Dollar profiteert van zwakke D-mark

ROTTERDAM, 25 APRIL. De opmars van de dollar is voor een deel te danken aan de zwakte van de D-mark. Een dalend vertrouwen in de Duitse economie doet steeds meer handelaren besluiten hun D-marken in te wisselen voor dollars. Dat Duitsland een hogere reele rente biedt, weegt steeds minder op tegen de verwachting dat de Amerikaanse economie zich spoedig zal herstellen met de bijbehorende investeringsmogelijkheden.

Duitsland kan het met de hoge groei (4,5 procent in 1990) en het samengaan met de arme DDR in het oog van een aantal handelaren in de toekomst alleen nog maar slechter doen. En de hoop dat het land sterk zal profiteren van de economische ommezwaai in de Sovjet-Unie en het oosten van Europa vervaagt met de aanhoudende stroom van slecht nieuws uit dat gebied.

Duitsland geeft in zijn monetaire politiek traditioneel de voorkeur aan stabiele prijzen boven wisselkoersstabiliteit en had gezien de lage Duitse inflatie aanvankelijk weinig moeite met de daling van de D-mark. De Duitse munt is echter de afgelopen dagen zo snel gedaald ten opzichte van de dollar dat dit duidelijk merkbaar wordt in de invoerprijzen van in dollars berekende produkten. Analisten schatten dat voor elke tien procent dat de D-mark ten opzichte van de dollar daalt, de prijzen in Duitsland met 0,2 procentpunt stijgen.

Karl Otto Pohl, president van de Duitse centrale bank, stelt vandaag in een interview met de Financial Times dat dit inflatiegevaar komt boven andere prijsopdrijvende invloeden. In veel plekken van de Duitse economie bestaat volgens Pohl het gevaar van oververhitting, dat wil zeggen dat de producenten niet aan de vraag kunnen voldoen en geneigd zijn de vraag met prijsverhogingen te temperen.

Bovendien zorgen de hoge overheidsbestedingen voor de wederopbouw van het Oosten van Duitsland voor prijsopdrijving. En in haar laatste maandbericht meldt de Bundesbank dat de geldhoeveelheid op jaarbasis met twintig procent is gestegen.

In deze inflatoire situatie wil de Bundesbank een verdere opmars van de dollar afremmen en heeft daarom deze week het initiatief genomen tot zogeheten interventies waarbij door het verkopen van dollars in ruil voor D-marken de koers van de D-mark kunstmatig wordt gesteund.

Mocht dat niet helpen, dan rest een Duitse renteverhoging als middel om de D-mark te steunen.

Gecorrigeerd voor de inflatie ligt de Duitse rente ver boven het niveau in de VS. De Amerikaanse minister van financien Brady heeft in informeel overleg herhaaldelijk aangedrongen op een Duitse renteverlaging en zal dat verzoek mogelijk herhalen als dit weekeinde de zeven industrielanden in Washington vergaderen over de afstemming van het monetaire beleid.

Karl-Otto Pohl van de Bundesbank voelt daar niets voor en stelt nadrukkelijk in de Financial Times dat een Duitse renteverlaging dit weekeinde onbespreekbaar is. Hij ziet zich daarbij gesteund door de staf van het Internationale Monetaire Fonds die gisteren een monetaire versoepeling in het algemeen afwees. Op het moment acht het IMF het “beter om aan de markten over te laten in welke richting de rente zich ontwikkelt”.

De verwachting is dat Duitsland uiterlijk komende zomer juist tot een monetaire verkrapping zal overgaan door de rente verder te verhogen.

Dat maakt lenen voor bestedingen en investeringen duurder en tempert zo de binnenlandse vraag. Verder is het een structurele steun voor de D-mark. De Nederlandsche Bank is veelal gedwongen een Duitse renteverhoging te volgen om de koers van de gulden ten opzichte van de D-mark vast te houden.

De Bundesbank beperkt zich tot nu toe tot valuta-interventies. Omdat een succesvolle interventie de noodzaak van het rentewapen zou verminderen, is het opvallend dat het Amerikaanse stelsel van centrale banken (de Fed) de afgelopen dagen geen steun bood bij de Duitse interventies. De Japanse centrale bank bleef eveneens afzijdig.