Geeft licht, zal storen

Over de nieuwe QL lamp van Philips staan twee dingen vast: het probleem van de radiostoring is nog niet opgelost en een wereldprimeur is de lamp niet.

Het vreemdst aan de nieuwe QL-lamp van Philips is dat hij helemaal niet geheim was, maar dat niemand de afgelopen jaren ernstig geinteresseerd was in zijn ontwikkeling. Het principe van de lamp is niet alleen al lang bekend maar blijkt ook al door anderen te zijn toegepast. Wat Philips begin april als een onthulling bracht was een schijnonthulling. De werkelijk interessante details, die het technisch en commercieel succes bepalen, tracht men nog geheim te houden.

Op 4 april, tegen 12 uur 's middags, verzond Philips Persdienst per telex het bericht dat ''Philips Lighting, 's werelds grootste onderneming op het gebied van verlichting, voor een doorbraak had gezorgd in professionele lichttechnologie.'' Philips had een lamp ontwikkeld, de QL-lamp, die zes keer langer meeging dan een gewone gasontladingslamp (zoals de TL-buis en PL- en SL-lampen) en 60 keer langer dan een gloeilamp. Het bericht ging naar alle Nederlandse kranten en persdiensten en naar vakbladen als Beleggers Belangen, de Financiele Koerier en het Financieele Dagblad.

De peervormige QL-lamp vertoont grote overeenkomsten met klassieke TL-buizen (gasontladingslampen of fluorescentielampen) maar bevat geen elektroden of gloeidraden. In het centrum van de bol, in een instulping van het glas, bevindt zich een spoel - die eigenlijk dus buiten de bol ligt. Het is een 'inductiespoel', waarover met hulp van wat micro-elektronica een hoogfrequente wisselspanning wordt gebracht.

Het veld rond de spoel brengt kwikdamp in de bol tot het uitzenden van ultraviolette straling en dat brengt op zijn beurt, zoals in TL-buizen, een fluorescentiepoeder op het glas tot oplichten.

Goed beschouwd kan deze lamp niet meer kapot, al loopt wel het fluorescentiepoeder in de loop van de jaren terug in kwaliteit en zou tenslotte de mikro-elektronica kunnen bezwijken. Als hij continu wordt ingeschakeld zou de QL zeven jaar achter elkaar kunnen branden en anders nog langer. De lamp is dan ook bedoeld voor montage op plaatsten die ver buiten het bereik van de gewone lampenverwisselaar vallen: de plafonds van de Bijenkorf bijvoorbeeld.

Philips Lighting zond op verzoek een technische schets en voegde er desgevraagd aan toe dat de inductiespoel een ferrietkern heeft (ter versterking van het veld) en dat er een wisselspannig van 2,65 MHz over wordt aangelegd. En dat de lamp voldoende is ontstoord.

Naar Hannover

Op 16 mei wordt de QL officieel ten doop gehouden maar hij zou ook al op de Hannover Messe te zien zijn.

Naar Hannover dus. Philips bevindt zich met enige duizenden andere lampenmakers in een groot gebouw in een uithoek van het beursterrein.

De stand staat in het teken van 100-jaar-Philips en de QL-lamp speelt maar een bescheiden rol. Toch is er gezorgd voor een intrigerende demonstratie: de grote QL-lamp die er is opgesteld is voorzien van een uitschuifbare inductiespoel en hij floept pas aan als de spoel helemaal binnen is. En weer uit als een machine hem er weer uittrekt.

In de buurt van de lamp houden zich beschaafde Philips-vertegenwoordigers op die tot een kort interview bereid zijn.

Gaan we even voorbij aan sales promotion en dergelijke dan levert het onderhoud aan nieuwe feiten op: dat de lamp niet echt radio-ontstoord is maar uitzendt op een 'vrije band' zodat het geen kwaad kan. En dat hij goed heet wordt. De begeleidende folder onthult een extra detail: in het centrum van de inductiespoel, kennelijk dus ook in het hart van de ferriet-staaf, is een heat-pipe opgenomen om de hitte af te voeren.

Ander gegeven: de lichtstroom van de lamp is 5500 lumen, dat levert bij een vermogensopname van 85 watt een specifieke lichtstroom van 65 lumen per watt. Dat is ongunstiger dan de TL-buis, maar ongeveer van dezelfde grootte als de lichtopbrengst van de SL spaarlamp. Maar dat was al bekend.

Naar huis! Alles checken. Onderzoekers van TNO, werkzaam op het gebied van zonnecollectoren, tonen zich verrast door het gebruik van een heat-pipe in de lamp. Heat-pipes kenden tot op heden voornamelijk meer industriele toepassingen al koelde Sony er rond 1980 de eindtrap van een versterker mee en bezat ook de high-efficiency zonnecollector van Philips een heat-pipe. Heat-pipes zijn een soort geavanceerde, autonome koelelementen. Holle metalen buizen, gevuld met een vloeistof (water, alkohol of een freon) die in het te koelen gebied verdampt en de warmte, condenserend, afvoert naar het ander eind van de pijp die in een koelere zone steekt.

