt duidelijk wat hen uit elkaar dreef: zij maakte zich zorgen over een rups die hun roos opat, hij vond het maar gezeur en wilde vliegplannen maken. Er verschijnen ook nog twee poppen in de voorstelling, de vos en de slang die in De Kleine Prins voorkomen. Hoe geestig de scenes met de dieren ook zijn, het voelt aan als een stijlbreuk. De compacte poezie van Nachthemel rechtvaardigt het, dat de voorstelling zich losmaakt van het boek dat voor inspiratie zorgde.

Landschap van Laura van het Speelteater is ontstaan uit het decorbeeld. Muziek en tekst zijn daarbij gevoegd en pas in laatste instantie gingen de dansers aan het werk. Het resultaat is een sfeervolle dansproduktie, waarin de beelden, die elkaar vloeiend en logisch opvolgen, het verhaal vertellen.

Een jongen en een meisje dansen onder transparante mobielen die als ijspegels in de lucht hangen. Een blauwe belichting en melancholieke piano- en strijkmuziek maken van de omgeving een koud, abstract winterlandschap. De kinderen ontmoeten een vreemde, derde figuur. De fysieke verschillen tussen de drie dansers zijn veelbetekenend. De vreemde figuur is lang en in het wit gekleed; hij lijkt geboren uit het landschap en van zijn esthetische bewegingen gaan verlangen en dreiging uit. De jongen en het meisje zijn kleiner. In hun speelse beweeglijkheid lijken ze voor elkaar geschapen. Steeds leidt de witte man hen af, steeds zoeken ze elkaar weer op. Mooi om te zien is hoe het drama vorm krijgt in het landschap. Houten matten staan tot zuiltjes opgerold op het toneel, als tekens van eenzaamheid. Als de jongen de matten uitrolt verandert het landschap in een tuin, waarin de belichting zonnevlekjes werpt en de dansers speels omhoog springen tussen houten hagen. Een blijvende verandering ontstaat pas als de jongen de ijstranen van het meisje ontdooit. Met behulp van een knappe projectie verschijnt de spiegeling van stromend water op het achterdoek. Het Speelteater uit Gent laat zien hoe concreet en helder beelden voor zichzelf kunnen spreken.