Deltaplan is geen oeverloze hulpactie; 'Cultuurbehoud is eerste taak van de conservator'

Conservatoren moeten de moed opbrengen om onbruikbare kunstvoorwerpen uit museumcollecties te verkopen, ook al kan zo'n stap later misschien betreurd worden. Dat vindt de projectleider conservering en restauratie bij het Ministerie van WVC.

AMSTERDAM, 25 APRIL. 'Een conservator die niet weet hoe hij onbruikbare stukken uit zijn collectie moet verkopen, weet waarschijnlijk ook niet hoe hij moet aankopen'. Deze provocerende uitspraak deed Kirby Talley, projectleider conservering en restauratie bij het ministerie van WVC, gisteren in Amsterdam tijdens een symposium over het Deltaplan voor Cultuurbehoud. Kelly liet hiermee doorschemeren dat het minsterie voorstander is van afstoting - hetzij door verkoop, hetzij door ruil - van onderdelen van museumcollecties.

De bijeenkomst, georganiseerd door het Centraal Laboratorium voor Onderzoek van Voorwerpen van Kunst en Wetenschap in samenwerking met WVC, had tot doel de achterstanden in conservering en restauratie in museumcollecties te inventariseren. Een kleine tweehonderd toehoorders, veelal afkomstig uit de museumwereld, werden eerst toegesproken door directeur Robert de Haas van de Rijksdienst Beeldende Kunst. Hij waarschuwde dat het Deltaplan 'geen hulpactie moet worden zoals die aan de Koerden: oeverloos, emotioneel en inadequaat.' De aanpak van de vorig jaar grotendeels geinventariseerde, noodzakelijke conservering - waarmee een bedrag van 958 miljoen gulden zal zijn gemoeid - moet centraal bestuurd worden en dus niet door elk museum afzonderlijk worden aangepakt, aldus De Haas.

Ook vestigde hij er de aandacht op dat na het inhalen van de achterstanden structureel meer geld nodig is zodat niet opnieuw verwaarlozing van kunstvoorwerpen ontstaat.

Eerdergenoemde Talley sloot zich daarbij aan en bepleitte bovendien een nauwkeurige selectie van de bestaande verzamelingen. Conservatoren maken liever tentoonstellingen dan zich te buigen over het beheer van hun depots, terwijl cultuurbehoud juist hun eerste taak is. De moed om keuzes te maken en tot afstoting over te gaan ontbreekt vaak, maar 'uitdunning' is noodzakelijk, zei de projectleider, die het Deltaplan typeerde als een 'massale voorjaarsschoonmaak'. Talley sprak zich voorts uit voor een betere opleiding voor conservatoren en restaurateurs; laatstgenoemden zullen in de toekomst steun krijgen van een zogenoemde behoudsmedewerker, zo heeft minister D'Ancona toegezegd. De directeur van het Centraal Laboratorium, mevrouw Grafin Ballestrem, legde vooral de nadruk op het belang van passieve conservering, zoals goede klimaatbeheersing, voldoende depotruimte en het opstellen van een rampenplan. Een dergelijke zorg voor de verzamelingen heeft plaats zonder ingrepen aan voorwerpen zelf en is de meest economische wijze van cultuurbehoud, vindt Ballestrem.

Een vertegenwoordiger van de Stichting Kollektief Restauratie-atelier zette de noodzaak uiteen van een 'toestandbeschrijving' van het te restaureren object en ging in op de aanpak van conservering.

Organisatieadviseur Hiemstra sprak tenslotte over de manier waarop berekend wordt wat het te verrichten onderhoud gaat kosten. De 40 miljoen gulden die minister D'Ancona jaarlijks extra heeft uitgetrokken zal niet voldoende zijn om het totale Deltaplan uit te voeren. Het symposium bood weinig nieuwe informatie over de stand van zaken; de ernst van de achterstanden werd nogmaals uiteengezet terwijl direct betrokkenen uit de musea een stappenplan en een paar dringende waarschuwingen meekregen.

    • Renée Steenbergen