Als Philips erover praten wil, zeggen de TNO-ers, vraag dan wat de werkvloeistof is en of de lamp het wel in alle standen doet. Sommige heat-pipes zijn aangewezen op de zwaartekracht voor een goede vloeistofcirculatie, de betere gebruiken een capillaire constructie.

Hoe staat het met de radio-storing? Daar weet de Hoofd-directie telecommunicatie en post (HDTP) van de PTT in Groningen meer van. Het zit zo: er bestaan inderdaad vrije frequentiebanden, zogeheten ISM-banden (van Industrial, Scientific en Medical), en een bekende band is bijvoorbeeld de 27 MHz-band (de afvalbak van de ether) maar 2,65 MHz past per se niet in zo'n vrije band.

En wat betreft de radiostoring door huishoudelijke apparaten en fluorescentielampen: daarvoor heeft de EG richtlijnen opgesteld die als 'besluiten' in de Nederlandse wetgeving (de Wet op de telecommunicatie-voorzieningen) zijn opgenomen. Van inductie-lampen in hun algemeenheid is bekend dat ze erg moeilijk aan de gestelde eisen kunnen voldoen en de industrie, ook Philips, doet daarom pogingen de eisen aangepast te krijgen. ''We zijn erg geinteresseerd in de QL-lamp en zodra hij op de markt komt zullen we hem zeker onderzoeken'', zegt Groningen grimmig.

Drs. P.H. Broerse, directeur ontwikkeling van Philips Lighting bevestigt dat al zeven of acht jaar geleden contact is opgenomen met 'Groningen' over de storing. ''Er wordt ook in allerlei internationale standaardisatie-gremia over aanpassing van de eisen onderhandeld. We hopen en verwachten dat de armatuur rond de lamp voor voldoende afscherming kan zorgen.''

Hoe Philips het starten van de lamp geregeld heeft wil Broerse niet bekend maken. Uiteindelijk moet een minimale hoeveelheid vrije elektronen door inductie in beweging worden gebracht (om de kwikatomen 'aan te slaan') en in gasontladingslampen komen die elektronen van de emitter (het bariumoxyde) op de elektroden (die als gloeispiralen zijn uitgevoerd). Maar de QL heeft geen elektroden.

Ook over de 'heat-pipe' zwijgt Broerse, al geeft hij toe dat deze een zeer wezenlijk deel van de lamp vormt. En de lamp is zeker in alle standen te gebruiken. Dat de heat-pipe vooral bedoeld is om de elektronica te koelen is onwaarschijnlijk: die is niet in de lampvoet opgenomen maar zit in een apart kastje (en bestaat overigens uit conventionele componenten - geen chips). Het lijkt erop dat de heat-pipe vooral de inductiespoel zelf moet koelen - die is in zijn dubbele glazen mantel natuurlijk goed geisoleerd.

Het idee om de inductiespoel niet direct in de kwikdamp zelf onder te brengen, maar in een instulping van de bol buiten de damp te houden was een van de sleutels van het succes, zegt Broerse.

Strikvraag

De redactie techniek heeft een strikvraag. Doet de QL-lamp, die ook als straatlantaarn zou zijn te gebruiken, het wel bij vorst en snerpende kou? Van TL-buizen is bekend dat ze onder nul nog maar de helft van het licht geven dat ze bij kamertemperatuur uitstralen.

Geen nood. In de (zeer) lage druk van een TL-buis heerst de verzadigingsdampspanning van kwik, die wordt gehandhaafd door een rest-druppeltje vloeibaar kwik. Dampspanning (en lichtsterkte) zijn daarom sterk afhankelijk van de temperatuur. In de QL is, zoals in de SL-lamp, het reserve kwik in de vorm van een hoeveelheid amalgaam aangebracht. Het amalgaam (een legering van kwik met een ander metaal) weet de kwikdampspanning beter constant te houden.

Ach, zegt Broerse, wij zijn ook helemaal niet de enige met een inductielamp. Op de Hannover Messe stonden ook Matsushita en Sylvania met inductielampen. Die van Matsushita waren kleine lampjes voor industrieel gebruik en de lamp van Sylvania was kennelijk een in der haast opgetrommeld laboratoriumgeval. Hij zag er vies uit: met kwikvlekken en dergelijke.

Een woordvoerder van GTE Sylvania in Breda, die ook op de Hannover Messe was, beaamt dat de Sylvania-lamp nog experimenteel is. En dat ook het begeleidende persbericht kennelijk onder grote druk tot stand was gekomen. Hij stuurt het op. Veel triomfantelijks over de Sylvania RF-Microwave lamp, dat er 20 jaar aan gewerkt is en dan de zin: Presently there are still some limitations to using this type of light source including its possible interference with communication systems caused by the generated radio frequencies. De Sylvania stoort!

Zoals de HDTP in Groningen zegt: de eerste fabrikant die een inductie-lamp op de markt brengt die niet stoort heeft een grote commerciele voorsprong.